over DBNL
auteursrecht en copyright
bestuur, medewerkers en adviescommissies
adressen
stages
nieuws
nieuwsbrief
Nederlandse literatuur
auteurs
beschikbare titels
Middeleeuwen
Gouden eeuw
Achttiende eeuw
Negentiende eeuw
Twintigste eeuw
Eenentwintigste eeuw
tijdschriften/jaarboeken
onze kinderboeken
buitengaats
Friese literatuur
Surinaamse literatuur
gescande titels
Nederlandse taal
woorden
etymologie
zinnen
klanken
betekenis
vormen
normen
taalbeheersing
historische taalkunde
taalverwerving en psycholinguïstiek
sociolinguïstiek
dialectologie
Nederlands als tweede taal
taaldidactiek
atlas voor de Nederlandse taal en literatuur
basisbibliotheek
tijdschriftenladder
literatuurgeschiedenis.nl
de langste dag
auteurs: overzichten
titels: overzichten
organisaties: overzichten
naslagwerken
audio
thema's
zoeken in de hele website
zoeken in teksten
auteur: A. Pauwels
bron:
verantwoording
inhoudsopgave
doorzoek de hele tekst
downloads
A. Pauwels
[Boek I: tekst] Voorwoord
Inleiding
Deel I Plaats van het vervoegde hulpwerkwoord en het verleden deelwoord in de bijzin Beschrijving van de kaarten
Tabellarisch overzicht in aantallen en procenten per provincie en per gebied
Diagrammen
Vergelijkingsmateriaal
Discussie van de resultaten en conclusies
Deel II Plaats van het vervoegde hulpwerkwoord en de infinitief in de bijzin Beschrijving van de kaarten
Deel III Samenvattend besluit
Kritisch onderzoek van de opinie van anderen
De teksten van Leopold
Lijst der gemeenten waaruit materiaal werd ontvangen
Aanhangsel: toestand in de schrijftaal
[Boek 2: kaarten] 1. De jongen die gisteren van het dak is gevallen, is nu dood.
2. Jan zei, dat zijn broer ziek was geweest.
3. Ik heb gezien dat hij zijn hond heeft geslagen.
4. Er waren drie mensen die de bedelaar hadden gezien.
5. Het feest verliep, zonder dat er een lied werd gezongen.
6. Mij dunkt dat er iets op die muur staat geschreven.
7. Weet U waar onze vriend ligt begraven?
8. Ik wil eens zien of ge braaf zult zijn.
9. 't Was zo goed als zeker dat het zou regenen.
10. Tante laat zeggen, dat ze vandaag niet kan komen.
11. Als ge uw glas nog eens laat vallen, jagen we U weg.
12. Ik ben er zeker van dat hij hier niet durft komen
13. Hij durfde niet uitspreken wat hij allemaal wilde zeggen.
14. 't Was de eerste keer dat Jan bij de andere jongens kwam zitten.
15. Er waren drie mannen die in het bos moesten werken.
16. Respectieve plaats van vervoegd werkwoord en verleden deelwoord in de bijzin. verzamelkaart
17. Respectieve plaats van vervoegd werkwoord en infinitief in de bijzin. verzamelkaart