begin  verder
[p. 6]



illustratie

[p. 7]

Arlekijntje

 
Een zwarte krullebol,
 
Een bruingebrand gezicht,
 
Twee kijkers groot en klaar
 
Waaruit een zonne licht.
 
 
 
Op 't nooit gesloten hemd
 
Een vestje van katoen;
 
Een flink gelapte broek;
 
Zijn voet kent kous noch schoen.
 
 
 
En lachen! lachen doet
 
Zijn kersenroode mond,
 
Alsof hij niets of niets
 
Van al 't verdriet verstond.
 
 
 
Steeds helpt hij waar hij kan,
 
Is ieders kameraad;
 
Ook vindt men hem gereed
 
Voor alle kattekwaad.

 begin  verder