terug  begin  verder
[p. 8]



illustratie

[p. 9]

Zijn huisje

 
Dicht bij de bergen staat een huis,
 
Daarin woont Arlekijntje;
 
Achter het huisje ligt een tuin,
 
Daar spuit een klaar fonteintje.
 
 
 
Aan al de raampjes van het huis
 
Groeien en geuren bloemen;
 
En Arlekijn kan één voor één
 
Hun lieve naampjes noemen.
 
 
 
Achter 't gordijn van blad en bloem
 
Waar vogeltjes zich roeren,
 
Ziet men het snoeperig gezicht
 
Van Arlekijntje loeren.

terug  begin  verder