[p. 12]
[p. 13]
Onder speeltijd
Zoodra 't voor speeltijd heeft gebeld
Staan al de kinderen druk te praten
En raken vast niet uitverteld.
- ‘Wat heeft uw moeder meegebracht?’
- ‘Dat kan niet één van allen raden!
Geen mensch heeft iets als ik bedacht!’
- ‘Gij boft en jokt gelijk altijd’
- ‘En toch zult ge niets weten!’
- ‘Och, kom, niet één die u benijdt!’
Zoo plaagt en prikkelt dat elkaar.
Geen enkel laat zich echter vangen;
Zij worden dra de list gewaar.
Wie niets vertelt en ook niets vraagt
Is 't guitig Arlekijntje.
Hij doet of alles hem mishaagt...