[p. 14]
[p. 15]
Arlekijntje heeft verdriet
Arlekijntje heeft verdriet,
Zou wel kunnen weenen;
Als hij al die vreugde hoort
Is zijn moed verdwenen.
‘Alle kinderen zijn zoo blij;
Ik kan niets verklappen.
Kermis, net als iedre dag,
Brengt me
een broek met lappen.’
Traantjes rollen eén voor eén
Langs zijn dikke wangen...
Kinderhartjes kunnen ook
Wel eens wat verlangen.