[p. 16]
[p. 17]
Moedertroost
Kindeke! Kindeke! waarom die traan?
Heeft men mijn jongetje leed aangedaan?
Zeg aan uw moederken al wat u kwelt.
Niemand zal 't liever aanhooren.
Hebt ge
uw verdrietje aan moeder verteld,
Wordt weer uw blijdschap geboren.
Moederke! Moederke! 'k had toch zoo graag
Roodzijden vestje en witkanten kraag,
Blinkende schoentjes met strikken bezet...
'k Zou vast een prinsje gelijken.
Nooit kende
ik voorzeker zaliger pret,
Iedereen zou naar me kijken.
Kindeke! Kindeke! menigen nacht
Heb ik aan u en onze
armoe gedacht.
Kindeke! Kindeke! dra zijt ge groot,
Dan koopen we
alle die dingen...
Kom nu maar zitten op moederkens schoot,
'k Zal voor mijn jongetje zingen.