[p. 22]
[p. 23]
De kinderen weten raad
Wijl Arlekijn te treuren zat
En raad vroeg aan de zon,
Was in de school elkeen t' akkoord
Te doen al wat men kon.
‘Dat iedereen aan Arlekijn
Een lap geeft van zijn kleed!
Dan is, voorwaar, op korten tijd
Het zijne ook gereed.’
Ze lachten allen bij 't idee
En brachten lapjes aan...
Vol blijdschap is de troep naar 't huis
Van Arlekijn gegaan.