[p. 26]
[p. 27]
Feest
Bim! Bam! Bim! Bam!
De klokken roepen iedereen op,
De menschen steken 't vlag in top.
Wat ruikt het fijn naar koek en ei,
Naar warme melk en rijstebrei,
Ra-ta-plan! -plan!
Een boerken slaat de dikke trom.
Geen kind kijkt nog naar moeder om.
Ze stappen voort in rechte rij
Fier met hun rok en jurk van zij.
O! O!... O! O!...
't Is Arlekijn die weenend zucht;
De vreugde jaagt hem op de vlucht.
En zeggen dat hij in zijn slaap
Zich droomde als de schoonste knaap.
Ha! Ha! Ha! Ha!...
Het schreien staat u heusch niet goed,
Hier, Arlekijntje, kleed en hoed.
De mooiste uit den heelen hoop,
Zóo was er nergens iets te koop.