[p. 28]
[p. 29]
Arlekijn verschijnt
Als Arlekijn naar buiten treedt
Is 't of een regenboog
Te midden van de straat verschijnt
En vult eenieders oog.
De menschen roepen tot elkaar:
‘Een wonder is geschied!’
Herkennen in dien schoonen knaap
Ons Arlekijntje niet.
De kindren kijken niet verbaasd.
Zij lachen om dien schijn.
Zij wijzen 't eigen lapje aan
Op 't kleed van Arlekijn.
Ze wenschen allen Arlekijn
Als leider van het feest.
De moeder van den kleinen man
Is nooit zoo blij geweest.