terug  begin  verderprepost

Minnebrief van Damon aan Fillis.

Langs mijn venster zag ik beiden ze treden, de lente en den zomer met huppelenden tred. Kwistig strooiden ze langs beemden en wegen de schatten, waarvan hunne korven overvloeiden; liefde en bloemen en gouden zonnestralen. Ze gaven elkander een kus; o, ik zeg het, ze beminden elkander. Ik zag het en ik dacht aan u, mijn geliefde!

Mijne dagen vlieden voorbij, met de snelheid van een sneeuwval, neen, niet zij, ik ga voorbij, ijl voorbij op adelaarswieken gedragen, machtig voortgestuwd!

[p. 332]

Ook gij! Bij onze geboorte beginnen wij reeds te sterven, wij, onze lichamen, die den wisselgang der natuur moeten volgen; onze zielen blijven jong, eeuwig jong en o Fillis! ze beminden elkander met onverdoofbaren gloed, tot in lengte van dagen.

O, waar bleef die zalige, die duizendwerf gezegende lente, die mij bracht tot u? Waar is dat heilige oogenblik van ernstigen weemoed en innige verrukking, waarop ge met gansch uwe reine ziele mij het jawoord in de borst deed vloeien, als een klare beek in de dorre zandwoestenije?

Gij beklaagt u niet, o vrouw, in wie ik ademe, over dien stap! Ook gij zegent die stonde, waarop onze harten eenstemmig en voor 't eerst voor elkander klopten, als zouden ze bersten van al te groote vreugde. Ik voel me verbeterd sinds dien, ik voel me gelouterd door u, door uwen invloed, die mij heiligde, die in staat is mij onsterfelijk te maken. Als ik u aanstaar, word ik geschud tot diep in mijn hart, dan springen mij de tranen in de oogen, dan benevelen ze mij het gezicht en doen u zweven in wolken, engelinne! Dan bidde ik voor u, dat God zijn gezanten tot u zende om u de hand te leggen op de slapen en u het teedere voorhoofd te kussen met beloften van vrede en gelukzaligheid. Heel mijn jeugd en mijn leven is gewijd aan uw geluk, aan uwen dienst. Want ik leve in u. Te sterven voor u zou mij ook 't leven zijn, want ik heb u lief. Mets kan eene klove brengen tusschen u en mij, geen dood, geen tweedracht. Slechts de Godheid; zij kan onze zielen vaneen rijten, doch slechts indien ze eerst onze liefde verkeert in haat en nooit zal dat geschieden. Blijf mij liefhebben, als ik u bemin, dan richt ge mijne jeugd naar het Goede! Gij houdt me verbonden aan u, onwrikbaar hecht, door de schoonheid en de liefde en den adel uwer ziele!

Gij kunt me niet ongelukkig zien, zonder zelve diep rampzalig te wezen; ik kan geen zwevenden glimlach om uwe lieve lippen zien dartelen, uwe blikken zien verhelderen, zonder dat mijn hart opspringt en jubelt van genot. Ja, uw glimlach spreidt gloed

[p. 333]

op mijn levenspad en doet rozengeuren mij omgolven, omdat die mij verrukt. De glans van uw oog, waarmede ge blikt in mijn ziel, omgeeft mijne idealen van eene toekomst, welker dagen ook ik reeds zie lichten in purper, met stralenkransen. Ledig en woest zou mij de aarde zijn zonder u. Elk mijner ademsnikken is een zucht naar u; het kloppen mijner polsen spreekt uwen naam uit! Mijn hart wordt een springbron van reinheid, van hemelsche, die het ontleent aan u, o Fillis! U dank ik alles! Gij brengt mij tot u en door u tot God! Uw naam zij geheiligd!

Rijk zullen we wezen in liefde. Voor onze hartstochten zullen alle rampen vlieden als de nacht voor de zon, want sterker dan alles is de liefde. Aan ons den moed der wereld het hoofd te bieden, die slecht zou zijn en ontaard, want in ons hart zal heerlijk lichten: de liefde!

Kalm zal ons leven henen murmelen, als eene beek. Op haren bodem zal glinsteren en schitteren als diamant van de edelste waarde: de liefde!

Onze gemoederen zullen trillen als zilveren manestralen voor de liefde! Een leven op aarde en eene eeuwigheid ligt voor ons open en als een fluweelen deken heeft de toekomst hare geringste vouwen voor onze voeten ontplooid om die voort te doen treden op effen, op zachten baan.

Te zamen, te zamen o geliefde Fillis! zullen we beiden doorleven, samen leven tot in de oneindigheid want ziel is gesmeed aan ziele! Aan den hemel zullen we verbonden zijn door een onzer, mocht die den ander voorgaan naar 't rijk van vele woningen. Nu reeds zweef ik in een hemel door uweliefde en de klanken, die de toekomst mij tegenbazuint, zijn gezangen der trouwe en voorspellen mij een hemel door uwe liefde! Want ja, in u is een eindelooze macht, een goddelijke kracht, die goed is en waar en schoon: die is de deugd, o, mijne Fillis!! -

prepostterug  begin  verder