Mijn tegenstem


auteur: Hugues C. Pernath


bron: Hugues C. Pernath, Mijn tegenstem. Gedichten 1966-1973. Pink Editions & Productions, Antwerpen 1975  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 96]

Ik treur niet, geen tederheid trekt mij aan

 
Ik treur niet, geen tederheid trekt mij aan
 
Geen lichaam kan ooit het mijne voelen
 
Geen ander oor mijn verwarring, mijn onrust
 
In de sprakeloze plaag van de taal.
5
Dagelijks en dodelijker verkrampt mijn wereld
 
In de vreselijke vertakkingen van de pijn.
 
Ik heb het laatste boek gedragen, van rechts naar links
 
En met al mijn tekortkomingen veroordeel ik
 
Wie verbrandt en wie poogt door de leugen.
 
 
10
Want anders niets dan de nederigheid
 
Dan het voltrekken van de twijfel,
 
Want anders niets heeft ons bepaald.
 
Ik laat het licht de duisternis herhalen,
 
Herrijzen uit de roemloze rust van de rots
15
En terwijl het schrale water uit de wonden sijpelt
 
Beluistert de nakende nacht mijn schroevend hart.
 
 
 
Geen entstof heeft mij veranderd
 
Geen vrijgevig verleden mij bedwelmd. Geen smeulen.
 
Zoveel werd gescheiden, zoveel kwam terecht.
20
Ik bemin, ik schrijf en onderga de vriendschap
 
Maar als een metselaar, vrij en ommuurd
 
Voltooi ik de tempel waarvan de laatste hoeksteen
 
Mijn einde zal betekenen. En met datzelfde woord
 
Al mijn liefde verwoordend, leef ik verder
25
In de gesel van die zonnetekens waartoe ik behoor.