Pouerta. Armoede.

Een vrouwe als een Heydensche bedelaerster gekleet, met den hals gebogen, als of zy een aelmoesse begeerde, heb-

[p. 25] origineel

bende een vogeltjen quicksteertjen op 't hoofd.

Valerianus verhaelt, wanneer de Egyptenaers een mensch, die in de uyterste Armoede was, wilden afbeelden, soo maelden zy desen vogel, om dat hy van sich selve weynigh machts hadde, niet konnende sijn eygen nest maecken, en oversulx leyde hy sijne eyeren in eens anders nest.

De Armoede word als een Heydens' bedelaerster gemaeckt, om datmen ter werelt geen olijcker gebroetsel, als dese slagh van menschen vint, hebbende noch goed, noch edeldom, noch aengenaemheyt, noch hope van eenige dingen, die een kruymken van dese gelucksaligheyt mede brengen, wesende het doelwit van een burgerlijck leven.