terug  begin  verderprepost
[p. 19]

3 Bibliografie van Pers' werken

In dit hoofdstuk geven we een opsomming van de diverse oorspronkelijke en vertaalde werken van Pers' hand, met een korte typering van de aard en de inhoud ervan. Voor het verzamelen van deze gegevens hebben we gebruik gemaakt van de Catalogus van de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam, de Centrale Catalogus van de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage en de apparaten Van Stockum en Enschedé in de Bibliotheek van de Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels te Amsterdam1. Uiteraard zijn Bacchus Wonder-wercken en Suyp-stad hieronder niet opgenomen, daar deze reeds in het hoofdstuk over ‘De identiteit van de tekst’ aan de orde zijn geweest.

Oorspronkelijk literair werk

1a Bellerophon of Lust tot Wysheyd (1614)

Deze gecombineerde embleem- en liedbundel is het eerste en tevens meest populaire werk van D.P. Pers2. Het is - evenals Urania en Gesangh der Zeeden - een bundel van moralistisch-bijbelse inhoud. Landwehr (1970) vermeldt in zijn bibliografie van Nederlandse embleem-boeken 12 herdrukken van Bellerophon in de 17de eeuw, de laatste in 16953.

1b Urania of Hemel-Sangh (1640)

Deze liedbundel verscheen weliswaar in een afzonderlijke editie, maar heeft steeds gefunctioneerd als tweede deel achter Bellerophon, voor het eerst samen met de editie-1641 van dit laatste werk.

1c Gesangh der Zeeden (1648).

Evenals Urania maakte deze bundel deel uit van de trilogie Bellerophon-Urania-Gesangh der Zeeden4. De eerste editie is ongedateerd, maar de voorrede ‘Aen den Deughdlievenden Beminders der Sangh- en Dichtkonst’ is wel van een jaaraanduiding voorzien: ‘Amsterdam, in 't Vreede-jaer 16485.’

[p. 20]

2 Ionas de Straf-Prediker (1623)

In dit werk hanteert Pers de geschiedenis van de profeet Jona, die door God gezonden wordt naar de stad Ninive om de inwoners van hun zonde te genezen, teneinde de zondigheid van zijn eigen tijd onder de ogen van de lezers te brengen. Een tweede editie verscheen in 1635.

3 Lucretia ofte het Beeld der Eerbaerheydt (1624)

Hierin gebruikt de auteur de geschiedenis van Lucretia, die in 510 v. Chr. door Sextus, de zoon van koning Tarquinius Superbus, werd verkracht en daarop zelfmoord pleegde. Dit werk heeft dezelfde bedoeling die hij met al zijn andere werken voor ogen had: de zondigheid van zijn tijdgenoten aan de kaak stellen en hen aansporen tot een deugdzaam leven. Voor zover ons bekend bestaan van dit werk geen latere edities.

4 Tranen Iesu Christi, gestort over den Ondergang Hierusalems (1625)

De zondigheid van de Joden in Jeruzalem staat in dit werk model om de verwording van de mensheid in Pers' eigen tijd te bekritiseren. Een herdruk verscheen na de dood van de auteur, in 1662.

Oorspronkelijk historisch werk

1 De Romeinsche Adelaer (1632?)

Dit werk geeft - althans in de eerste ons bekende editie, die van 1646 - in totaal 122 levensbeschrijvingen van allerlei Romeinse koningen en keizers vanaf Julius Caesar tot aan Ferdinand III, die in 1637 keizer van Duitsland werd6. Het werk werd in de 17de eeuw herhaalde malen herdrukt. Ons zijn exemplaren bekend van de edities 1648, 1650, 1662, 1665 en 1689.

2a d' Ontstelde Leeuw (1641)

Hierin beschrijft Pers de geschiedenis van de opstand van de noordelijke gewesten tegen de Spaanse onderdrukkers gedurende de jaren 1560-1581. Het jaar van uitgave is niet vermeld. De opdracht is echter wel ge-

[p. 21]

dateerd: ‘Amstelredam 6 Augusti, 16417.’ Voor zover ons bekend werd dit werk later niet herdrukt.

2b De verwarde Adelaer en ontstelde Leeuw (1647)

Dit is een sterk uitgebreide versie van de Ontstelde Leeuw. Deze laatste bestreek de periode 1560-1581, terwijl de nieuwe versie de ontwikkelingen vanaf Luther (± 1517) tot aan de dood van Willem van Oranje in 1584 behandelt. Voorts is het werk uitgebreid met een Verwarde Adelaer ‘(...) waer in ik den oorsprongh der veranderingen, die soo in den Staet als Religie, soo in Duytslant als elders, zijn voorgevallen, hebbe vertoont, en die daer na, in de Nederlanden zijn overgewaeit8.’ Ook hier is alleen de opdracht gedagtekend: ‘den 16 Septembris 16479.’ Kennelijk lag het in Pers' bedoeling op dit werk nog een vervolg te schrijven: ‘En al-hoewel ick alreede van 't vervolgh veele stucken heb ontworpen, soo staet het doch in des Heeren hand, of ick 't sal voltrecken10.’ Het is er echter niet meer van gekomen. Ook verschenen er van dit werk geen latere edities.

Vertaald werk

1 't Hand-boeckjen van den Christlijcken Ridder (1636)

Deze vertaling van Erasmus' Enchiridion militis christiani droeg Pers op aan zijn drie zonen: Lambert, Lubbert en Pieter. Herdrukken verschenen in 1645 en 1667.

2 [Epictetus Handboeckjen, Cebes Tafereel, Isocratis Vermaninghe aen Demonicum, en Plutarchus van de Opvoedinghe der Kinderen (1637?)]

Van dit werk is, voor zover ons bekend, geen exemplaar van de editie-1637 overgeleverd. Geerebaert (1924) vermeldt deze editie11 en baseert zich hiervoor op een gegeven uit de Mémoires, deel II van Paquot, die deze druk van 1637 opneemt in zijn lijst van werken van D.P. Pers12. Afgezien van de vraag of dit gegeven betrouwbaar is, staat vast dat de eerste Nederlandse vertaling - en wel door M.A. Gillis - van Epictetus' Encheiridion reeds in 1564 te Antwerpen was verschenen. Een herdruk verscheen in 1615 te Amsterdam. Voorts bestaat er een versie die sterk afwijkt van deze Gillis-vertaling en waarvan de eerste editie verscheen in Leiden in 1617. Twee herdrukken hiervan werden in Amsterdam gepubliceerd, t.w. in 1644 en in 1660. Geen van deze drie edities vermelden echter de naam van de vertaler. Het is verder opvallend dat de titels van de edities 1644 en 1660 vrijwel geheel overeenstemmen met de titelbeschrijving van de editie 1637, zoals we die bij Paquot aantreffen13. Het ligt dus voor de hand te concluderen dat deze editie dezelfde lezing bevat als die van 1617 en de latere; bovendien zou dan de vertaling van 1617 aan Pers toegeschreven kunnen worden. Er zijn echter gegronde redenen die zich daartegen verzetten. In de eerste plaats komt het zeer onwaarschijnlijk voor dat Pers zijn eigen vertaling bij een andere uitgeverij laat ver-

[p. 22]

schijnen, nl. bij Van Ravelingen te Leiden. Hetzelfde geldt voor de ed. 1644 die bij Joost Hartgers te Amsterdam werd gepubliceerd14. Voorts is het vreemd dat hij zijn naam niet op het titelblad vermeldt, wat we bij al zijn werken gewoon zijn.

Dit maakt het gegeven van Paquot - en van al degenen, die zich later hierop hebben gebaseerd - meer dan twijfelachtig.

3 Iconologia (1644)

Vertaling uit het Italiaans van de Iconologia (1593) van Cesare Ripa; het is een belangrijke bron voor de iconografie van de Renaissancekunst. Vóór 1657 verscheen een tweede editie15. Omstreeks 1694 vervolgens een verkorte bewerking door Cornelis Danckerts en in 1699 een zg. tweede druk die - aldus Zijderveld (1953) -‘(...) niets anders is dan een zedekundig kinderboek, dat een aantal afbeeldingen bevat, overgenomen uit Pers' bewerking, met simpele gedichtjes er onder16.’ In de 18de eeuw wordt het werk herzien door Rutgerus Ouwens en Hubert Kornelisz. Poot als Het Groot Natuur- en Zedekundigh Werelttoneel17. In de ‘Voorreden’ daarvan geeft Ouwens een vernietigend oordeel over Pers' vertaling: ‘(...) welk boek, daer 't zoo slecht is, dat wy niets diergelyks kennen (...)18.’

4 Het gulden Kleynood der Kinderen Godes (1655)

Dit is aldus Pers een vertaling naar een Duitse bewerking door Emanuel Sonthom van een oorspronkelijk Engels werk. In zijn voorrede zegt Pers niet te weten wie de auteur is: ‘Wie nu eygentlijck de Engelsche Schrijver deses Boecks is gheweest, kan men niet seecker weten19.’ Mogelijk vergiste Pers zich en was Sonthom niet de bewerker, maar de auteur20. Het is het enige werk van Pers dat niet bij zijn eigen uitgeverij verscheen, hetgeen begrijpelijk is daar hij omstreeks 1649 reeds zijn bedrijf gesloten had. Herdrukken zijn ons niet bekend.

 

De conclusie die we kunnen trekken uit het voorgaande is dat Pers naast een produktief literator ook een ijverig historicus was21. Zijn literaire werken getuigen van een sterk

[p. 23]

moralistische inslag; zonder uitzondering streven ze alle hetzelfde doel na, nl. de mensen van zondigheid genezen en aansporen tot een deugdzaam leven. Als historieschrijver heeft hij zich sterk bezig gehouden met de strijd van de Nederlanden tegen de Spaanse overheersing. Deze activiteiten typeren Pers als een man die we kunnen rekenen tot de culturele bovenlaag van zijn tijd. Dat hij ook een ontwikkeld man was, lijdt geen twijfel: hij vertaalde werken uit het Latijn, Italiaans en Duits. Bovendien was hij in zijn functie van drukker en uitgever in Amsterdam nauw verbonden met letterkundige kringen in de eerste helft van de 17de eeuw.

1De apparaten Van Stockum en Enschedé bevatten beide vele duizenden fiches met titels, overgenomen uit catalogi, waaronder antiquariaatsen veilingcatalogi, en uit bibliografische werken. Het eerste apparaat is alfabetisch gerangschikt op auteursnaam, het tweede op de naam van de drukker/uitgever, zie Van Buuren e.a. (1971) p. 56, nr. M 15 en M 16.

2Landwehr (1970), ad nr. 479 acht het waarschijnlijk dat Adrianus Damman de oorspronkelijke tekst van de Bellerophon in het Latijn schreef, terwijl Pers deze na diens dood in 1608 vertaalde. In dit geval zou deze bundel gerangschikt dienen te worden onder de ‘vertaalde werken’. Zolang we hierover geen uitsluitsel hebben, behandelen we het als oorspronkelijk.
3Landwehr (1970) nrs. 480-491.
4In de ongedateerde editie van Bellerophon of Lust tot Wysheyt, die samen in één band verscheen met Urania (1648) en Gesangh der Zeeden (1648) vermeldt de auteur in de ‘Nae-reede’ dat de trilogie nu compleet is: ‘Nae dat ick mynen Bellerophon had in 't licht ghebracht, heb ick daer nae myne Penne ghevoeght nae veele Schriftuyrlijcke en stichtelijcke Liedekens, en hebbe die onder den Tijtel van Urania of Hemel-zangh, als een Tweede Deel, toe-gesteldt, waer in ick veele Bybelsche Historien en andere zeedige stoffen hebbe gevoeght, die ick bevond dat den Leeser behaeghlijck waren: waer over ick wederom mijn lust hebbe hervat, en nu, voor 't laetste, noch met een nieuw Ghezangh der Zeeden willen vereeren. te meer dese tot stichtinge en vermaeck, getrocken zyn uyt vele Philosophische en morale of zeedighe stoffen, teghens veele gebreecken der Menschen, daer oock veele schriftuyrlijcke mede onder loopen, sulckx dat dese Liedekens bestaen uyt drie deelen, als
1 Bellerophon of Lust tot Wijsheydt.
2 Urania of Hemel-zangh.
3 Ghezangh der Zeeden.’, ibid., fol. A8 recto.
5Fol. A3 recto. Het is vrijwel zeker dat deze bij Pers zelf gepubliceerde editie van Gesangh der Zeeden verscheen in 1648 of 1649. Immers, in 1649 staakte Pers zijn activiteiten als uitgever.

6De oudste ons bekende druk is die van 1646. Landwehr (1969), p. 116 maakt echter melding van een editie uit 1632. Nader onderzoek wees uit dat hij zich hier hoogstwaarschijnlijk baseert op een gegeven uit een 19de-eeuwse veilingcatalogus, t.w. Catalogue de Livres Anciens, rares et curieux, provenant de la libraire de M.J.L.C. Jacob à la Haye. La Haye 1865-1866, 3 dln. In deel I van deze catalogus wordt een exemplaar van de ‘Romeinschen adelaer’ van 1632 aangeboden (p. 95, nr. 2509). De bewaarplaats van dit exemplaar is ons helaas niet bekend. Niettemin lijkt het zeker dat de editie-1646 niet de eerste druk is, gezien het feit dat het titelblad vermeldt dat deze uitgave ‘Van nieuws met een Bybelsch Tijd-wijser vermeerdert’ is. Ook in zijn voorrede wijst Pers zijn lezers er op dat deze editie uitgebreid is: ‘Om dan den Leser meer aen te locken, hebben wy onsen Romeynschen Adelaer vermeerdert, met een by-voeginge van een Bybelsch Tijd-wijser (...).’, ibid. fol. A2 verso (ed. 1646). In de narede kondigt de auteur zijn beide andere historische werken aan: ‘(...) ondertusschen gebruyckt dit tot een voorbereydinge en verwacht met den eersten [= zo spoedig mogelijk] mijnen Verwarden Adelaer (...) oock mede den Ontstelden Leeuw (...).’, ibid., fol. Y9 verso. Kennelijk is dit een passage die kritiekloos is overgenomen uit een vroegere (eerste?) editie; immers, de Ontstelde Leeuw was reeds verschenen in 1641. Bovendien vermeldt Landwehr (1969), p. 116, een editie uit 1634. Ook hier gaat het om een druk, waarvan ons geen exemplaar bekend is. Landwehr ontleent zijn gegeven hier waarschijnlijk aan de Catalogus van Boeken in Noord-Nederland verschenen (...), 's-Gravenhage 1911. In hfdst. VI van deze Catalogus (kol. 50) wordt Pers' ‘Romeynsche Adelaar. Amsterd., 1634.’ opgenomen. Het is bepaald niet uitgesloten - gezien de grote populariteit van het werk - dat tussen 1634 en 1646 nog enkele edities zijn verschenen, waarvan in geen enkele catalogus of bibliografie melding wordt gemaakt.
7Fol. (∴) 2 verso.
8Fol. (∴) 2 verso.
9Ibid.
10Fol. (∴) 3 recto.

11Geerebaert (1924) p. 21-22.
12Paquot (1765-1770) deel II, p. 304.
13Ibid., p. 304, noot f.
14Dat de editie 1660 niet bij Pers zelf verscheen is begrijpelijk: reeds omstreeks 1649 had hij zijn uitgeversactiviteiten gestaakt.
15Landwehr (1970) nr. 569.
16Zijderveld (1953) p. 132-133.
17Hierover: Geerars (1954) p. 320-366.
18Geciteerd naar Geerars (1954) p. 331.
19Fol. A2 recto en verso. De Duitse vertaling verscheen in 1620, zie: Price (1953) p. 22.
20Dit wordt aannemelijk gemaakt door de titelbeschrijving van de editie 1664 in de Catalogue Général des Livres Imprimés de la Bibliothèque Nationale clxxv (1949), kol. 150, die luidt ‘Gulden Kleinod der Kinder Gottes, das ist: der waare Weg zum Christenthumb, Herrn Emanuel Sonthoms; aus dem Englischen in das Teutsche versetzet (...).’ Overigens is de vergissing van Pers niet onbegrijpelijk, gezien het feit dat de titel van de eerdere edities hiertoe zeker aanleiding kon geven. De British Museum General Catalogue of Printed Books 226 (1964) kol. 44 vermeldt als titelbeschrijving van de editie-1632: Gulden Kleinodt der Kinder Gottes, das ist: der ware Weg zum Christentum̃, zu erst auss dem Englischen ins Deutsche ubersetzt, durch Emanuel Sonthomb (...).’
Tenslotte vermeldt deze General Catalogue dat ‘Emanuel Sonthomb’ het pseudoniem zou zijn van Emanuel Thompson, ibid.
21Overigens heeft De Wind in zijn Bibliotheek der Nederlandsche Geschiedschrijvers (1835) niet veel goede woorden over voor Pers' historische werken en bestempelt deze als onbeduidend. De verwarde Adelaer en ontstelde Leeuw ziet De Wind als ‘(...) eene bloote compilatie uit onderscheidene vroegere geschiedschrijvers, van welke hij slechts zeer zelden is afgeweken.’ (p. 451).
prepostterug  begin  verder