[p. 21]
Oom Krisjan
naast het paard waarop
hij wedde sprak hij
met de walm van kokolampu
in zijn adem
over Topibo
nu onterfd
geschonken aan imperialisten
zijn geest was reeds eerder
als exportprodukt geladen
in ijzergebuikte reuzen
zijn bezit - voorzover hij
mocht bezitten - werd versmolten
tot vliegtuigen voor Vietnam
zijn handen betekenden arbeid
voor hen
zijn hart bauxiet
zijn teelballen alluinaarde
geen aanklacht was het
slechts weemoed
en ik sloop weg