Cultuur als confrontatie


auteur: Rick van der Ploeg


bron: Rick van der Ploeg, Cultuur als confrontatie. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, Zoetermeer / Sdu-servicecentrum, Den Haag 1999   


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 77]

Bijlage 2

A Subsidie per bezoek

Gemiddelden over 1994 t/m 1997 (in guldens)

Dans 105
Muziek 74
Muziektheater 216
Theater 90
Musea 25
Aantal instellingen: Dans 12, Muziek 31, Muziektheater 4, Theater 50, Musea 23.

De verhouding tussen publieksinkomsten volgens aangescherpte definitiea en totaal subsidie in 1997b

Dans 18 : 82
Muziek 28 : 72
Muziektheater 22 : 78
Theater 15 : 85
Musea 21 : 79
Aantal instellingen: Dans 12, Muziek 31, Muziektheater 4, Theater 46, Musea 23.



illustratie

[p. 78]

B Classificatie podiumkunsten ten behoeve van het subsidie-per-bezoek criterium en verhouding tussen publieksinkomsten en subsidies

Podiumkunst-
gezelschappen per discipline (aantal instellingen)
Bezoek per jaar gemiddeld over de periode 1994 t/m 1997 (× 1000) Subsidie per bezoek gemiddeld over 1994 t/m 1997 (in guldens) Verhouding publieksinkomsten tot totaal subsidie in 1997
Dans (12) 446 105 18 : 82
• grote gezelschappen (4)a 331 114 18 : 82
• kleine gezelschappen (8) 115 79 18 : 82
Muziek (31) 1.584 74 28 : 72
• symfonische orkesten (10)b 1.181 91 24 : 76
• grote steden (4) 800 71 30 : 70
• overige steden (6) 381 133 16 : 84
• barok orkesten (4) 165 7 82 : 18
• ensembles (17) 237 35 36 : 64
Muziektheater (4) 245 216 22 : 78
• opera (3) 179 264 22 : 78
• operette (1) 67 88 22 : 78
Theater (50) 849 90 15 : 85
• toneel (27) 568 108 14 : 86
• grote gezelschappen (8) 439 99 15 : 85
• kleine gezelschappen (19) 128 140 13 : 87
• jeugdtheater (13) 210 54 18 : 82
• mimegroepen (6) 32 89 14 : 86
• poppentheater (4) 40 27 37 : 63

bron: Jaarrekeningen 1994 t/m 1997 (financiën), CBS Kerngegevens per gezelschap 1993/1994-996/1997 (bezoeken); gegevens: OCenW-subsidie, overige subsidie (provincie en gemeente); publieksinkomsten, overige inkomsten; betalend bezoek in binnen en buitenland; populatie: rijksgesubsidieerde podiumkunstgezelschappen, exclusief de gezelschappen die sinds 1997 geen subsidie meer ontvangen en exclusief het Nederlands Ballet Orkest



illustratie

[p. 79]

C Classificatie musea ten behoeve van het subsidie-per-bezoek criterium en verhouding tussen publieksinkomsten en subsidies

Musea per categorie (aantal instellingen) Bezoek per jaar gemiddeld over de periode 1994 t/m 1997 (× 1000) Subsidie per bezoek gemiddeld over 1994 t/m 1997 Verhouding publieksinkomsten vs totaal subsidie in 1997a (in guldens)
Wetenschappelijke musea (4)b 205 122 3 : 97
Kunstmusea (4)c 2.726 16 30 : 70
Cultuurhistorische musea (15)d 1.782 29 19 : 81
Totaal / gemiddeld 4.713 25 21 : 79



illustratie