[p. 110]

XXI. Eufrozyne aan Emilia.

Den 16 April.

17-

 

O! kon ik deze regelen vleugelen aanbinden, om het hart van mijne vriendin te verblijden, die met mij geweend heeft! ik ben geheel blijdschap! De van dag tot dag toenemende beterschap der beminnenswaardigste zieke, geeft mij de grootste dankstof. De redder van ellendigen, hij die bij het graf van zijnen Lazarus weende, zag ook mijne tranen, en liet niet toe, dat deze ziekte tot de dood was! O! hoe verruimd, hoe dankbaar is mijn hart! hoe veel waardiger wordt ons een voorwerp door het gevaar van berooving. Meer dan ooit, bemin ik haar; elke moederlijke trek in haar zwak gelaat, elke flaauwe, maar vriendelijke lach, elke gevoelige blik van hare aanminnige oogen, spreidt vreugdestralen in mijn hart; maar, ach! Waarom is mijne vreugde niet volmaakt? Waarom wordt zij gestoord door de begeerte der zieke, die liever gestorven was, dan (dit zijn haare woorden) bij 't gezigt van Canaan de woestijn weder in te treden? Doch zij wenscht te berusten in Gods

[p. 111]

bestier: want zij gelooft er de wijsheid van. De Godsdienst zal haar, en mij doen danken, hoop ik, voor een afgebeden geluk. Hoe kunnen toch onze ontwerpen verijdeld worden! Deze tijd was lang tot een bezoek aan u bepaald, en nu zal ik het zoet, dat ik aan uwen vriendschappelijke boezem dagt te genieten, gewillig missen voor de uitoefening van den aangenaamsten kinderpligt, de zorgvuldige opkweking van het zwak leven mijner dierbare moeder; de somberheid van een ziekvertrek was mij altijd beklemmend; doch zij zal het nu niet zijn; het schoone voorjaarsweder, al kan ik het slechts door de kleine reet van een gesloten venster beschouwen, vervrolijkt ook dit verblijf; en de hoop, om na de volkomen herstelling van mijne moeder, op uw Zorgenvrij, alle mijne zorgen te vergeten, geeft mij dubbelen moed. Wagt nu in lang geen brief van mij, ik leef nu geheel voor mijne lieve, weder verkregene, moeder, maar vermaak gij mijn geest, mijn waardste vriendin! met de aftekening van uwe landtoonelen in dit saizoen. Hoe veel vreugde zult gij hier door strooien, op het thans eenzaam levenspaadje van uwe

 

Eufrozyne.