zugten hooren: en haar zerk de kenmerken dragen, dat het overblijfzel, het welk hij bedekt, mij
dierbaar was. De voorbijgevlogen dagen van geluk, zullen mij dan als een blijde droom voor den
geest zijn.’ Zoo denk ik, en een gevoelvolle traan verzegeld mijne opregtheid. - Uwe
voorwaarden van vriendschap zijn de mijne. Laat haar nooit rusten op de vooronderstelling van
eenige volmaaktheid, die ik niet bereikt heb. Verwagt in mij vele, oneindig vele gebreken, die u en
mij zelf, onbekend zijn. - Maar bemin mij, om dat ik die zoek te verbeteren: bemin mij, om eenige
trekken van mijn karakter, waar voor ik al den dank schuldig ben aan mijnen Schepper, en aan hen
door wie ik gevormd werd. Bemin mij, om dat ik u bemin, en toon dit door mij de feilen van mijn
verstand en van mijn hart te wijzen.
Uwe vriendlijke noodiging moet ik voor als nog afslaan. Een langdurig verblijf in de stad heeft niets
bekorends voor een ziel als de mijne. Zeker zou uw gezelschap mij het lastige daar van veel
verligten; maar breng mij dat liever in mijn stille woning. Waarlijk ook voor u zal zij aanminnigheden
hebben. Ook de winter is schoon op het Land. - Mijne volgende brieven zullen uwe deelnemende
vragen beantwoorden. Zijt nu te vreden met de verzekering dat ge 't hart bezit van uwe
Emilia.