Een stevige Oostenwind, die zedert gisteren blijft aanhouden, doet onzen kapitein besluiten, om zee te kiezen. Alles is op ons schip in eene rustlooze beweeging. Met de zoo aanstonds vertrekkende boot kan ik alleenlijk eene korte, ach! eene laatste groet aan U medegeven. Als gij dezen haastig geschreeven brief leest, ben ik misschien reeds veele mijlen van een strand verwijderd, waar mijn leven begon, dat mijn eerste kindergeschrei hoorde, en dat ik met jongelingstraanen verliet: dan heeft de naam van Vaderland reeds eenen
hartbreekenden klank voor mij; en ach dit had hij reeds eenige dagen: de twee weeken die wij in Texel doorbragten, waren mij zeer treurig; hoe veel duizendmalen vloog mijn ziel nog naar mijne achtergelatene vrienden terug, en toch vermogt ik niet tot hen wedertekeeren; het vaderland was mij als een vreemd gewest; ik mogt niet eenmaal op dien dierbaaren grond meer overnachten: mijne oogen staarden zig dikwerf moede op de verwarde verschieten die duin en bosch op eenen verren afstand opleverden; angstig zocht ik het plekjen daar mijne moederstad op verrees: maar de lieve torenspits was, door de afgelegenheid, voor mij onzichtbaar. Weeker geworden door 't gevoel der scheiding, scheen mijn hart al zijne zaligheid in dat plekjen gronds besloten te zien, dat ik gereed stond te verlaten; en toch liever wilde ik dit, dan langer door een hoopeloos gezicht gepijnigd te worden. Menigwerf zag ik uit naar de wolken, of de wind niet van streek veranderde; toen hij eindelijk naar het oosten draaide, klopte mijn hart van gemengde aandoeningen; en nu - nu verlaat ik mijn vaderland geheel, om op eenen anderen hoek des aardbodems een verblijf, meer voor mijn lot berekend, te zoeken. O mogten de rampen, die hier mijne ouders zoo gevoelig troffen niet met mij reizen! bid dit van den Hemel voor mij af, lieve Karel! en
dan vaarwel! Het geraas en getier van het scheepsvolk neemt toe; het anker is reeds geligt; men is bezig met de zeilen optehaalen; ik kan niets meer dan u nog eenmaal teder groeten, misschien is het voor eeuwig. Goeden nacht onvergelijkelijke vriend, vriend van mijn hart! troost mijne moeder, geef haar dezen brief. Kusch uwe Charlotte vaarwel voor mij, en - al hoordet gij ook nimmer weêr van mij, vergeet den jongen reiziger, vergeet uwen Reinhart nooit.