Gisteren zagen wij de Kanarische eilanden in een aangenaam verschiet liggen, en onder deeze het bekoorelijk Teneriffe; doch de afstand welken wij hielden, was te groot om iets naauwkeurigs van de gedaante en voordbrengsels van dit sierlijk, en rijzend eiland te kunnen beschouwen - Veele meeuwen en patrijzen, welke in deszelfs rotsholen hunne schuilplaatsen hadden, vloogen rondom ons schip, heen en weder, even of zij ons verwelkomden in de gelukkige oorden van hun verblijf, en ons nodigden om die te komen beschouwen: o! Karel! hoe gaarne had ik met deeze dieren terug gevloogen, om hun vaderland te bezien! hoe gaarne had ik mij verdiept in deszelfs vruchtbaare gronden, schoone wouden, en geurige laurier-boschjens, en daar, die bevallige geelgevederde zangertjens, die ik, in mijn vaderland, nooit anders dan in enge kooitjens opgeslooten zag, in hunne vrijheid op de digte takjens zien huppelen, en hunne nestjens zien bouwen onder den aangenaamen lommer! doch deeze wensch was vruchtloos - de meeuwen en patrijzen, na dat zij lang genoeg om ons schip gezworven hadden, keerden weder naar hunne rotsen, en wij dreven al verder en
verder van dit schoone eiland af; doch zijn wijdberoemde piek, die reus onder de groote bergen der aarde, bleef ons tot op den afstand van zestig meilen zichtbaar: toen wij tot digt daar bij genaderd waren, had reeds de zwijgende schemering den voet van 't gebergte, het geheele eiland, en de zee die hetzelve omgordde, bedekt; en tog zijn stijle, trotsch rijzende kruin, glansde nog van de straalen der zon, als op den middag, en leverde een zeer schoon contrast op.
Toen deeze bergtop in vroegere jaaren stroomen vuurs uitwierp, moet dit voor den zeeman een zeer grootsch tooneel opgeleverd hebben: wanneer hij, in den donkeren, alles met zwarte schaduw bedekkenden nacht, hier langs zeilende, vuurstroomen uit deezen door de wolken boorenden berg breeken, en de zee rondom denzelven akelig verlicht zag! mijne verbeelding doet het mij nog zien, en vertoeft hier met eene aangenaame ontroering.
Schoon deeze vuurbron sedert bijna een eeuw niet meer vloeit, moet tog de rook die uit een kloof nabij zijnen top altijd opstijgt, doch welke zig voor ons oog in de wolken, die hem omkleeden, verloor, altijd, dunkt mij, eenige akeligheid of kommer geeven, aan hun, wier wooningen den voet van deezen berg om-
ringen: hoe ontzachlijk moet de lava-stroom geweest zijn, welke, voor bijna een eeuw, uit deeze bergspits voordvloeide, daar zij een der havens van Teneriffe kon uitdroogen, en die tot vasten grond maakte! die vuurstroom werd vruchtbaar land, en daar, waar weleer zwaare schepen, op holle baaren schommelende, geankerd lagen - bouwt men nu huizen - daar weiden kudden, en de landman ploegt en zaait hier met milde handen, en oogst zijnen rijken zegen al juichende binnen: bij zulk eene beschouwing, Karel! gevoel ik zoo geheel de grootheid van den God der Natuur, die op eenen enkelen wenk, hier zeeën wegdroogt, en vuurstroomen tot vruchtbaare gronden maakt; en ginds vruchtbaare gronden in woestijnen verandert, of doet wegzinken in de vergetelheid, en die, onder alle die verwisselende gedaanten der wereld, onder alle de vermengde werkkrachten der Natuur, de wereld draagt door zijn alvermogen, en zelfs geene schaduw van verandering kent.