terug  begin  verder

XXIII.

Zoo dikwijls als ik den Capitein waarneem, wanneer hij met graadboog en passer in de hand de poolshoogten meet, de breedten berekent, de afstanden van bekende oorden gist, en den voordgang van zijn schip, op eenen ongekenmerkten weg, met juiste naauwkeurigheid bepaalt - zoo dikwijls moet ik mij verwonderen, over de vinding van het menschlijk vernuft, dat zoo veele middelen om zijne kundigheid uittebreiden, en zijne veiligheid op een akelig woest doolpad te bevorderen, daar stelde - ik moet mij verwonderen over de almagt

[p. 113]origineel

van den Heere der schepping, die, terwijl hij den onnadenkenden zeevogel, welke zonder berekening, zonder plan, alleen door zijn instinct gedreeven, door den ruimen dampkring heensnelt, over wijde zeeën, zelfs naar de plaats zijner bestemming heenleidt, den geest des menschen zoo grootsch, zoo wonderlijk vormde, dat hij kan denken, vooruitzien, en de wijsheid, welke in de schepping voor hem verborgen is, kan navorschen en opspooren tot zijne eigene volmaaking.

 

Zoo dikwijls als ik den Stuurman het compas gebruiken zie, of als ik zelf zijne richting gadesla, mij door oplettendheid en onderzoek in deszelfs geheimen laat onderrichten, en de verschillende afwijkingen, naar de meerdere nabijheid der zeilsteenige gronden bespeur, zoo dikwijls moet ik mij over de nuttige werking van den zeilsteen verwonderen, en mij met bevreemding herinneren, dat dit, voor de zeevaart zoo onontbeerelijk verschijnsel, meer dan 500 eeuwen nutloos voor dezelve bleef; zijn grootste, zijn nuttigste kracht was een geheim voor den natuurkenner, en lag onder de donkerheid der onwetendheid verschoolen! zoo veel eeuwen bleef veel meer dan de helft der aarde en des oceaans voor den nieuwsgierigsten onbekend; en de genie der wereldontdekking, werd gebonden door onverwinnelijken

[p. 114]origineel

tegenstand! Wie zou zig zonder wegwijzer op deeze waterwoestijn, vol gevaarlijke en doodelijke doolpaden hebben durven vertrouwen? - en de veilige gids, dien de goedheid des Scheppers in het harte der aarde verborgen had, was onbekend; doch de tijd, die zoo wel schept als vernietigt, ontdekte dit belang-vol geheim, en het werd een milde bron van eene menigte kundigheden, die de wereld verrijkte, en den geest van den vriend der wijsheid verbaasde, en verhefte.

 

Nu behoefde de reiziger naar vreemde gewesten, niet in angstige schuwheid, deezen vloejenden doolhof te bezeilen, en met zijne gebrekkig toegeruste kiel altijd in het gezicht der kusten heen te schuiven; zonder schroom kon hij thans de diepten der zee bevaaren, en, mijlen ver van den moederlijken grond verwijderd, over afgronden, die het dieploot niet kan peilen, en tusschen klippen, die zig gevaarlijk verheffen, heensnellen - zijn zeilsteenig compas, wees hem de streek, en op deszelfs veilig geleide, verliet hij zig: wanneer de noordstar achter dikke wolken verborgen was; zoo rende hij het spoor der wetenschap op; Columbus werd geboren, en de nieuwe wereld ontdekt - in welke ik mijn geluk ga zoeken.

 

Den voordgang van de wijsheid in den mensch-

[p. 115]origineel

lijken geest, en de langzaame ontwikkeling van zijne krachten natedenken, dit is mij altijd zoo lief, Karel! ik zie in deeze beginzelen wat de mensch eens worden kan, en ik staar vrolijk op dat ruime vak van zijn aanwezen, waar hij uit een aantal bronnen van wijsheid zig laaven, en volmaaking scheppen zal.

terug  begin  verder