terug  begin  verder
[p. 297]

Etymologisch gedeelte.

[p. 299]

A.

abis,

Mal. habis = op, af, afgedaan, enz.

abis perkara,

Mal. habis, op, af + perkara van het Skr. prakara = manier, wijze. Dit prakara kan ontbonden worden in het prefix pra + kara, welk laatste afkomstig is van karoti = hij maakt, volbrengt - vgl. het Avestisch frakaro = bewerking en het Lat. creare = scheppen en ook het Mal. kerdja: werk. Van de Mal. beteekenissen van het woord nl.: wijze, soort, geval, artikel, zaak, heeft de laatste zich in het Europeesch spraakgebruik vastgezet, zóó zelfs, dat een samenstelling als bijv. vrouwenperkara volstrekt niets ongewoons is.

adat,

Arab. 'âdat = het steeds terugkomende, het gebruik, de overgeleverde gewoonte, het gewoonterecht. De Ar. wortel 'âda beteekent: terugkeeren, herhalen. Ofschoon de t aanduidt, dat het woord per se vrouwelijk is, vindt men het, zooals blijkt uit Veth's Uit Oost en West1) ook wel eens mannelijk: ‘is er wel iets dat meer strijdt tegen den adat?’ (Uilenspiegel, 14 Oct. 1871).

ade,

Mal. adik = jongere broer (zuster). Dit woord is reeds zoo verhollandscht dat men grifweg spreekt van een adeetje, voor: een broertje of zusje. Zelfs is mij een geval bekend, dat het als voornaam in een verlovingsaankondiging stond.

adipati,

Skr. adhipati = opperheer, uit adhi: op, over + patih, dat in het Skr. behalve ‘heer’ ook nog beteekent: bezitter, gemaal. Men denke hier aan het Lat. potis = vermogend, aan potentieel, im-potent, potentaat, enz.

adoeh,

Mal. klachtuitroep, ook kreet van bewondering.

advokaat

(vrucht), van het Spaansche avocado, volksetymologische vervorming van het Mexikaansche ahuacatl. Deze naam voor de Persea gratissima heeft in het Sp. ook nog opgeleverd aguacate, waarvan het Fransche aguacat (naast avocat). Marryat schrijft in F. Mildmay nog abbogada pear. De Engelsche matrozen hebben dit verder verbasterd tot... alligator pear. Zeer eigenaardig is het volgende vers van Cowley uit 1660, geciteerd in Hobson-Jobson:

 
The Aguacat no less is Venus' Friend
 
(Tu th' Indies Venus' Conquest doth extend)
 
A Fragrant Leaf the Aguacata bears:
 
Her fruit in fashion of an Egg appears,
 
With such a white and spermy Juice it swells
 
As represents moist Life's first principles.

agar-agar,

uit het Mal. behalve in het Holl. ook in het Engelsch overgegaan en reeds in de kleinere woordenboeken te vinden. Naast agar-agar heeft het Eng. ook agal-agal, wat misschien toe te schrijven is aan de Chineesche uitspraak.

[p. 300]

ajer blanda,

Mal. neologisme uit Mal. ajer = water + blanda, van Wolanda, van Holland. In het Mal. van Singapore beteekent blanda enkel: Hollander. In ons spraakgebruik heeft het echter zijn beteekenis uitgebreid tot die van: blanke.

ajer djeroek,

letterlijk: djeroek (q.v.)-water.

ajo,

Jav. en Mal. uitroep tot opwekking, aanmoediging, aanzetting enz.

akal,

Arab. 'aql = verstand, scherpzinnigheid. In het spreek-Mal. beteekent het: list, kunstgreep en in die beteekenis is het door ons overgenomen.

akar wangi,

Mal. akar = wortel + Jav. en Mal. wangi: welriekend.

alang-alang,

Jav. id. = Mal. lalang.

alcatief

is het Spaansch-Portugeesche alcatifa, alquetifa van het Arab. al-qatîfa: tapis, couverture (V.O.W.). Reeds bij Linschoten (1596) komt het woord voor.

Alfoer

leidt Murray af van het Port. alfuori = Arab. al: de + fuori: buitenkant, dus de outsider. Dezelfde afleiding gaf reeds Crawfurd, maar Prof. Veth vindt het geenszins onwaarschijnlijk dat de Portugeezen dien naam hebben overgenomen van de aan de kusten gevestigde Mahommedanen. Verder stelt hij het Port. alforria gelijk met alhorria, beide beteekenende: de vrijheid, de staat van den vrije, het bevrijd zijn van de slavernij. Het Arab, alhorro: de vrije (al + horro) is op dezelfde wijze geworden = het Port. alforro, d.w.z. al: de + forro: vrijgemaakte.

Een derde verklaring is die van Dr. Wilken. Door hem is met het oog op de uitspraak Halfoeren de vraag geoppend of we niet terug moeten gaan tot de uitdrukking dalam hâl foeroe = in den wilden staat verkeerende, waarin hâl het aan 't Arab. ontleende woord is voor: staat, enz. (vgl. Klinkert) en foeroe1) het op Ternate en Menado heel gewone woord voor: wild, ontembaar. Hierbij zou dus hâl verkeerdelijk verstaan zijn als al, het Arab. lidwoord. De laatste verklaring vindt mede nog eenigen steun in het taalgebruik van het Ambonsch-Maleisch, waarin orang Alifoeroe ook gebezigd wordt als scheldnaam = dom, onnoozel mensch (vgl. van Hoëvell, Vocabularium).

alla(h)!

Arabisch Allah = God, in 't Ind. Nederlandsch en in Zuid-Afrika vaak gebezigd als uitroep van verbazing.

aloen-aloen,

Jav. id.

amok,

Mal. id., waarbij het werkw. mengamok = in zinsverbijsterende woede moorden. In Hobson-Jobson wordt het nog verder nagespeurd en teruggevonden in het Malabaarsche amouchi of amuco, een verbastering van het Malayalamsche amar-kkan = krijgsman, maar Yule en Burnell vinden zelf, dat dit amouchi of amuco meer verwantschap toont met het Mal. amok, dan met amar-kkan, wat zeer juist is. Immers, volgens prof. Kern, is amoek eigenlijk Javaansch = zich woedend gebarende, razende, van den wortel wök, wuk = verwoede aanval in het Oud-Javaansch. Het heeft den stam

[p. 301]

gemeen met het Mal. maboek (Vgl. Kern, Kawi-studiën p. 93). Te vermelden is nog, dat de Engelschen de a van amok voor het lidwoord hebben aangezien en daarom vaak schrijven a muck bijv. to run a muck. Dryden zegt zelfs van Burnet:

 
Frontless and satire-proof, he scours the streets
 
And runs an Indian muck at all he meets.

ampas,

Mal. hampas, afval, uitgeperste vezels, enz.

amper,

Mal. hampir = bijna. Het amper, dat niet ‘bijna’, maar ‘nauwelijks’ beteekent, is niet van Indischen oorsprong.1)

anak mas,

Mal. anak: kind + Mal. mas: goud, waarin mas dienst doet als liefkoozingswoord. Het woord mas wordt door Prof. Kern afgeleid van Skr. mâsha, goudgewicht, waaruit zich in het Jav. en Mal. de beteekenis van ‘goud’ ontwikkeld heeft - vgl. ook Skr. mâsha-vardhaka(h): goud-smid.

ananas,

Port. ananas of ananas van den Braziliaanschen naam nanas. De vrucht is door Europeanen het eerst gezien in Peru.

andjing tanah,

Mal. andjing: hond + tanah: aarde, dus ‘aardhond’, waar Nederlanders zeggen ‘veenmol.’

andong,

Jav. id. met de beteekenis: huurvehikel.

angkin,

Jav. id.

angkloeng,

Jav. id.

ankong,

op de Oostkust van Sumatra, verinlandsching van Honkong in kreta Hongkong, Hongkonsch wagentje, d.w.z. ricksha.

antjar,

Jav. Dit in Indië weinig bekende woord voor den oepas heeft o.a. in het Eng. reeds een vaste plaats in de woordenboeken als antiar. Verder vindt men antiar-resin en antiarin: the poisonous principle of the upas tree (Murray).

arak,

oorspronkelijk Arab. 'araq = zweet, sap, vooral in 'araq-at-tamr: het (gegiste) sap van de dadel. Nadat het woord in alle Mahommedaansche landen ingang gevonden had, is het ook in de Indische landstalen opgenomen met de beteekenis van: sterke drank (uit de klapper of rijst gestookt). In dezen zin is het overgegaan in het Port. als araca, araque, in het Spaansch arac, het Fransch arack en het Eng. (ar)rack.

arang,

Mal. id.

areka,

bij vroegere schrijvers areek (V.O.W.), dat thans geheel verouderd is, en waarvoor in Indië zelf haast uitsluitend pinang in gebruik is, wordt door Prof. Veth niet genoeg verklaard. Hij komt niet verder dan tot het vermoeden dat het van Malabaarschen oorsprong is en ons overgeleverd door het Portugeesch. Inderdaad is areká, het Port. areca, volgens Murray en Prof. Kern het Malayalamsche adekka, adakka = het Tamil adeikây, zijnde adei een aanduiding van het trosachtige + kây: vrucht.

aren,

Jav. id.

arit,

Jav. id. zacht gekromd grasmes.

[p. 302]

asem,

Mal. asam, vulgo asem = zuur. Dit asem is een verkorting van asam djawa: tamarinde (Klinkert) of eerder van pohon asam.

astaga,

de uitroep van verbazing in den mond van hiergeborenen is een afkorting astagapirlah, van astagrfiroe'llah = ik vraag God om vergeving.

atap,

Mal. id. met de beteekenis van: dakbedekking in het algemeen, welke beteekenis in het Europeesch gebruik vernauwd is tot die van: dakbedekking van nipah-bladeren of alang-alang. Het woord is ook in gebruik op Ceylon en in Perak (Hobson-Jobson). Zooals Prof. Veth opmerkt is het dus wel een beetje vreemd, dat men spreekt van: een atappen dak = een dak van dakbedekking.

atjar,

Perzisch atsjar, is in bijna alle inlandsche talen van Eng.-Indië overgenomen en ook in onzen archipel. Linschoten gebruikt het reeds in 1596 en op het oogenblik is het opgenomen in de Fransche, Duitsche en Engelsche woordenboeken, maar niet in van Dale. Toch is het ook in het 18e eeuwsche Nederlandsch heel gewoon geweest. In den 4en jaargang van De Philanthrope,1) waarvan het eerste nummer verscheen in 1756, vindt men een in den analytischen stijl der logica opgemaakt menu, waarop onder het hoofd ‘bijwerk’ in zuur het volgende opgegeven wordt:

a. Agurkjes.
b.Ingelegde Morellen.
c.Assia.
Kool Assia.
††Assia Bamboes.

Uit den samenhang blijkt duidelijk, dat dit assia ons atjar is, althans in den bijvorm achia, zooals die ook in het Eng. voorkomt.

atoeran,

Mal. id. regeling, schikking, orde.

1)Dit zal verder geciteerd worden V.O.W.

1)De Clercq stelt dit in zijn Het Maleisch der Molukken gelijk met het Spaansche furo.

1)In Zuid-Afrika beteekent amper uitsluitend: bijna, evenals ampertjes.

1)Zie J. Hartog, De Spect. Geschr. van 1741-1800, p. 143.

terug  begin  verder