terug  begin  verderprepost

6

Voorburg 24 Jany '83

Waarde Heer!

Tot mijn schrik zie ik uit uwe letteren,14 dat de Redactie15 van Nederland gewoon is, de manuscripten geruimen tijd onder zich te houden, zoodat mijne schets, indien ze wordt aangenomen, zeker niet voor den Zomer in dit tijdschrift zal verschijnen. Dit is mij wel wat laat, daar ik het stukje noodig heb, voor de bundel, die ik denkelijk over een half jaar zal uitgeven. -

Vriendelijk verzoek ik U dan ook, indien U het stukje nog niet aan Nederland hebt opgezonden, de goedheid te hebben bij Het Album aantekloppen. -

De redactie v/dit tijdschrift is zeker vlugger dan die van ‘Nederland’. -

Dat het Naturalisme ook hiertelande zal overwinnen, daarvan ben ik vast overtuigd.

De strijd zal echter lang duren, en niet gemakkelijk worden behaald, want het vooroordeel is groot. -

Men veroordeelt zonder te kennen; vooral de letterkundigen zijn hierin zeer sterk. -

Ik bemerkte dit nog onlangs bij eene discussie die ik met den Heer Loffelt16 over Zola had. -

Deze schrijver, die het Naturalisme enkele malen zoo heftig heeft veroordeeld, kende toen van zijne werken17 slechts Thérèse Raquin, een brok van L'Assommoir & het begin van L'Abbé Mouret!

[p. 22]



illustratie
Door Van Deyssel gecorrigeerde drukproef van de bespreking van Daudet's L'Evangéliste

[p. 23]

L'Evangéliste heb ik nog niet gelezen, met verlangen zie ik dan ook uw stuk18 in den Amsterdammer tegemoet.

Weet U, dat er voor eenige maanden in een der duitsche weekbladen zulke flinke stukken19 over Zola, de Goncourt, Huysmans & Maupassant hebben gestaan?

Kent U het eerste werk v/.E&J de Goncourt, waarin men de kiem van al hunne bekende romans vindt? Het is een letterkundige curiositeit, want de broeders hebben het werk later zooveel mogelijk opgekocht. -

Ik weet dit van een mijner kennissen, die indertijd aan de Goncourt een bezoek heeft gebracht. -

Hij heeft dit boek,20 waarvan de juiste titel mij is ontgaan, in eigendom. -

Indien U er kennis mede wilt maken, zal het mij een genoegen zijn, het U intezenden. Dit kost mij geene moeite.

Met Hoogachting verblijf ik

UEddwdr.
A. Prins

14Niet door Prins bewaard. Van Deyssels brief van 22 januari 1883 was echter ontsierd geworden door twee inktmoppen. Hij schreef hem daarom over en bewaarde de bevlekte brief als kopie.
15Op dit tijdstip gevormd door Jan ten Brink (1834-1901) en H.J. Schimmel (1823-1906).
16Antonie Cornelis Loffelt (1841-1906), schreef toen al jarenlang, naast kunstkritieken in het Nieuws van den Dag, feuilletons in Het Vaderland over het toneel en kritieken over schilderkunst, ook onder het pseudoniem Ego.
17Respectievelijk verschenen in 1868, 1877 en 1875.
18De zeer uitvoerige bespreking van L'Evangéliste (1883), par Alphonse Daudet (1840-1897) werd door Van Deyssel voltooid op 24 januari 1883, en gepubliceerd in het weekblad De Amsterdammer van 28 januari 1883. Prins' aandacht zal toen vooral zijn uitgegaan naar Van Deyssels vaststelling: ‘Intusschen, men kent Daudet. In hem ontmoeten wij niet de vleesch-wording van een waereldbeheerschende idee, van een nieuw toegepaste kunstformule, van een moderne wijsbegeerte, in hem niet den held, in wiens hart, in wiens hoofd zich een tijdperk der beschavingsgeschiedenis koncentreert, gelijk in Zola. Zola, dat is de methode van het pozitivisme, werkende op het veld der kunst. Daudet niets minder dan dat’. Van Deyssel vond deze bespreking belangwekkend genoeg om haar in 1897, zij 't stilistisch geretoucheerd, op te nemen in zijn Tweede bundel Verzamelde Opstellen, Amsterdam, 1897, blz. 59-69. Ook François Erens schreef in de achtste jaargang van het Algemeen Nederlandsch Studenten-Weekblad Minerva op 14 februari en 11 april 1883 uitvoerig Naar aanleiding van l'Evangéliste. Hetzelfde jaar nog verscheen bij Mouton en Co. in Den Haag De Evangeliste. Uit het Fransch naar de zeventiende uitgave, door J.C. de Roode.
19Waarschijnlijk had Prins weekbladartikelen op 't oog van de hand van Michael Georg Conrad (1847-1927), die in 1885 Die Gesellschaft zou oprichten, de spreekbuis van het naturalisme in Duitsland.
20Dit was En ... (1851). Of het verhaal van een van Prins' kennissen juist is geweest, moet betwijfeld worden. Feit is dat Edmond de Goncourt in 1884 (zijn broer Jules was overleden in 1870) de Brusselse uitgever Henry Kistemaeckers toestond dit werk te herdrukken. In Edmonds voorwoord, eerst afzonderlijk verschenen in l'Indépendance Belge van 4 oktober 1884, werd toen ook vastgesteld dat het, later zozeer het oeuvre van de gebroeders de Goncourt kenmerkende, determinisme, pessimisme en ‘japonisme’, reeds in kiem in deze roman aanwezig waren.
prepostterug  begin  verder