terug  begin  verderprepost
[p. 24]

7

Amsterdam, 26.3.'84.
N.Z.-Voorbw. 161.

Waarde Heer,

Mag ik U wel mijn vriendelijksten dank betuigen voor de mij heuschelijk toegezonden overdruk21 van Uw Buitenkansje? Ik had reeds met de meeste waardeering kennis genomen van deze novelle als artikel in den Spectator. Maar Uw beleefdheid verschaft mij nu de welkome gelegenheid U te vragen, wat ik reeds lang van plan was, hoe het is afgeloopen met Uw Grootvader Bleys, die ik in der tijd aan Dr. ten Brink zond en waar ik niets meer over hoorde. Wordt die nog, gedrukt? - Gij zult mij ten goede houden, dat Uw adres mij ontging.

Steeds Uw z.dv.

L. van Deyssel.

21A. Cooplandt, Een buitenkansje. Overgedrukt uit De Nederlandsche Spectator, jrg. 1884, no. 10 (8 maart 1884), blz. 74-79; herdrukt in A. Cooplandt, Uit het leven. 's-Gravenhage, z.j. (1885), blz. 1-24, uiteraard met weglating van de door de Spectator-redactie in 1884 toegevoegde noot: ‘Een zoo realistisch schets, van een droevig tooneel uit het lagere volk, in den Spectator? Zoo zegt allicht deze of gene. Ja, omdat wij daarin het talent der waarneming en afteekening waardeeren, terwijl de schrijver zich heeft weten te houden binnen de perken en den lezer hyperrealistisch uitpluizen, van wat al te zeer stuiten zou, heeft gespaard. Wellicht schenkt de schrijver ons nog wel eens eene mindere donkere bladzijde uit het leven’.
prepostterug  begin  verder