terug  begin  verderprepost

8

Voorburg 1 April 1884.

Waarde Heer,

In het bezit uwer letteren d.d. 26 Maart - mij eerst heden geworden, doordien ik uit ben geweest - haast ik mij U op uwe belangstellende vraag te antwoorden. Mijn novelle ‘Grootvader Bleys’ berust nog altijd bij de Redactie van ‘Nederland’.

In Deer ll heb ik er den Hr. ten Brink over geschreven, die mij mededeelde, dat het stuk aan den Heer Schimmel was opgezonden, ‘die zeker een dezer dagen bericht zou geven’.

Tot nu toe heb ik echter nog niets vernomen. -

Deze Redactie is waarlijk niet al te vlug. -

Indien ik in den loop van dit jaar geregeld kan doorwerken, en geen tegenslag in mijn werk heb, hoop ik in Decr of Jany a.s. een bundel novellen uittegeven. -

Buiten de twee stukken, die U kent, zullen er hoogstwaarschijnlijk in worden opgenomen. -

[p. 25]
1oEen Novelle in '82 in Eigen Haard geplaatst22
2oDe Geschiedenis van een Verliefdheid.
3oEen studie uit de lagere klassen
4oEen brok uit 't leven van een meisje, dat met Heeren uitgaat ('t meest krasse van al de stukken)

Hebt U al een critiek over ‘La Joie de Vivre’23 geschreven? Houd mij deze vraag ten goede; doch 't boek is zoo krachtig, dat 't te bejammeren zou zijn, indien er in Holland niet eene goede beoordeeling over verscheen.

Steeds
UEddwdr.
Arij Prins

22In jaargang 1882 (blz. 234-236) van Eigen Haard, een bij H.D. Tjeenk Willink te Haarlem verschijnend periodiek, onder redactie van Hendrik de Veer, Dr. E. van der Ven en Charles Rochussen, was A. Cooplandt, Eene verlovingspartij verschenen. Merkwaardig is intussen dat Prins hier niet, en ook nergens elders, meedeelt dat jrg. 1883 (blz. 433-437) een novelle van A. Cooplandt bracht, getiteld Het Egyptisch lot. Deze novelle wordt ook niet vermeld door S.P. Uri in zijn Leidse dissertatie, Leven en werken van Arij Prins. Een bijdrage tot de studie van de beweging van Tachtig. Delft, 1935 (In het vervolg steeds geciteerd als S.P. Uri, L. en W.)
23Zola's La joie de vivre zag 't licht in maart 1884 en werd reeds op 23 maart door Van Deyssel in De Amsterdammer besproken onder de titel De vreugde van te leven. Korte tijd later verscheen bij F.C. Bührmann te Amsterdam een anonieme vertaling in twee delen, getiteld De vreugde te leven.
prepostterug  begin  verder