terug  begin  verderprepost

9

Scheveningen, 23 Octr. '84

WelEd Heer,

Ik neem de vrijheid het navolgende verzoek tot U te richten. -

Voor eenigen tijd is uitgekomen bij Beijers te Utrecht een bundel Realistische Schetsen.24 Uit de Couranten heb ik gezien, dat het vertalingen zijn van novellen

[p. 26]

van Maupassant en Verga. Daar ik gaarne kennis zou maken met de werken van laatstgen. schrijver, heb ik moeite gedaan dat werk te bekomen, mijne pogingen zijn echter te vergeefs geweest, wijl het niet in den handel is. -

Voor het geval, dat U deze schetsen bezit, zoudt U mij een groot genoegen doen, ze mij ter lezing te geven. -

Op spoedige terugzending en nette behandeling kunt U staat maken. -

Weet U ook wie de vertaler is?

Zooals U wellicht zult hebben gezien, is mijn novelle ‘Grootvader Bleys’ in de Augs-aflevering van ‘Nederland’ verschenen. -

Ik heb dezer dagen een grootere novelle voltooid, ‘De Geschiedenis van Jan Zomer’, die ik aan een onzer tijdschriften zal opzenden. -

Met veel genoegen heb ik uw kritiek25 over vd Bergs Studiën in de 2de Kamer gelezen. -

Ik ben 't met U eens, dat deze novelle zeer goed is. -

Weet U, dat H. vd Berg een pseudoniem is van Frans Netscher?26

U bij voorbaat dank zeggende voor de moeite die ik U veroorzaak, verblijf ik

Hoogachtend,
UEdwdr.
Arij Prins

adres: Kanaalweg 9.
Scheveningen.

24Realistische schetsen. Eene proeve van vertaling, verschenen in 1883 bij J.L. Beijers te Utrecht, bevatte anonieme vertalingen van Giovanni Verga (1840-1922), Nedda, La Lupa, Cavalleria rusticana en l'Amante di Gramigna (Nedda, De Wolvin, Eergevoel en Gramigna's Minnares), van Guy de Maupassant, Histoire d'une Fille de Ferme (Een Fransche boerenmeid) en van May Laffan Flitters, Flarden and the Counsellor, (Flitters, Flarden en de Raadsman), een in het volksleven van Dublin spelende novelle. Op 28 maart 1885 vroeg ook Frans Netscher aan Van Deyssel of hij deze bundel Realistische Schetsen van hem lenen mocht. Toen hij op 29 juli 1885 de bundel weer terugzond, schreef hij o.m.: ‘Van goed ingelichte zijde is mij medegedeeld, dat de “vertaler” is Mevrouw de Barones van Twiss, te Utrecht. Is er u iets van bekend?’ Op 18 april 1885 had Netscher reeds aan Van Deyssel geschreven: ‘Verga's verhaaltrant, naïf en frisch, deed mij hier en daar aan den toon der sprookjes van Andersen denken; hij beschrijft de realiteit der (uitwendige) handelingen, maar zijne psychologie houdt zich overal schuil. De novelle van May Laffan bevalt mij op sommige plaatsen bizonder veel, doch het slot is een romantisch effekt, ofschoon ongezocht.’ Zie ook Netschers artikel, Twee realisten (G. Verga, May Laffan) in het weekblad De Amsterdammer van 24 en 31 mei, en 1 juni 1885.
25Onder de schuilnaam H. van den Berg had Frans Netscher aan de september-aflevering van Nederland, jrg. 1884, Studiën in onze Tweede Kamer bijgedragen, nadien herdrukt onder de titel De val van een Minister in Netschers Studie's naar het naakt model, 's-Gravenhage, 1886, blz. 1-43. In het weekblad De Amsterdammer van 12 oktober 1884 was Van Deyssel zeer te spreken geweest over deze bijdrage, die tevens Netschers creatief debuut inhield. Elf jaar na de voor Netscher zo weinig vleiende brochure Over literatuur (1886) stond Van Deyssel nog volledig achter zijn oordeel over Netschers debuut, zoals blijkt uit de herdruk van dit oordeel in de Tweede bundel Verzamelde Opstellen, Amsterdam, 1897, blz. 105-110.
26Dit was aan Van Deyssel onbekend.
prepostterug  begin  verder