terug  begin  verderprepost

10

Voorbg 10 Novr '84

WelEd.Geb.Heer,

Ik ontving uwe vriendelijke letteren d.d. 30 Octr.,27 zoowel als de Realistische Schetsen, en zeg U ten zeerste dank voor de welwillende toezending. -

Met veel belangstelling heb ik reeds eenige novellen gelezen. Wat mij heeft gefrappeerd, is, dat de Vertaler een der krachtigste scenes ('t nachtelijk bezoek van den boer) in G. de M's novelle heeft weggelaten. Dit is waarlijk eene concessie aan de lezers, waardoor de vertaling in waarde vermindert. -

[p. 27]



illustratie
Frans Netscher

[p. 28]



illustratie
Frans Netscher aan Lodewijk van Deyssel

[p. 29]

Het zal mij een genoegen zijn U nu en dan te schrijven over de kunstr. die ons interesseert. -

Voor een lettertje uwerzijds houd ik mij steeds aanbevolen. -

Hebt U Yvette reeds gelezen; ik vind dit werk bepaald een der zwakste van Maupassant. Na Une Vie is hij waarlijk niet vooruitgegaan.28 -

Misschien is zijn oogziekte daarvan de oorzaak!

Eenige weken geleden schreef hij mij daarover ‘Je suis dans l'impossibilité absolue de lire quoi que ce soit, et même forcé de dicter ce que j'écris’.29 Treurig, niet waar.

Mijn laatste novelle30 zend ik naar Nederland. -

Ik ben nu bezig aan een novelle, waarin een paar boeren voorkomen; dit is een pendant van mijn Buitenkansje, en is getiteld Een warme dag. -

Het onderwerp valt mij, wat gemakkelijkheid aangaat, niet mede; ofschoon ik de boeren en het land wel ken, daar ik mijn halve leven op een dorp heb gewoond. -

Fr. Netscher heeft een critiek over Chérie in het Nederl. Magazijn geplaatst.31 Indien U 't stuk nog niet kent, raad ik U aan het te lezen. - Het is waarlijk wel de moeite waard.

Met Hoogachting,
UEddwdr.
Arij Prins.

[p. 30]

Mijn adres
is weder: Welgelegen
Voorburg.

Ik hoop in den loop van 't volgende jaar een bundel Novellen uittegeven, waarin ook Een Buitenkansje voorkomt. Grootvader Bleys zal ik maar begraven; ik vind dit stuk nu ik het weder heb gelezen toch minder goed. -

27Niet bewaard gebleven.
28Yvette dateert van 1884. Over de in april 1883 verschenen roman Une Vie zou Prins, onder de schuilnaam A. Cooplandt, een uitvoerige bespreking laten aanvangen in het weekblad De Amsterdammer van 28 juni 1885. Gerben Colmjon (De Nederlandse letteren in de negentiende eeuw, Amsterdam, 1953, blz. 341) acht het, wij geloven terecht, zeer waarschijnlijk dat Une Vie zijn inwerking op Van Deyssels Een liefde (1888) niet gemist heeft. Het staat vast dat in de kring der Tachtigers Une Vie druk gelezen werd. In 1883 leende Van Deyssel Une Vie uit aan Erens; op 8 januari 1886 retourneerde Aletrino deze door hem geleende roman aan Van Deyssel; op 10 augustus 1886 leende Van Deyssel andermaal Une Vie, samen met De Goncourts Manette Salomon (1867) aan Willem Kloos. Manette Salomon had Van Deyssel, op zijn beurt weer, op 17 januari 1886 van Arnold Ising jr. geleend. Op 29 september 1886 berichtte Kloos aan Van Deyssel: ‘“Une Vie” is bij Verwey; ik zal maken, dat je 't zoo spoedig mogelijk krijgt’.
29In een ongedateerde brief aan Prins (aanwezig in het L.M.) schreef De Maupassant letterlijk: ‘J'ai été longtemps sans répondre à votre aimable lettre ,mais me trouvant dans l'impossibilité absolue de lire quoique ce soit et forcé même de dicter ce que j'écris par suite d'une maladie des yeux (...)’
30De Geschiedenis van Jan Zomer. Deze novelle nam Prins echter terug nadat F. Smit Kleine (1845-1931) hem op 13 mei 1885 bericht had dat z.i. de redactie, tijdens de circulatie van de laatste proeven, het recht had zonder goedkeuring van Prins veranderingen aan te brengen. De novelle werd opgenomen in A. Cooplandt, Uit het leven. 's-Gravenhage, z.j. (1885), blz. 86-120.
31De in april 1884 verschenen roman Chérie door Edmond de Goncourt (1822-1896) werd door Netscher besproken in het te Gent verschijnende Nederlandsch Museum, sept. 1884, blz. 96-112.
prepostterug  begin  verder