terug  begin  verderprepost

12

Voorburg, 8 decr. '84

Wel Ed.Geb.Heer,

Ik ben voornemens eenige kritieken te schrijven over werken der jongere naturalistische auteurs (Robt. Caze,32 Ed. Rod,33 Fèvre - Desprez34 etc) welke ik gaarne in het weekblad de Amsterdammer zou plaatsen. -

[p. 31]

Wat dunkt U van mijn voornemen, en gelooft U, dat deze stukken worden aangenomen? -

Natuurlijk ben ik voor deze werken en stel ik vooral L'élève Gendrevin van R. Caze zeer hoog. -

Mijn novelle over de boeren ‘Een Warme Dag’, is gereed.

Ik zal het manuscript eens aan de redactie van ‘de Gids’ zenden, want het stuk is naar ik geloof nog al goed uitgevallen.

In afwachting uwer geachte berichten, verblijf ik met Hoogachting,

UEddwdr.
Arij Prins.

32Van Robert Caze (1853-1886) besprak A. Cooplandt, in het weekblad De Amsterdammer van 15 maart 1885, uitvoerig diens aan J.K. Huysmans opgedragen roman L'élève Gendrevin (1884). In het nummer van 28 februari 1886 wijdde hij aandacht aan een verhalenbundel van Caze, Dans l'intimité, terwijl hij in het Nieuws van den Dag van 12 juli 1885 Caze's La Semaine d'Ursule (1885) beoordeelde.
33Over Edouard Rod (1857-1910) heeft Prins, voor zover wij konden nagaan, niet geschreven. Van Deyssel had op dit tijdstip enkel Rod's La Chute de Miss Topsy (1882) gelezen.
34Louis Desprez (1861-1885) liet, in samenwerking met Henry Fèvre (1864-1937) in 1884 bij de Brusselse uitgever Henry Kistemaeckers, Autour d'un clocher verschijnen, een roman over de liefdesbetrekkingen van een pastoor met een dorpsonderwijzeres. Prins besprak dit boek (als A. Cooplandt) in het weekblad De Amsterdammer van 1 februari 1885.
prepostterug  begin  verder