terug  begin  verderprepost

14

Voorburg 13/ 12 '84

Geachte Heer,

Dank voor uwe inlichtingen inzake de kritieken voor de Amsterdammer. -

Indien U de goedheid wilt hebben hierover aan Dr. Kollewijn te schrijven, zult U mij zeer verplichten.

Ik zal ZEd schrijven zoodra het eerste artikel gereed is. -

Mijn voornemen is de meest belangrijke werken der jonge naturalisten te behandelen, ook al zijn ze reeds eenige jaren oud, o.a. wil ik een critiek geven

[p. 33]

illustratie

[p. 34]

over: ‘En Ménage’41 ‘Un Mâle’,42 ‘Une Vie’,43 ‘Une belle journée’.44 - De artikelen zullen echter niet groot zijn. Ik bepaal mij niet alleen tot hen, die bij Kistemaeckers uitgeven; zooals U weet zijn enkele der jongeren ook bij Tresse, Dentu en Charpentier.45 -

Wat mijn laatste novelle46 betreft, zoo heb ik deze eigentlijk op aanraden van anderen naar de Gids gezonden. -

Ik ben benieuwd of ze wordt opgenomen, misschien gelukt het mij in dit tijdschrift te komen. - Bij de Spectator ben ik wel geslaagd!

Bij Nederland heb ik reeds een novelle47 liggen; dit is de oorzaak dat ik mij nu niet tot dit tijdschrift heb gewend. -

Ik ben weder bezig aan een novelle uit het dorpsleven,48 welke begint met een beschrijving van een hooiland.

Kent U de ‘Kunstbode’. Wat is dit voor een blad49 en weet U ook wie in de Redactie zitten? -

Men wil met mij in onderhandeling treden over het schrijven van kritieken over tentoonstellingen van schilderijen. -

Ik heb dit werk meer gedaan, en in de Haagsche Courant beoordeelingen over de twee laatste tentoonstellingen geschreven.50 -

Daar ik echter op het oogenblik tot over de ooren in het werk zit, zal ik vermoedelijk aan de Kunstbode vragen dit werk aan een ander te geven. -

Zoudt U mij ook kunnen zeggen, hoe het is afgeloopen met het proces51

[p. 35]

contra Kistemaeckers en Fèvre-Desprez over ‘Autour d'un clocher’ Zijn ze veroordeeld of vrijgesproken? -

Ik wil hierover namelijk in mijn kritiek spreken.52 -

Excuseer svp de moeite, die ik U veroorzaak.

Hoogachtend,
UEddwdr.
Arij Prins

41En ménage (1881) door J.K. Huysmans (1848-1907) werd door A. Cooplandt besproken in het weekblad De Amsterdammer van 16 augustus 1885.
42Zie noot 3.
43Zie noot 28.
44Une belle journée (1881) door Henry Céard (1851-1924).
45Tresse, Edouard Dentu (1830-1884) en Georges Charpentier (1846-1907), Parijse uitgevers, waarvan Charpentier de belangrijkste was, persoonlijk bevriend als hij is geweest met Flaubert, de gebroeders De Goncourt en Zola, wiens Rougon-Macquart-reeks door hem werd uitgegeven.
46Een warme dag. Zie A. Cooplandt, Uit het leven. 's-Gravenhage, z.j. (1885), blz. 62-85.
47De geschiedenis van Jan Zomer. Zie noot 30.
48De dood van Jaap Oliehoek. Zie A. Cooplandt, Uit het leven. 's-Gravenhage, z.j. (1885), blz. 25-44.
49De Kunstbode. Weekblad gewijd aan muziek, tooneel, schilderkunst, beeldhouwkunde, kunstnijverheid enz. voor Holland en België. Het eerste, tien pagina's tellende, nummer verscheen in november 1884 bij J.J. Hofstede te Amsterdam.
50Handschriften hiervan zijn niet bewaard gebleven. De door S.P. Uri (L. en W., blz. 32) gedane naspeuringen bij Haagse couranten hebben niets opgeleverd.
51Louis Desprez (zie noot 34) werd op 20 december 1884 door het assisenhof van de Seine veroordeeld tot een maand gevangenisstraf en een boete van 1.000 francs omdat zijn roman Autour d'un clocher werd beschouwd als een flagrante aantasting van de goede zeden. Kistemaeckers kreeg eveneens een boete van 1.000 francs. Desprez' medewerker, Henry Fèvre, werd niet vervolgd omdat hij minderjarig was. Van 12 februari tot 12 maart zat Desprez zijn gevangenisstraf uit. Zijn toch al zwakke gezondheid had onder het zeer straffe gevangenisrégime, waarin o.a. Alphonse Daudet en Edmond de Goncourt vergeefs probeerden verzachting te bewerkstelligen, zozeer geleden dat hij op 8 december 1885 te Rouvres-sous-Lignol overleed.
52Dit heeft Prins maar zeer terloops gedaan.
prepostterug  begin  verder