terug  begin  verderprepost

15

(poststempel Voorburg, 31 Dec. 1884)

Geachte Heer,

Mijn eerste artikel over de jonge Naturalisten53 wordt een dezer dagen aan Dr. Kollewijn gezonden. -

Doordien ik ongesteld ben geweest, heb ik het niet eerder gereed gekregen. -

Uw voorgevoelen inzake mijn novelle v/d Gids is uitgekomen.54 Netscher schreef mij een dezer dagen, toen ik het hem mededeelde (op zijn aanraden heb ik het manuscript aan de Gids gezonden) ‘Ik bemerk wel dat de Gids onze Gids niet is.’55

Na Groeten verblijf ik met

Hoogachting
UEddwdr.
Arij Prins

Mijne gelukwenschen met de jaarswisseling.

53Dit artikel verscheen in het weekblad De Amsterdammer van 1 februari 1885. Het was getiteld De jonge naturalisten en voorzien van een aan Louis Duranty (1823-1880) ontleend motto: ‘Plus il trouvera de résistance plus sûrement le realisme sera vainqueur. Où il n'y a aujourd'hui qu'un homme, il en viendra bientôt cent quand le tambour aura battu.’ Na een algemene inleiding op de hele reeks, in welke inleiding Prins, alias A. Cooplandt, er op wees: ‘Ook Van Deyssel en Frans Netscher hebben in hunne kritieken voor het naturalisme gestreden’ -, volgde de bespreking van Autour d'un clocher. Zie noot 34.
54Op 14 december 1884 had J.N. van Hall aan Prins bericht: ‘Ik heb mij gehaast Uw stuk te lezen. Het spijt mij echter U te moeten mededeelen dat, hoewel uit Uwe novelle blijkt, dat Gij niet zonder vrucht bij de Fransche realistische conteurs dezer dagen ter schole zijt gegaan, zij in haar geheel niet voldoet aan de eischen welke de Gids meent te moeten stellen.’
55Netscher schreef letterlijk, op 17 december 1884: ‘Ik heb nu de overtuiging gekregen dat de Gids onze Gids niet worden zal.’
prepostterug  begin  verder