terug  begin  verderprepost

23

Am., 11 Maart '85.

Geachte Heer,

Gij zult in het Weekblad De Amsterdammer het stuk van Uw vriend Koster opgenomen gezien hebben. Wanneer hij nu om de twee à drie weken vooreerst dergelijke bijdragen zenden wil, zal dat goed zijn.

In Uw laatsten brief, vraagt gij of ik Germinal zal recenseeren in het Weekblad. Ik zal dit niet doen; de gelegenheid staat voor U b.v. ten volle open. Het zoû zelfs zeer wenschelijk zijn, indien gij zoo spoedig mogelijk een stuk over Germinal wildet schrijven; anders doet misschien de Heer Taco H. de Beer119 of zoo iemant, het.

Den brief, dien gij van Louis Desprez hebt ontvangen, zoû ik zeer gaarne eens lezen.

Intusschen verblijf ik, Uw dw.dr.

L. van Deyssel.

119Taco Hugo de Beer (1838-1923), was van 1877-1902 leraar aan een H.B.S. te Amsterdam. Richtte diverse taal- of letterkundige tijdschriften op: Noord en Zuid (1877-1907), Taalstudie (1879-1901), De Portefeuille (1879-1894). Van Deyssel was er beducht voor dat De Beers eventuele bespreking van Germinal van evengroot onbegrip zou getuigen t.a.v. de moderne romankunst als gebleken was uit o.m. de brochure die De Beer in 1868 te Bolsward had laten verschijnen: Madame Bovary in Holland. Kunstmiskenning.
prepostterug  begin  verder