terug  begin  verderprepost

24

Voorburg 30/3'85

Geachte Heer,

Bijgaand ontvangt U een afschrift van den brief van Desprez. -

[p. 52]

Met genoegen heb ik in het laatste Nr. van het Weekbl. een 2e stuk van Koster gelezen. - Vindt U ook niet, dat het goed is?

Mijn kritiek over Germinal120 zend ik dezer dagen aan den Heer Dr. Kollewijn; ik had gedacht dit reeds gisteren te kunnen doen, doch door drukke bezigheden was ik nog niet gereed. -

Mag ik U intusschen nog wel dank zeggen voor uw bericht omtrent dit boek. -

Hoe bevalt U Germinal.

Tegen St. Nicolaas komt een bundel novellen van mij uit met etsen. - Een uitgever heb ik gevonden.

Hebt U Les Béotiens van Nizet121 gelezen? De jonge belgische naturalisten zijn woedend over dit boek. -

Is het waar, dat de Amsterdammer (dag en weekblad) binnenkort ophoudt te verschijnen? Dit is mij dezer dagen medegedeeld, en daar ik niets van de zaak weet, zult U mij verplichten met mij hieromtrent eenige inlichtingen te geven

Hoogachtend
UEddwdr.
Arij Prins.

120Cooplandts bespreking van Germinal verscheen in het weekblad De Amsterdammer van 12 en 19 april 1885, voorzien van een aan Louis Desprez ontleend motto: ‘L'épopée de notre temps c'est la Comédie Humaine, c'est la Série des Rougon Macquart.’
121Dr. Henri Nizet, gewezen repetitor van de Brusselse universiteit, publiceerde in 1884, bij Henri Kistemaeckers, de roman Les Béotiens. Daarmee haalde hij zich niet zozeer de woede op de hals van de jonge Belgische naturalisten als wel die van de Brusselse journalisten, wier doen en vooral wier laten hij in zijn roman aan de kaak had gesteld. Van Nizet had Van Deyssel al eerder gelezen Bruxelles rigole (1883).
prepostterug  begin  verder