terug  begin  verderprepost

53A

In De Nieuwe Gids, Zevende Jrg. I, aflev. 1 (oktober 1891), blz. 112-117, besprak Lodewijk van Deyssel Huysmans' in 1891 verschenen roman Là-Bas, bespreking die voor de eerste maal werd herdrukt in Prozastukken, A'dam 1895, blz. 193-198. Nimmer herdrukt werd de van november 1891 daterende bespreking van Là-Bas, die onder de letters A.J. en onder de titel Het nieuwe werk van Huysmans werd bijgedragen aan het Maandblad Nederland, Jrg. 1891 III, blz. 369-394.

Hieronder volgt nu dat gedeelte van Van Deyssels Nieuwe Gids-recensie, waarin hij ook ter sprake bracht Prins' Sint Margareta, verschenen in De Nieuwe Gids, Zesde jrg. I, aflev. 2 (december 1890) blz. 153-170, en Prins' Een Koning, verschenen in De Nieuwe Gids, Zesde jrg. II, aflev. 6 (augustus 1891), blz. 337-352.

Dat boek van Huysmans is niet een kunstwerk. Het is niet een gedicht in verzen, het is niet een gedicht in proza.

Het is een aller-fraaiste causerie, een in artistieken stijl geschreven verhandeling, een uiterst belangrijk verslag, een mooye, waarneming- en gemoedvolle mededeelingenreeks.

‘Sint Margaretha’ en ‘Een Koning’ van Ary Prins zijn manjifieke korte kunstwerken van visie en stijl. Prins is twee maal van manier veranderd. Hij was eerst een naar-het-naturalisme-heene realist, een naturalist-eerste-periode, daarna, verwonderlijk hooger en anders, een scherpe en fijne, teêr-vreemde, hoog-brooze, angstig-subtile Poe-iaan, zoo ijl helder, zoo goddelijk-koortsig-hel, zoo woedendkalm-diep-schel, duivelachtig mooi, een ziel als een elektriesch verlichte hemelzaal; daarna, nu laatstelijk, in eensklaps volmaakte, nieuwen, eigenen stijl, de aller-intenst serreerende stylist, de zware, vreemde, volle, dikke, innige, met een meer dan dinstinktie zijnde, schoon geweten, soberheid, dichte visioen-kleuren goud-smedende, samen-steller van prachtig áffe, voor-goed-gemáákt-en-uitte, egale, egaal verwonderende, en als nobel-zonderlinge, uniek-vast-geschapene, ijs-en ijzerbloemen, met dauw van bewondering langs de effen-hecht-zuiver-koelewangen biggelend, stellig pralende kunst-stukken.

[p. 130]

Het is of er tusschen den stijl van Zola en dien van Prins een eeuw van verandering en groei is.

Leg nu aan den eenen kant naast Huysmans Zola en aan den anderen Prins, dan zal je begrijpen, waarom ik van Huysmans' boek meen, dat het niet een kunstwerk is.

Huymans moge zeggen van naturalisme spiritualiste zooveel hij wil, - zijn boek is geschreven naar de algemeene methode van zien en in de algemeene manier van taal, waarin Zola poëemen heeft gemaakt. Alleen het onderwerp is er een van eene kategorie die de gewone naturalisten niet plegen te behandelen. Maar het boek van Huysmans is naturalistiesch om zijn wijze van zien en zijn manier van zeggen, en dan niet zoo mooi dat het een poëem, een kunstwerk, zou zijn.

prepostterug  begin  verder