terug  begin  verderprepost

66

Hamburg 22 Oct.r '92

Waarde Heer Van Deyssel,

Ik had U al lang willen schrijven, doch door allerhande drukten ben ik er niet eerder toe gekomen.

Ik was ook in Nederland gedurende 3 weken, en zou U wel hebben geschreven om een afspraak te maken elkaâr ergens te treffen, doch daar ik hoorde, dat U ziek waart, heb ik dit nagelaten.

Hoe gaat het U thans? Naar ik hoop beter. Heeft het verblijf te Cleef U goed gedaan?

In de N.G. heb ik sedert lang niets van U gelezen. Dit komt wel door Uw ongesteldheid, niet waar?

[p. 151]



illustratie
Spotprent in De Nederlandsche Spectator

[p. 152]

Omtrent de cholera, die hier zoo erg heeft gewoed, hebt U wel alles in de couranten gelezen. Ik was hier tot den 20sten Sept.r dus gedurende de ergste periode. Gelukkig ben ik gezond gebleven; het was echter een beroerde tijd, iedereen, ook ik, voelde zich niet lekker door de veranderde levenswijze.

In dien tijd heb ik ook niets aan litteratuur kunnen doen, zoodat ik ook niets in deze aflevering van de N.G. heb. Ik ben echter thans weer bezig aan Dragamosus.

Iets anders. Zoudt U lust hebben eens voor een veertien daag, drie weken bij mij te komen logeeren zoo tegen het voorjaar. Thans zou ik U moeielijk kunnen onderbrengen, daar ik maar twee kleine kamers heb, bovendien is het thans geen prettig weêr, steeds regenachtig, terwijl de cholera hier nog blijft hangen.

De reiskosten zijn natuurlijk voor mijn rekening, ik zend U dan een rondreisbillet, en hier hebt U verder geen uitgaven, daar U bij mij woont.

Natuurlijk kan ik tot mijn spijt niet den ganschen dag met U zijn, aangezien ik tot 5½ uur op mijn kantoor ben, doch 's avonds zijn wij te zamen. Wilt U overdag werken, dan gaat U maar in mijn kamer zitten, wilt U in de stad die heel curieus is, ronddwalen, dan kunt U heel wat zien.

Gaarne hoor ik eens hoe dit voorstel U aanstaat.

Ik schrijf er U nu reeds over, daar ik mijn plannen altijd vroeg van te voren maak. Schikt het voorjaar U niet, dan zal ik trachten het vroeger te arrangeeren bijv. in December.

Ten slotte een vraag. In Nederland zijn eenige schrijvers geparodiëerd.373 Hebt U dit niet gedaan? Ik heb o.a. het hoofdstuk van een Terburg'schen roman gelezen.

Vele groeten, en hopende spoedig van U te hooren

t.t.
Arij Prins
Colonnaden 33
Hamburg

373Een scribent die zich enkel Willy noemde, parodieerde in Nederland, jrg. 1892 I, onder de titel Gezeefde romans, op blz. 75-81, 212-219, 346-352, respectievelijk Catharina Alberdingk Thijm, C.L. ter Reehorst en C. Terburch. Het wekt bevreemding dat Prins, nu hij toch schreef over 't tijdschrift Nederland. Verzameling van oorspronkelijke bijdragen door Nederlandsche Letterkundigen onder redactie van Mr. M.G.L. van Loghem (Fiore della Neve), met geen woord gewag maakte van Van Deyssels veelvuldige medewerking als A.J., schrijvend over zijn vader J.A. Alberdingk Thijm.
prepostterug  begin  verder