
H.P.G. Quack
AAN MIJN LIEVE VROUW
THÉRÈSE VAN HEUKELOM
Dit boek, in zijn twee gedeelten was in twee tijdperken geschreven voor vertrouwde vrienden en familie-leden. Het werd buiten den handel gehouden, in weinig exemplaren gedrukt. Doch menigeen, die er fragmentarisch, en zonder mijn weten, kennis van nam, drong bij mij aan op meer volledige verspreiding. Het werd veel gevraagd, ook aan de uitgevers. Mannen, op wier oordeel ik prijs stel, meenden, al te vleiend, er ‘een polsslag in waar te nemen van het economisch leven van een deel onzer Nederlandsche maatschappij, gedurende de belangwekkende periode van de weder-opleving in de laatste halve eeuw’ Ik gaf dus, na zeer verklaarbaren schroom, mijn uitgevers de toestemming het boek voor het publiek verkrijgbaar te stellen. Wat mij eigenlijk deed besluiten was de overweging, dat in dit geschrift duidelijk is na te gaan de stemming, de geest, waarin het werk ‘De Socialisten, Personen en Stelsels’ is geschreven. Men vindt daarin de ideeën, die mij bij het stellen van dát hoofdwerk hebben geleid. De goedgunstige lezer, indien mij die nú te beurt valt, beschouwe dus dit boek der ‘Herinneringen’ als een aanhangsel of bijvoeging, een begeleiding, ja zelfs min of meer als een toelichting, verduidelijking. uitbreiding en verklaring van mijn boek over de Socialisten. Ik ben mij-zelf intusschen wèl sterk bewust, dat ik enkele keeren
onwillens de grens der bescheidenheid soms heb overschreden, nú ik in dit boek volle rekenschap ga geven van mijn geheel persoonlijke opvatting. Daarom roep ik toegevendheid in.
H.P.G. QUACK.
Juli 1913.
Deze tweede druk is bijna geheel en al gelijk aan den eersten druk van het jaar 1913. Slechts is het cijfer mijner levensjaren nu op 1914 in plaats van 1913 gesteld. Enkele verbeteringen of kleine bijvoegingen zijn aangebracht, en het slot is in vorm iets gewijzigd. Het verloop der vijf laatste oorlogsmaanden heeft intuschen de atmosfeer van en rondom dit boek gevoelig aangedaan. In eenigszins doorbeefde stemming corrigeerde ik de laatste vellen. Was het verhaal van mijn leven nú nog van belang? De uitgevers meenden van ‘ja’. Ik volgde hun uitspraak.
H.P.G.Q.
December 1914.