terug  begin  verderprepost
[p. 231]

Hoofdstuk IV.
Robert Owen.

Toen in Frankrijk Saint-Simon en Fourier schreven en droomden, was in Engeland als socialist werkzaam Robert Owen. Hij kwam uit den kring der fabrikanten en bracht het eerste deel van zijn leven door te midden van het gesnor en gedreun der spinmachines en der weefgetouwen. Hij was een man der praktijk, die door de praktijk gewezen werd op al de ellende onder het werkvolk, en toen het plan opvatte in zulke armzalige toestanden verbetering te brengen. Het lijden zijner omgeving maakte een scherpen indruk op zijn zachten en vriendelijken aard. Hij was autodidact en wist van geschiedenis en traditie zooveel als niets. Doch daarentegen was hij een man van illusiën, vol blijden moed en vol vertrouwen op zijn verschillende geneesmiddelen, die hij aan de maatschappij wilde toedienen. Kalm, goedhartig, onverstoorbaar opgewekt, verkondigde hij hervormingen, straks naïefweg paradoxen en enormiteiten. Geheel zijn streven was de orde te herstellen in de productie-omstandigheden, die door de machine en het fabrieks-stelsel was verstoord, daar de oude methodes vergruizeld waren door de blinde kracht der concurrentie1). Hij leefde zóó lang, dat zijn persoon bijna vergeten was, toen hij, 87 jaren oud, in 1858 stierf. Toch was hij altijd-door werkzaam gebleven in één zelfde richting tot ééntonigheid toe. Een niet eindigende reeks lezingen, opstellen, betoogen, adressen, brieven, bladen, week- en maandschriften was door hem uitgegeven. Den ochtend van den dag waarop hij overleed, in het plaatsje van Wales, waar hij geboren was, en dat hij sinds zijn tiende jaar haast niet had teruggezien, was hij - volgens het verhaal van zijn zoon, den Amerikaanschen staatsman en vroegeren gezant te Napels - nog bezig geweest met het ontwerpen van een reeks voorlezingen, die de bewoners van dat stadje moesten overreden, om aan hun kinderen een betere opvoeding en opleiding te geven. Des avonds blies hij stil en vredig den adem uit. In den laatsten tijd van zijn leven waande hij zich omringd te zien door de geesten, die de

[p. 232]

tafelkloppers en spiritisten zeggen te kunnen oproepen; de geesten en vooral die van een ouden beschermer, den vader van koningin Victoria, moedigden hem aan, naar hij meende, zijn arbeid voort te zetten. Al het geld, dat hij als fabrikant verdiend had - een anderhalf millioen gulden - was eerlijk door hem aan al zijn plannen ten offer gebracht. Trouwens, wat beteekende in zijn oogen al dat geld en al zijn moeite tegenover het geluk, het rijk van liefde en gemeenschap, van ééndracht en gelijkheid, van zachtheid en rust, van harmonie, dat hij aan de menschheid wilde en kon brengen? Het duizendjarig rijk, het millennium, zou dáár zijn, als men slechts naar zijn plannen geliefde te luisteren. Een landelijke idylle zou den toestand vervangen van het vastgeklonken zijn in den rosmolen eener baatzuchtige, zelfzuchtige maatschappij. In plaats van steden zou men overal akkerbouw- en industriekolonies zien verrijzen. Aan zich-zelven en aan zijn eigen belangen dacht hij geen oogenblik, wanneer hij zich die zalige toekomst der maatschappij voorstelde. Toch had hij op het laatst van zijn leven den tijd om aan zich-zelven te denken. De Engelsche samenleving had wel werkelijk een korte poos in 't begin naar zijn woorden gehoord, maar weldra den rug hem toegedraaid, en hem alléén laten staan. Hij bleef echter maar voortredeneeren, verbaasd over zijn eigen isolement en over het onredelijke der menschen, om zijn rationeel stelsel dood te zwijgen.

1)Zie zeer goed Webb (Sidney and Beatrice) ‘The History of Trade-Unionism’, 1896, pag. 139 en 143.
prepostterug  begin  verder