terug  begin  verderprepost
[p. 213]

Hoofdstuk IV.
Fransche communisten en revolutionnaire socialisten.
Etienne Cabet.

Tot nu toe, bij het behandelen der Saint-Simonisten en der Fourieristen, hebben wij te doen gehad met eenigszins saâmgestelde ontwerp-constructiën en reconstructiën der samenleving. Deze socialisten waren fantasten, maar toch ook op hun manier talentvolle architecten: zij wilden in allerlei lijnen en vormen een maatschappelijk gebouw optrekken, en maakten kunstige, ingewikkelde teekeningen. Zij vermeden bij die bouwplannen vooral de platte lijst, die alles op dezelfde hoogte wil voeren en alles onder éénzelfde juk of tot éénzelfde maat terugbrengt. Zij waren verklaarde tegenstanders van de strekking die tot nivellement leidt. Zij wezen dadelijk af en veroordeelden zoo beslist mogelijk het beginsel van absolute gelijkheid. Zij wilden het deel, dat uit de gezamenlijke productie aan ieder mensch toekomt, altijd afhankelijk stellen van ieders arbeid, vermogen of talent. - Wij komen thans echter tot wat ruwere vormen. De mannen, wier streven wij thans in het Frankrijk van het midden onzer eeuw moeten nagaan, zijn heele of halve communisten, en willen van al die saâmgestelde indeelingen, van al die samenvoegingen en verrekeningen, voor zoover zij gebaseerd waren op ieders arbeid, niet veel weten. Zij achten dit te kunstig en te artificieel. Er was, volgens hen, daarin te veel boekhouders-vernuft, iets dat aan een ingewikkelde rekeningcourant deed denken. Hun methode was eenvoudiger en naïever. Er was, volgens hen, zooveel omhaal van kennis en geleerdheid niet noodig, om weder vast te stellen, dat alle menschen gelijk van aanleg en natuur waren, en dat zij gelijke aanspraken hadden op materieel welzijn. De natuur was aller gelijke moeder en voedster. Alle menschen hadden gelijke behoeften, en die behoeften moesten kunnen worden bevredigd en voldaan. Waar een verfijnde en afgeleefde menschen-maatschappij dit beginsel had vergeten en verlaten, dáár moest het slechts nadrukkelijk weder worden betoogd. Een duidelijke herinnering van de aloude leer zou zekerlijk haar uitwerking niet missen. Kalme voorstelling der vergeten waarheid zou hier bijna voldoende wezen. Men moest slechts oppassen en zorgen, dat er in den Staat zulke instellingen

[p. 214]

werden gemaakt, dat de gelijkheid zich nu ook duurzaam kon handhaven. Zóó oordeelden ten-minste de beste dier Fransche communisten, zich aansluitende aan de vredelievendheid, waarvan vroeger in Engeland Robert Owen, hun evenknie en meester, blijk had gegeven. Doch het viel niet te ontkennen, dat het streven dier school dikwerf samenliep met het ijveren dergenen, die in 't algemeen den geldenden Staat en maatschappij wilden omkeeren, die het betrekkelijk goed recht van de bestaande verhoudingen brutaal-weg ontkenden, die beginnen wilden om al het voorhandene af te breken, ten einde dan later de aarde meer bewoonbaar voor allen te kunnen maken. Waar elk particulier eigendom in de theorie werd opgevat als een soort van roof uit de gemeenschap, dáár werd natuurlijk van tijd tot tijd de hand toegereikt aan hen, die gewelddadig wilden optreden, om de menschen die niets hadden iets te doen bekomen van wat zij den buit van den rijkdom noemden. De logica van beide groepen van mannen was dezelfde, al verschilden zij hemelsbreed in de graden der toepassing. Communisten en revolutionnaire socialisten gingen dan samen.

prepostterug  begin  verder