terug  begin  prepost

X.

Dit was het testament van Proudhon. Toen het uitkwam, was hij reeds gestorven. Hij was geruimen tijd ziek geweest. Op den sterfdag van 19 Januari 1865 was er bittere rouw in het zeer bescheiden vertrek te Parijs, waar hij den laatsten adem uitblies. Hij ontsliep in de armen van zijn vrouw. Het was een kracht van Frankrijk, die door den dood verbrijzeld werd. Zelfs in de Tuilerieën werd dit gevoeld. De keizerin liet in zijn ziekte telkens naar hem hooren. En de arbeiders droegen in groote getale hem ter laatste rustplaats.

Hij was arm gestorven. Alles was zeer sober bij hem in zijn kleine woning. Toch ontbrak in die kamers niet geheel de religieuse tint. Mevrouw Ackermann, de echtgenoote van zijn ouden vriend - zie bladzijde 510 van dit deel - was ten-doode geërgerd, toen zij in het kamertje van Proudhons vrouw een crucifix zag hangen. Trouwens in zijn elfde studie van het derde deel ‘De la Justice dans la Révolution et dans l'Eglise’ had hij - zij het als antithese tegen de knielende houding van den man - de woorden neêrgeschreven: ‘la femme qui prie est sublime’1). Voor het gezin werden door de vrienden de nog in handschrift zich bevindende nagelaten geschriften uitgegeven2). Zóó zagen achter elkander het licht: 1o ‘Théorie de la propriété’, nalezingen op den strijd van Proudhon over den eigendom3); 2o ‘France et Rhin,’ bijdragen tot de polemiek, die hij over de buitenlandsche politiek der laatste jaren van Napoleon III had gevoerd; 3o ‘La Pornocratie ou les femmes dans les temps modernes’, een vervolg op de terechtwijzigingen, die hij zoo dikwijls aan de school van George Sand had toegediend, wanneer zij de vrouw wilde rukken uit de plaats, die haar in het huisgezin was aangewezen: zijn formule voor de vrouw was: ou ménagère ou courtisane; 4o een fraai boek getiteld

[p. 612]

‘Du principe de l'Art et de sa destination sociale’, waarin hij, op zeer eigenaardige wijze, de richting in de kunst van zijn landsman Courbet waardeerde en ontleedde; 5o de aanteekeningen, die hij gewoon was, bij zijn dagelijksche lezing en overdenkingen van den bijbel, op de bladen van de ‘Vulgata’ neêr te schrijven: ‘Les Evangiles annotés par Proudhon’; 6o het boek dat in 1896 is uitgegeven: ‘Jésus et les origines du Christianisme, préface et manuscrits inédits, classés par Clement Rochel’. Clement Rochel liet later ook nog het licht zien een boek van Proudhon over Napoleon I, en (1900) een boek met annotaties over de Mémoires van Fouché: (‘Commentaires sur les Mémoires de F.’)

Zijn oudste dochter Catherine1) gaf voorts zijn briefwisseling uit in veertien deelen. Het is te bejammeren, dat die verzameling brieven zoo uitgebreid is geworden. De aandacht van het publiek kon haar niet volgen. Waren de beste dier brieven in twee of drie deelen saâmgedrongen, dan zou dit werk een verrassend meesterstuk zijn gebleken2). Nù worden die brieven slechts. gelezen door hen, die een studie van Proudhon maken.

[p. 613]

In den kring der Fransche arbeiders blijft zijn beeld onvergeten.

Hij is voor hen, ook al zijn zij het niet met hem ééns, de geleerde, de wijze bij uitnemendheid. Een vast type, waarvan Daudet en anderen gebruik maken, is onder die arbeiders altijd: ‘l'homme qui a lu Proudhon’. Trouwens Proudhon verschafte wel is waar hun drie uiterst bedenkelijke en schrik-aanjagende strijdleuzen, reclameklanken die eigenlijk iets anders be teekenden dan de woorden uitdrukten: ‘La propriété c'est le vol’; - ‘Dieu, c'est le mal’; - ‘L'ordre c'est l'anarchie’; - doch voorts drie zwaarwichtige en voor de werklieden bijna diepzinnige parolen: ‘gratis-crediet’, ‘mutuellisme’ en ‘fédéralisme’. Hij gaf eindelijk den waren titel aan de werken, die over economische en sociale onderwerpen saâmgesteld worden. Adam Smith in zijn benijdbaar optimisme had geschreven over den ‘Rijkdom der Naties’; Proudhon noemde zijn boeken: ‘Onderzoek der Ellende’, ‘Philosophie de la Misère’.

Maar hij deed meer. Hij trok voor de socialisten de tweede groote lijn, die zij zouden kunnen opgaan, en die een groot deel van hen werkelijk heeft gevolgd. Tegenover het stelsel van een stevig georganiseerd collectivisme, dat de meesten als programma aannamen, wees hij de richting aan van het anarchisme. Legde het collectivisme den nadruk op een vast associatie-verband, op orde en tucht in het optreden, op het offeren van eigen wil aan de gemeenschap, op het gehoorzamen aan autoriteit, op verovering en gebruik ten eigen bate van de macht der kapitalisten: zoo bedoelde het anarchisme de souvereiniteit der vrije persoonlijkheid en de volledige toepassing der wederkeerigheid. Het contracts-idee werd door dat anarchisme geplaatst tegenover het Staats-idee der collectivisten. Het centrale punt der samenleving, dat bij de collectivisten oorsprong, drijfveêr en oorzaak der menschelijke beweging en van het verkeer moest wezen, werd bij Proudhon product en resultaat der maatschappij. Zóó scheen hij terug te keeren tot paden en banen der economie. Doch de economisten zagen zeer spoedig in, dat van de twee vijanden, die zij te bestrijden hadden: het collectivisme en het anarchisme, de laatste der twee de gevaarlijkste en felste was.

Wel is waar stelde Proudhon zich nog niet op het standpunt van feitelijkheden. Bij hem is alles nog zuivere theorie. Hij ontwikkelt zijn leer nog slechts in tallooze boeken, brochures en kranten. Hij gaat niet zelf vechten, op een barricade strijden. Zijn beste en meest geliefde leerlingen zijn bedaarde lieden als een Darimon, een Langlois, een Chaudey. Slechts ter-loops hoort men later van revolutionnaire Proudhonisten als een Joseph Dejacques, een Bellegarrigue, een Ernest Coeurderoy1). Maar

[p. 614]

na zijn dood, tegen het einde der negentiende eeuw, zou deze theoretische leer de ombuiging krijgen, die haar zou stempelen tot het bloedig ‘anarchisme van de daad’. De bom, vroeger door Proudhon zorgvuldig geïsoleerd en omhuld, brak los. In de asch der materialen, door Proudhon bijééngebracht, begonnen de kolen te branden1).

 

einde van het derde deel.

1)Zie over die aandoeningen van Proudhon de ‘Cahiers de la Quinzaine’ van Charles Peguy (treizième cahier de la deuxième Série 1901) pg. 21-30.
2)Zijn weduwe sterft Juli 1900; 71 jaren oud.
3)Over de ware beteekenis van dit boek, ook in verband met de zinsnede uit de ‘Idée générale de la Révolution au XIXe siècle’ - zie pag. 587 noot, hierboven - vergelijke men de woorden van César de Paepe op het congres der ‘Internationale’ te Brussel in 1868, in het verslag van dat congres pag. 10 en 28.
1)Catherina huwde later met den heer Henneguy, in 1910 professor aan het Collège de France.
2)Wij hebben van die brieven, die door Langlois van een inleiding zijn voorzien, een dankbaar gebruik gemaakt bij het bewerken van dit hoofdstuk. De inhoud der correspondentie wordt voornamelijk belangrijk na het jaar 1848. Vóór dien tijd merken wij slechts o.a. op (zie deel II p. 198 en ook p. 267) een verrassenden brief van Karl Marx. Bijzonder veel licht werpen de brieven op de tijden van het tweede keizerrijk. In die brieven ziet hij voor Frankrijk sedert 1863 't gevaar van Duitschland: ‘l'Allemagne qui aime et hait’. Belangrijk vooral is de correspondentie met Charles Beslay, met Darimon, met Langlois, met Chaudey en met zijn ouden vriend Charles Edmond. In al die brieven openbaart zich als van-zelf zijn onbaatzuchtigheid, zijn reinheid, zijn heftigheid, maar ook zijn goedheid. Wij halen slechts een enkel fragment aan uit een brief (zie deel XIII, p. 320), om te laten zien hoe teeder zijn toon voor zijn vrienden is. Ziehier de wijze waarop hij - 7 Juli 1864 - een vriend uit België (Felix Delhasse) bedankt, die hem, op zijn verzoek, een klein geldelijk voorschot tijdens zijn ziekte wil geven: ‘j'ai lu votre dernière lettre à ma femme. Tout ce qui vient de Belgique, de vous surtout, cher ami, est reçu avec acclamation, même avant lecture; il suffit que l'on ait vu la signature. Cette fois, j'ai écarté les enfants qu'il ne convient pas d'initier si tôt au secret des affaires, et qui, pour vous aimer, n'ont pas besoin de reconnaissance. Ma femme, à qui je n'avais pas fait part de ma lettre, a été pénétrée jusqu'au fond du coeur de votre réponse, et j'ai senti, à l'embrassement qu'elle m'a donné, combien elle était saisie de l'amitié qui règne entre nous. Ce baiser plein d'émotion a été la seule réponse qu'elle ait faite: vous connaissez trop le coeur humain et la nature pour ne pas apprécier tout ce qu'il y avait là d'amour pour vous, d'admiration et de reconnaissance: quant à moi, j'y ai gagné ceci, que je lui parais meilleur encore depuis qu'elle me voit de pareils amis.’
1)Zie Michel Bakounine, ‘Oeuvres’, Paris 1895, Introduction pag. XXIII. Over Joseph Dejacques, zie ‘Les Temps nouveaux’ van 22/28 Avril 1899, en van 29 Avril/5 Mai 1899. Vergelijk voorts over Dejacques, Gustave Lefrançais ‘Souvenirs’ 1902, p. 191 seqq. en zie den grooten brief van Dejacques van Mei 1857 aan Proudhon in het supplement van ‘Les Temps nouveaux’, deel II, p. 337. Hij sterft arm 1864 - Over de geschriften van Anselme Bellegarrigue uit Toulouse, later in Amerika (schoolmeester te Honduras) zie ‘Les Temps nouveaux’ van 17 Februari 1906 pag. 7/8. - Over Ernest Coeurderoy, zie een stuk van hem in het supplement van ‘Les Temps nouveaux’ van 28 Juli 1906, en een artikel van Max Nettlau in het ‘Archif für die Geschichte des Sozialismus und der Arbeiterbewegung’, herausgegeben von dr. Carl Grünberg, Erster Jahrgang, 2tes Heft, 1911, pag. 316-333.
1)14 Augustus 1910 inaugureert de President der republiek, Fallières, op een politieke reis naar Zwitserland, een monument voor Proudhon te Besançon. Het wordt aldus beschreven: ‘Proudhon est assis, un livre ouvert sur ses genoux, la justice debout, appuyée une main sur l'épaule du penseur, élève de l'autre main le flambeau de la Vérité. Un jeune homme, agenouillé sur le socle du monument, tend une palme, symbole de la reconnaissance des ouvriers à Proudhon’. De minister Viviani hield de groote feestrede, gevolgd door een cantate van Couyba, de sénateur, thans 1911 minister. Viviani stelt Proudhon tegenover Marx. Marx is, volgens hem, de fataliteit; Proudhon de actie. Proudhon wil de unie der arbeiders en der middenklasse: hij is de man der syndicaten-beweging. Hij is de man der boeren. Hij is de man der ‘justice’ in alles.
prepostterug  begin