terug  begin  verderprepost
[p. 160]

Hoofdstuk VII.
Grepen uit Noord-Amerikaansch socialisme.

Onze taak is eigenlijk in hoofdzaak afgewerkt. De reeks socialistische leiders, die wij van den aanvang der geschiedenis tot op onzen tijd hebben pogen te teekenen, heeft voor de negentiende eeuw haar hoogte- en eind-punt bereikt in twee aanvoerders, die als de ‘broeders-vijanden’ der oudheid tegenover elkander staan. Terwijl het leger der socialisten blijft kampen tegen de economische orde van zaken der negentiende eeuw, is het tegelijkertijd onderling heftig verdeeld. Marx stelt zich strak tegenover Bakounin. Het Marxistisch collectivisme en het anarchisme bekampen elkander met scherpe wapenen. De toekomst zal over den gang van dat drama beslissen. Intusschen hebben wij - daar het slot van ons onderzoek zich uitstrekt tot het einde der negentiende eeuw - na te gaan, of in de nadere verspreiding en voortgang van het socialisme niet hier en dáár persoonlijke manifestaties voorkomen, die iets eigenaardigs nog hebben. Groote oorspronkelijkheid, fonkelnieuwe denkbeelden zullen onder die socialisten der laatste dagen van de negentiende eeuw niet meer te vinden zijn. Wij krijgen te doen met herinneringen en verwerkingen van vroegere stelsels. Toch komt hier en dáár nog wel iets aparts voor den dag. Een andere draai, een andere vorm, een andere variatie wordt gegeven aan het oude bekende thema. Wel zijn het meestal echo's van vroeger, doch onder de geluiden die wij hooren treffen toch ook soms toekomst-signalen onze aandacht. Nu is het niet onduidelijk, dat de betrekkelijk meest karakteristieke afwijkende tonen geleverd worden door de twee landen, tusschen welke de socialistische stroom thans zijn golven voorwaarts stuwt. In Midden-, Westelijk- en Zuid-Europa wast nog voortdurend de vloed van het socialisme, doch als een stroom - denk aan den Rhône als hij te Genève uit het meer komt - van twee scherp belijnde en afzonderlijk gekleurde rivieren. Aan de twee zijden van dat Germaansch-Romaansch Europa, met zijn vaste regelmatige voortschrijding van het socialistisch idee, staan aan den éénen kant de Vereenigde Staten van Noord-Amerika en houdt aan den anderen kant Rusland de wacht. Het zijn twee werelden, jong en

[p. 161]

in gisting. Het oude Europa ziet bij wijlen met schrik naar die twee geweldige gewesten. Dieper en dieper dringt zich echter in 't hart een besef van het feit, dat de horizon der menschheid verder reikt dan den gezichts-einder, die den blik der oude wereld begrenst. In dat Noord-Amerika en in dat Rusland is alles intusschen nog slechts in wording. Het waarachtige leven zal dáár nog eerst beginnen. Voor ons doel hebben wij er enkel op te letten, hoe het socialisme, grootendeels als erfstuk van Centraal-Europa, dáár door sommige breinen werd opgevangen en verwerkt. Beide groote werelden, zoowel Amerika als Rusland, zonderen zich in zooverre dadelijk af van het socialistisch Europa, dat de scherpste koppen aldaar, bij hun ordening en groepeering der socialistische denkbeelden, veel meer dan de leiders in Europa, acht geven op het godsdienstig begrip: de religie is een element waarmede zij werken. In de tweede plaats bekommeren zij zich meer, dan Marx of Bakounin toelieten, met een vervorming van het huwelijk: zij zoeken naar wijzigingen der routine van het gewone maatschappelijk echtelijk leven; zij wenschen ook, wat het huwelijk betreft, zich soms los te maken van de oude vormen der samenleving, en komen aldus tot grillige en bizarre levensverhoudingen. Eindelijk kunnen zij nog, ten spijt van oude grenadieren der oude Europeesche garde, droomen en soezen.

Wij zullen in dit hoofdstuk enkele grepen doen uit het Noord-Amerikaansch socialisme1), en richten hier de aandacht op drie punten: op de vestiging der communauteiten; op de theorie der land-nationalisatie zooals zij door Henry George werd uitééngezet; en op het aandeel dat sommige socialisten namen in den strijd tegen wat zij noemden het kapitalisme. De strijd tegen het ‘invreten’ van den kanker der kapitalistische trust-beweging in Noord-Amerika komt eerst in de twintigste eeuw.

1)Raadpleeg over het Noord-Amerikaansch socialisme het boek van Morris Hilquit ‘History of Socialism in the United States’, New-York, 1903. Zie over dat boek ‘La Revue socialiste’ van Juni 1904, en ‘Die neue Zeit’, 1903/1904, II, p. 388 seqq. Een Duitsche vertaling verscheen October 1906.
prepostterug  begin  verder