Ad 3. Victorinus Strigelius (1524-1569) aant.
Victorin Strigel (Strigelius) werd te Kaufbeuren geboren en overleed te Heidelberg. Hij was
een luthers theoloog die in Freiburg im Breisgau had gestudeerd. Leerling van Melanchthon te
Wittenberg in 1542, wordt hij in 1544 magister. Vervolgens kreeg hij in 1548 de opdracht van
de zonen van keurvorst Johann Friedrich I van Saksen om (samen met zijn collega Stigel) een
theologische hogeschool (het ‘Collegium Jenense’) op te richten dat in 1558 zou uitgroeien tot
een universiteit. In hetzelfde jaar raakte hij in een heftig conflict met de strikte lutherse
theoloog Matthias Flaccius Illyricus vanwege het synergisme dat onder meer door
Melanchthon en diens leerlingen Pfeffinger en Strigel werd verdedigd. Volgens deze leer heeft
de menselijke wil een aandeel bij de bekering (d.w.z. een bekering hangt niet louter van Gods
genade af). Deze theologenstrijd leidde er zelfs toe dat Strigel in 1559 te Gotha op
Grimmenstein werd gevangen gezet. Door de tussenkomst van keizer Ferdinand en enkele
lutherse vorsten werd hij echter in vrijheid gesteld. Na een definitieve afrekening met Flaccius
wordt hij in 1563 hoogleraar en rector te Leipzig. Vandaar vertrekt hij in 1567 naar Amberg in
de Opperpalts waar hij voor het calvinisme kiest. In hetzelfde jaar wordt hij hoogleraar in de
ethiek te Heidelberg. Zijn belangrijkste werk is getiteld Loci theologici (1581-1584).
Strigels psalmcommentaar in het Album J. Rotarii is met enkele minieme tekstvarianten
te vinden in zijn Hypomnemata in omnes Psalmos Davidis (editie: Lipsiae [1563], p. 243).