terug  begin  verderprepost

The cruel sea

In de maanden juni en juli 1942 gingen drieëntwintig Nederlandse schepen ten onder. In de Caraïbische Zee, voor de kust van Afrika, in de Engelse wateren, de Indische Oceaan, de Pacific, de Atlantische Oceaan, op weg van Zuid-Afrika naar Engeland, op de vaarwegen naar New York en Archangel, bij Trinidad en Haifa, Brisbane en Sidney...

Soms werd niets meer van schip en bemanning vernomen. Van het schrikkelijk lot waren alleen de Duitse piraten getuige, op een afstand toekijkend hoe hun slachtoffers de vergeefse strijd streden op een brandend en zinkend schip, in stukgeschoten boten, zwemmend of zich vastklampend aan drijfhout, een

[p. 132]

gevecht van een uur, twee uren, soms dagen. Een vergeefse strijd waarvan niets meer bekend is dan de datum en de haven van afvaart en een bestemming die nooit werd bereikt.

Vaak waren aan boord niet meer dan vier of vijf Nederlanders, de rest van de bemanning bestond uit Chinezen, Indonesiërs, Laskaren of ander volk, dat van de oorlog en de zaak waarom gevochten werd niets begreep en alleen maar wist van het dodelijk gevaar onder water, de bellenbaan van de torpedo of het kanon dat plotseling opdook, vernietigde en met de onderzeeboot weer verdween.

Hier heeft u enkele namen van mannen die onze oorlog met hun leven moesten betalen. Ze stierven nu twintig jaar geleden en in de armelijke hut in het dorpje op Java of India of Jamaïca weet men niet meer dan dat Abdul of Omer of Pedro of Usman of Sevastiao nooit teruggekomen zijn. Ze zijn gedood in een oorlog van de blanken, verdronken in een zee die de nabestaanden zelfs nooit hebben gezien, op weg naar een haven, die ze op geen kaart kunnen aanwijzen.

Daroesman, Lumenpouw, Wawa Lalla, Jeewa Soma, Sunker Dewa, Peria Rama, Cha Zarim Meer Ahmed, Usman Omer Kahn, Carmillo Jacques, José Pinto, Kader Mohi Deen, alle schepelingen van De Weert op weg van Mombassa naar Durban en op 1 juli 1942 door een Duitse onderzeeër met kanonvuur tot zinken gebracht. Negenenzestig mensen vonden daarbij de dood en daar waren Pedro en Abdul en hun vrinden ook bij.

 

Als men de verhalen van onze zeevaarders in oorlogstijd leest, blijkt wel dat het gedrag van de Duitse kapiteins heel verschillend was. Er waren er die alvorens het schip in de grond te boren, de bemanning de gelegenheid gaven in de sloepen te gaan. Ze gaven koersen en afstanden op naar de dichtstbijzijnde haven en er zijn zelfs gevallen bekend waarin ze de slachtoffers van mondvoorraad en medicijnen voorzagen.

Anderen torpedeerden zonder waarschuwing, bekommerden zich niet om de schipbreukelingen, terwijl er ook gevallen bekend zijn, dat het vuur op de slachtoffers werd geopend terwijl ze al in zee lagen of in de sloepen een goed heenkomen zochten. Vooral de Japanners hebben in dit opzicht staaltjes van onvoorstelbare wreedheid en moordlust vertoond. Ik vraag mij af of deze ploerten na de oorlog zijn opgespoord en gestraft, of lopen we de kans dat we ze op de kade in Rotterdam weer tegen kunnen komen, eerzame kapiteins van gloednieuwe schepen...?

Weliswaar liep de duikboot die een schip torpedeerde daarmee de kans zijn eigen positie te verraden. Immers op het getroffen schip was men vaak nog in staat radioseinen uit te zenden, die konden worden opgevangen door vliegtuigen of oorlogsschepen. De duikboot moest dus in vele gevallen snel van de plek verdwijnen. Gelegenheid om de slachtoffers van zijn eigen geweld aan boord te nemen was er meestal ook niet. Daarvoor waren de boten verplicht vaak zeer lang op zee te blijven zonder een haven aan te doen.

Een moeilijke positie dus, die de duikbootoorlog een extra wreed accent geeft.

[p. 133]

Voor vele Duitse en Japanse officieren kennelijk nog niet wreed genoeg...

 

Een riskant beroep, zeeman in oorlogstijd. Er zullen er velen geweest zijn die hun werk graag voor een baantje aan de wal wilden ruilen vooral in die landen en havens die neutraal waren of ver buiten het oorlogstoneel lagen. Maar de mannen waren verplicht te varen. Desertie werd zwaar gestraft en dienstweigering aan boord eveneens.

Deze mannen waren geen soldaten. Vaak waren ze veel ouder dan de dienstplichtige leeftijd en nochtans hadden ze in de oorlog hun gevaarlijke rol te spelen en ze hebben hun taak verricht met een mannenmoed en vaak laconieke dapperheid, die wel sterk afsteekt tegen de houding van velen aan de wal, die in hun (begrijpelijke, o ja!) vreesachtigheid al te grif voor de (vaak loze!) Duitse dreigementen bukten.

Het gaat niet aan iemand verwijten te maken omdat hij geen held is, maar dit soort volgzame walleklanten zou bij wijze van spreken op z'n minst levenslang behoefte moeten voelen elke zeeman die de oorlogsjaren op het grote water heeft doorgebracht, eerbiedig te groeten.

 

Dit zijn enkele van de belevenissen, die deze mannen hebben meegemaakt, nu twintig jaar geleden, in de maanden juni en juli 1942:

Het ms Alioth was op weg van Birkenhead naar Kaapstad. Op 10 juni 1942 werd het schip door een torpedo getroffen. Het bleek al spoedig dat het niet meer te redden was. De machine weigerde, het stuurgerei was vernield, de tunnel vol water. Er was een groot gat even boven de waterlijn, waardoor het water naar binnen stroomde. De geheime documenten werden vernield. De reddingboten werden gevierd. Bij het vieren van de stuurboordboot werd door de onderzeeër op deze boot geschoten. Tien dagen en nachten werden in de reddingboot doorgebracht. De mensen waren doorweekt van de hevige regens...

Het ss Aagtekerk werd op zondag 14 juni 1942 in de Middellandse Zee door dertig duikbommenwerpers aangevallen en in brand geschoten. Het schip had 110 ton petroleum en vliegtuigbenzine aan boord. Kapitein Romein, alhoewel zwaar verbrand aan armen, handen en gezicht, bleef kalm de leiding voeren...

Het ms Olivia werd op 14 juni 1942 in de Indische Oceaan getorpedeerd. Van 15 juni tot 13 juli, een maand dus, zwalkte men in een reddingboot op de oceaan, tot men eindelijk in de nacht strandde op een klein eiland. Rukwinden braken de mast, dag en nacht moest gehoosd worden, de Chinezen in de boot waren onwillig en muitten om meer water en voedsel, maar er was niet meer. De machinist Timme stierf onderweg. Ook de bedienden Pang Yong Kim en Ling Ah King. Later ook de bootsman Ling Chay, de matroos Lau Ah Pang, en de koks Lim Ya Ya en Wong Hong.

Bij deze ramp kwamen 42 mensen om het leven.

Op 5 juli 1942 werd de Paulus Potter op weg naar Rusland in de noordelijke wateren door zeven vijandelijke vliegtuigen aangevallen. Het schip verdedigde zich met alle middelen, maar toen drie machinegeweren buiten gevecht waren

[p. 134]

gesteld, het roer gebroken, de machinekamer vol stond en de kolen uit de bunker rolden, werd de toestand onhoudbaar. Bovendien was de scheepswand doorzeefd. Men ging in de boten. De gezagvoerder met zes leden van de bemanning liepen bevroren ledematen op. Ze werden opgepikt door een Russisch schip en in Archangel moesten amputaties worden verricht...

Het ss Kentar ging op 31 juli 1942 in de Atlantische Oceaan verloren. Het ketelruim werd getroffen door een torpedo. Van de tweede en vijfde machinist en vijf Chinezen die in het ruim de wacht hadden, werd niets meer vernomen. Bij het vieren van de sloepen kwamen de derde en vierde machinist met zware brandwonden aan dek. Ook de kanonnier had zware verwondingen opgelopen. Ze stierven alle drie in de reddingboot.

De tweede stuurman redde zich met vijf anderen op een vlot, aangezien er geen boten meer waren. Vijftien dagen hebben ze daarop gebivakkeerd. Wel kwamen schepen en vliegtuigen in de buurt, maar ze werden niet opgemerkt. Ook kwamen ze tamelijk dicht in de buurt van een eiland, maar de zware stroom belette hen te landen en dreef hen opnieuw de zee in. De gezagvoerder werd het laatst gezien op het sloependek, waar hij bezig was de marconist te zoeken om het noodsein uit te zenden. De kleine werkboot waarin hij zich met twee Javaanse bedienden op het laatste nippertje nog trachtte te redden sloeg door de zuiging van het zinkende schip om. Ze kwamen om het leven.

 

Dat is het zeer bekorte verhaal van vijf van de drieëntwintig schepen die ondergingen. Twintig jaar geleden om deze tijd.

21 juli 1962.

prepostterug  begin  verder