Voor ditmaal niet iets wat juist twintig jaar geleden gebeurde. Het was februari 1941. Het was de eerste grote Duitse drijfjacht op Nederlandse joden. Er werd ook voor de eerste maal een duidelijk Nederlands antwoord gegeven: De Februaristaking. Dat is met elkaar geen zaak waarvan men de jaren telt, dat het voorbijgegaan is. Dat is gisteren gebeurd. Het moge tot in alle eeuwen gisteren blijven...
Nochtans, de tijd is als sneeuw. Sneeuw van vergetelheid over de moorden van toen. Als we niet oppassen blijft straks alleen De Dokwerker staan, een monument als alle andere. Wát er gebeurd is ontroert ons niet meer dan de brand die Nero in de stad Rome stak.
Daarom dit artikel. Het is een verhaal van ooggetuigen, die vertellen hoe het de Amsterdamse mannen is vergaan, die in februari werden opgepakt. Het is te vinden in het boek van dr. Eugen Kogon: Der ss-Staat.
Ik heb een ogenblik gedacht dat het té verschrikkelijk was om hier neer te schrijven. Maar ik herinner mij hoe we in de oorlog ook de eerste ooggetuigen-
berichten uit Polen kregen, hoe we ons op de rommelige papiertjes hebben zitten blind staren, hoe onze denk- en gevoelswereld uiteen werd gerukt, hoe we na twee slapeloze nachten in onze kleine kring hebben gestemd en daarmee viel het besluit: niet publiceren. Dit gaat te ver... Het ging niet te ver! Het was allemaal nog erger dan daar geschreven stond. Daarom nu dit:
Van de joden die in februari 1941 gevangen werden, kwamen er 389 naar Buchenwald.
En dan gaat Eugen Kogon verder:
‘Het ruwe klimaat van het kamp greep de Hollanders erg aan. Bovendien werd de Hollanders verboden uit de barakken te gaan. Allen die toen al in de ziekenbarak waren, werden of direct “abgespritzt” of nog juist op tijd als “gezond” weggestuurd. Spoedig daarna leefden er nog maar 341. Voor hen kwam de order om naar Mauthausen getransporteerd te worden.
Twee politieke gevangenen uit Mauthausen, die later naar Buchenwald werden overgeplaatst, de Pool Adam Kuczinski en de Duitser Ludwig Neurmaier, berichtten het volgende over het lot van de Hollandse joden:
Het transport kwam te middernacht aan. De kampbewoners van Mauthausen mochten hun barakken niet verlaten. Vijftig van de pas aangekomen joden werden uit het bad naakt het kamp ingedreven en in de elektrische omheining gejaagd. Alle overigen kwamen in één blok... De tweede dag na hun aankomst werden de joden in de steengroeve gejaagd. Ze mochten de 148 treden, die naar de diepte leidden, niet begaan, maar ze moesten zich langs de daarnaast gelegen helling, bezaaid met losse stenen, naar beneden laten glijden. Dat bezorgde velen al de dood of in ieder geval zware verwondingen. Dan kregen ze de zware plank die nodig was om stenen te dragen op hun schouder en toen werden twee gevangenen gedwongen bij iedere jood een overzware steen op de plank te leggen. Dan ging het in looppas de 148 treden op! Voor een deel vielen de stenen direct al naar beneden, waardoor van menigeen die erachter liep de voeten werden verpletterd. Elke jood die zijn steen liet vallen, werd verschrikkelijk geslagen en de steen werd opnieuw opgeladen. Uit wanhoop pleegden velen reeds de eerste dag zelfmoord door zich van bovenaf in de diepte te laten vallen.
Op de derde dag opende de ss de “doodsdeur”: men dreef de joden onder afschuwelijke mishandelingen over de lijn waar wachtposten waren opgesteld en zo werden ze van de wachttorens uit bij hopen door machinegeweervuur neergeknald. De volgende dag sprong meestal niet meer één jood tegelijk in de diepte, maar ze gaven elkaar de hand en zo trok de eerste negen tot twaalf kameraden mee in de dood. Het duurde geen zes weken (zoals de kampleider had bevolen!) voor het blok leeg was, maar slechts drie weken. Alle 340 mannen hebben door de kogel, slaag, andere martelingen of door zelfmoord de dood gevonden.
Er moet nog worden gemeld dat lieden die gewoon als arbeider in de Mauthauser steengroeve werkzaam waren, gevraagd hebben om maatregelen te treffen dat de zelfmoord door zich in de diepte te storten, zou worden voorkomen.
De resten van vlees en hersenen die aan de stenen kleefden, waren te vreselijk om aan te zien. Daarop werd de helling met brandslangen schoongespoten. Er werden posten van gevangenen opgesteld, die moesten verhinderen dat men zich eigener beweging naar beneden liet vallen. In plaats daarvan werden de overlevenden weer over de grenslijn van de wachtposten gejaagd en dan vermoord. Als er nieuwe groepen joden aankwamen spotten de ss'ers, dat weer een nieuwe “parachutistengroep” aangekomen was...’
Dit is het verslag van Adam Kuczinski en Ludwig Neumaier, die er bij waren en het hebben gezien. Slechts één Nederlander heeft de hel overleefd, door een toeval. Aleer april in Nederland was, waren de februari-gevangenen al dood. Als u toen aan de Nederlanders had gevraagd waar ze waren, wat er met hen gebeurde en wat ze in Duitse gevangenschap moesten doen, zou zeker 90 procent. hebben geantwoord, dat ze in een werkkamp waren ondergebracht en daar met arbeid hun (ja, wel karige) kost moesten verdienen. Maar wie februari 1941 noemt, zegt dát wat hierboven is neergeschreven. Nog maar een begin van de verschrikkingen die de duizenden die na hen kwamen zouden overkomen.
Van de Duitsers die dit alles hebben georganiseerd, hebben uitgevoerd, hebben gezien en geduld, is slechts een zeer klein percentage gestraft. Het merendeel als ze niet uit hun onderwereld naar het Russische front zijn gestuurd om voor ‘het vaderland de heldendood te vinden’ loopt vrij rond, heeft zijn aandeel in het Duitse Wirtschaftswunder, stemt op Adenauer of anderen, en mede in hun naam, want Duitsland is een democratie, werd aan de Nederlandse slachtoffers van het nazi-bewind 125 miljoen D-Mark aangeboden.
Daarmee, schrijft de Frankfurter Allgemeine, is de zaak met Nederland in het reine gebracht en is de weg vrij om koningin Juliana tot een bezoek aan Duitsland uit te nodigen...
Is dit haat jegens de moordenaars, die maakt dat dit A.D. 1963 in herinnering geroepen wordt? Ach, welk mens is tot de haat die hier past in staat, zonder dat de adem hem tot as in de mond wordt?
Het is geschreven om u te laten weten wat er in de afgelopen week herdacht werd, toen die kleine, sobere plechtigheid plaatsvond in het hart van Amsterdam.
Misschien heeft u wel over de kranteverslagen heen gelezen. Er gebeurt zoveel belangrijkers in de wereld, nu in 1963.
2 maart 1963.