terug  begin  verderprepost

Spanning en twijfel. Een bedrijvig voorjaar

Om een beeld te gebruiken, in Nederland voelde men zich in het voorjaar van 1944, nu dus twintig jaar geleden, als een bruid. Er zat iets feestelijks in de lucht, een grote belofte scheen op het punt in vervulling te gaan, maar... alvorens de grote dag er was moest de bruid eerst een ernstige, mogelijk dodelijke operatie ondergaan...

Stelt u zich dat voor! Aan de ene kant een niet te temmen vreugde dat er aan het Duitse schrikbewind een eind komt, aan de andere kant de angst voor een invasie, met gevechten op grote schaal op ons dichtbevolkte grondgebied. Aan de ene kant duidelijke tekenen van desintegratie van het Duitse machtsapparaat en van de nsb in Nederland, aan de andere kant een naar een verschrikkelijk hoogtepunt lopende Duitse terreur, verscherpte slavenjacht, meer executies, massa-arrestaties, razzia's, gedwongen tewerkstelling bij het opwerpen van Duitse verdedigingswerken op Nederlandse grond, represaillemoorden, inundaties, ontvolking van grote woongebieden in het Westen des lands, nieuwe inperkingen van de bewegingsvrijheid, minder eten, minder kleding, en méér propaganda.

Propaganda, die er op gericht is de mensen in een nerveuze twijfel te storten, die een eventuele invasie uitbeeldt op een wijze, waarbij de schilderijen van Jeroen Bosch en Goya alledaagse tafereeltjes worden. Gas-oorlog, massale deportaties, overstromingen, verwoesting van onze steden, honger en epidemieën en het Duitse dreigement dat alles wat de geallieerden doen op de burgerbevolking in de bezette gebieden, gewroken zal worden. En Engeland? En Radio Oranje? De ether is vol van vage toespelingen. Het gaat gebeuren! Maar wat gaat er gebeuren? En wanneer? En waar? En in welke omvang? En wat wordt er van ons verwacht? En waartoe zijn we in staat?

Een illegaal blad uit die dagen zei het in een versje:

 

 
Ja, nee, nee, ja,
 
In het voorjaar of er na?
 
In het zuiden of het noorden?
 
Is 't een feit of zijn het woorden?
 
Goebbels fluit, ja, nee, ja, nee,
 
En de goe-gemeent' knikt mee:
 
Ja, nee, ja, nee, ja... nee...

De Duitse propaganda doet z'n best het zo te houden. Telkens worden er data genoemd, die dan niet uitkomen, waarop triomfantelijk de Duitse kreet: Zie je

[p. 261]

wel, ze komen niet, ze durven niet. In de gelijkgeschakelde Haagse Post verschijnt een groot artikel over de verschrikkingen van een onder water gezet Nederland, zo erg, dat de ondergrondse pers, te rade gegaan bij deskundigen, een technische opsomming moet geven van wat er wél, maar vooral ook niet gebeuren kan als onze waterhuishouding in de war raakt en kapot gemaakt wordt. ‘In Amsterdam zal het tot de grachtkaderand komen. In Utrecht lopen de kelders langs de Oude Gracht vol. In Friesland het merengebied tot 30 cm. Het Domplein ligt 6 m boven A.P. De stoep van het Victoria hotel in Amsterdam ligt er 3 m boven, evenals de Parkstraat in Den Haag en de weg van Baarn naar Laren. De Haarlemmermeer echter ligt er 4 m beneden. Bij het ontzet van Leiden in 1574 waren er twee maanden nodig om het water uit de Maas bij Delfshaven tot Leiden te brengen en dat alleen na een wonderbaarlijke opeenvolging van stormen uit verschillende richting, geholpen door een springvloed. En zelfs toen stond er nog maar zo weinig water dat men er slechts platte schuiten kon gebruiken...’

Dat werd niet voor de lol geschreven! De mensen wáren bang! Een boek werd in die tijd bijzonder veel gelezen: ‘De stenen spreken’, een op quasi wetenschappelijke Egyptologische mythologie gebaseerde reeks voorspellingen. Op grond daarvan, zeiden de mensen, zou de oorlog tot 1953 duren! Nou, proost! Dan zijn we allemaal dood!...

En onderwijl houdt Churchill ons van den domme: ‘Ik heb nooit gezegd, dat de oorlog in 1944 zou aflopen... Het tegenovergestelde heb ik ook nooit beweerd...’

Knoop daar maar eens een touw aan vast.

Onderwijl schrijft de dichter Jan H. de Groot zijn jubelend vers: De Russen staan in Polen. Dat is waar, maar nog ver weg! De geallieerden rukken op in Italië, erg langzaam weliswaar maar ze komen vooruit. Het is alleen nog zo ver weg! De Amerikanen springen in de Pacific van het ene eilandje naar het andere. Prachtig, maar het ligt zo ver achter onze horizon.

 

Hier tussendoor even een klein berichtje.

‘Eén der laatste zondagen in januari is de gemeente Aalten het toneel geweest van een tot nu toe onbekend drama. Himmler heeft zijn groene soldaten op de kerken afgestuurd. Midden onder de erediensten in de twee gereformeerde kerken, de hervormde, de rooms-katholieke en de christelijk gereformeerde kerk stormden de slavenjagers binnen. Onmiddellijk ontstond er paniek. Jongelui verborgen zich in en achter het orgel, op de vliering, zakten door de dunne betimmeringen heen en werden, voor zover zij niet konden ontsnappen, gepakt...’

Tweede bericht:

‘Onlangs vervoegde de Duitse politie zich op de stichting voor verwaarloosde jongens “Valkenheide” te Maarn en sommeerde de directie de aldaar ter verpleging opgenomen jongens over te geven. Na weigering hebben de schurken het gehele gebouw leeggehaald en de jongens in overvalwagens op transport gesteld...’ Zo ging het toe. Dat zijn dan nog de zogenaamde nette Duitsers ge-

[p. 262]

weest, die zich nooit met het vuile werk van massamoorden hebben bezig gehouden, zoals ze zeggen. Die fatsoenlijk soldaten zijn geweest, zeggen ze. Die er geen dag en geen uur straf voor hebben gekregen, zeggen wij.

En nu we toch bezig zijn met berichten nog even dit:

Het is uit de ‘Vormingsbladen der germaanse ss’. Aan de binnenkant van de kaft staat nadrukkelijk vermeld: ‘De inhoud is uitsluitend voor dienstgebruik bestemd. Uit handen geven verboden!’

Wij citeren uit een veldpostbrief, in één van deze vormingsbladen afgedrukt:

...Mijn dagtaak moest ik heden beëindigen met het neerschieten van Russen. Ik kreeg bevel met drie soldaten twee roodgardisten neer te schieten opdat ze niet meer gevaarlijk voor ons konden worden. Dof, lompig, als dieren worden ze aan ons overgegeven. Ik druk elk een schop in de hand en dan beginnen ze hun eigen graf te graven. Ik rook een sigaret om rust te hebben. Geen woord valt er. Russen zijn zielloos als dieren. Ze smeken niet om hun leven, ze lachen niet, ze huilen niet, ze graven; drie geweren op hen gericht. Dan is het klaar, moeten ze in hun graf gaan staan. Daar neemt er een de benen. Twintig meter komt hij, dan valt hij. De andere staat bewegingloos. Dan gaat hij het gat in en valt ook hij... Twee minuten later heeft de goede aarde alles bedekt. Wij steken een nieuwe sigaret aan...

‘De goede aarde’ heeft alles bedekt. Is het niet om kotsmisselijk te worden, nu nog?!

Terug naar Nederland, terug naar die mengeling van bedrijvigheid en twijfel, verwachting en angst, verplicht geduld en verplichte voorbereiding, elke dag, ieder moment ‘nu’, dat alle aandacht opeist en tegelijkertijd de noodzakelijke voorbereiding voor straks. Voor morgen, overmorgen, volgend jaar, zelfs voor de tijd, dat de hele godvergeten oorlog voorbij zal zijn.

Het is alweer de illegale pers, het zijn die miezerige, kleine, slecht gedrukte vodjes van vier, soms zes, soms acht pagina's, die een rol moeten vervullen, die normaliter een uitgebreid en genuanceerd en rijk voorzien systeem van dagbladen, radio, voorlichtingsdiensten, landelijke en plaatselijke overheden vervullen.

Aan de ene kant het volk tot geduld, kalmte en vastberadenheid oproepend, aan de andere kant manend toch vooral niet stil te zitten.

Hier zijn, verkort, een aantal instructies, overgenomen uit de ondergrondse bladen:

 

1. Laat u niet vrijwillig door middel van evacuatie gebruiken tot stootkussen tussen de geallieerde en de Duitse legers.

2. Zorg voor een schuilgelegenheid.

3. Weest op uw hoede voor valse instructies en misleidende opdrachten en geruchten van de Duitsers. Wantrouwt ieder pamflet en alles, waarvan u de herkomst niet zeker weet. Bedenk dat de vijand daarbij bijvoorbeeld ook gebruik kan maken (en gebruik maakte! Sj.v.V.) van de koppen van illegale bladen.

4. De mogelijkheid bestaat dat de Duitsers een groot aantal mannen door

[p. 263]

deportatie of internering aan de strijd zullen onttrekken of als gijzelaar zullen vasthouden. Zorgt dat ze u niet te pakken krijgen.

5. De kans bestaat dat er een bijzonder beroep gedaan wordt op de arbeiders in bepaalde bedrijven of openbare takken van dienst. Pleegt daarom nu reeds overleg. Vormt kleine verzetskernen... enzovoort. En zo voort.

 

Allemaal gemakkelijker gezegd dan gedaan.

 

De zaak werd nog moeilijker gemaakt doordat er een ware invasie van nieuwelingen plaatsvond in de gelederen van het ondergronds verzet. Gedeeltelijk was dit oprecht en werd het zelfs door de Duitsers veroorzaakt. Die joegen steeds meer mensen van huis en haard weg, verplichtten hen tot onderduiken en maakten op die manier de rekruten voor het ondergronds verzet. Maar er waren er ook bij, die met de veranderde wind meezeilden. De krijgskans was gekeerd, men wilde aan de goede kant staan voor de bevrijding er was.

En opnieuw stond de illegaliteit voor ontzettende, bijna onoplosbare moeilijkheden. Aan de ene kant waren er méér mensen nodig. Het aantal onderduikers dat verzorgd moest worden werd groter. De oplagen van de illegale kranten, die verspreid moesten worden, verdubbelden. Voorbereidingen moesten worden getroffen voor het uitgeven van plaatselijke bulletins, als straks alle intercommunale verkeer zou uitvallen. De gewapende groepen, de knokploegen moesten worden aangevuld, zelfs uitgebreid, want er kwam meer werk aan de winkel en er kwamen meer wapens (droppings). Er waren meer koeriers nodig enzovoort enzovoort.

Maar dat betekende aan de andere kant een invasie van minder streng geselecteerden, van leiden, die het klappen van de zweep niet kenden, die de regels (de duur betaalde regels!) van het ondergrondse werk niet begrepen, van onvoorzichtigen, dommen, verwaanden, fantasten, onbetrouwbaren, zelfs van verraders en v-Männer, lieden, die door de Duitsers als spionnen in de gelederen van het verzet werden gewrongen.

Ook ontstond het gevaar dat de werkelijk goeden en ervaren zich met te veel zaken tegelijk gingen bezig houden. Zelfs waren er, binnen de kring van oudgedienden, duidelijk sporen van overwerktheid, overspannenheid. Te velen hadden te lang op pervitin geleefd.

 

Weer waarschuwt de illegale pers en opnieuw citeren we eruit, om u, lezer van nu een beetje inzicht te geven, wat er allemaal aan vast zat en waarom het allemaal ging.

De ondergrondse pers spreekt van een ‘wanhopig ernstig appel op een ieder, die ook maar het eenvoudigste illegale werk verricht.’ Regels, die onder alle omstandigheden gehouden moeten worden en die het illegale werk bijna onmogelijk maken. Jawel, illegaal werken is bijna onmogelijk, maar juist om dit ‘bijna’ moet het gewaagd en gedaan worden.

[p. 264]

Weer, verkort, enkele van de raadgevingen:

 

1. Ga nooit in zee met mensen, waarover gij geen inlichtingen hebt en gegevens, die van vóór de oorlog dateren. Zelfs dan loopt ge nog gevaar!

2. Elke illegale werker heeft maar een zeer beperkte taak. Houdt u daarom bij uw leest. Weiger opdrachten, die op een ander terrein liggen. Laat bijzonder illegaal werk, zoals spionage, contact met parachutisten, met de overkant, met zenders, aan deskundigen over.

3. Werkt altijd met schuilnamen. Ontmoet uw relatie liever buiten in de regen dan dat u uw adres of telefoonnummer afstaat. Maakt bij elke afspraak een reserveafspraak voor het geval u elkaar niet treft. Dat is langzamer, maar beter dan telefoontjes en boodschappen op adressen, die niet bekend mogen worden.

4. Zorgt voor duidelijke afspraken met uw medewerkers. Weet hoe u elkaar kent, waar en wanneer u elkaar ontmoet hebt, de reden waarom u samen bent, de weg waarlangs u uw valse persoonsbewijs hebt gekregen. Wie liegt moet het goed doen! Stomme leugens worden doorzien. Gevolg is marteling.

5. Weest nuchter. Wantrouwt ieder en bij voorbaat allen, die sterke verhalen doen over vliegtuigen, geheime wegen naar de overkant, enz. Ze liegen of ze deugen niet voor hun taak.

6. Wijst elk onnodig contact af. Schuwt kletskousen als de pest!

7. Het huis van elke illegale werker moet ‘schoon’ zijn. Uw bezwarend materiaal behoort opgeborgen op ongevaarlijke adressen. Een illegale werker mag niet lui zijn. Voor hem zijn omwegen de beste wegen.

Als er in uw omgeving iemand gearresteerd wordt, houdt er dan rekening mee dat hij doorslaat en namen en adressen noemt.

9. Vergewist u of een adres veilig is vóór u het bezoekt. Spreek een duidelijk teken af. Dat is een moeilijk werk. Ook de Gestapo kent onze foefjes. Zorgt dus dat ze altijd nieuw blijven en steeds geraffineerder dan zij.

10. Weest bescheiden. Zwijgt! Wil niet meer doen dan ge doen kunt. Zorgt voor geregelde rusttijden. Oververmoeide en nerveuze werkers vormen een gevaar voor hun omgeving.

 

Geen kleinigheid deze techniek onder de knie te krijgen. Velen zijn er dan ook niet in geslaagd en de buit van de Gestapo was groot in deze dagen.

We zijn er trouwens nog lang niet. Ook al bleef er een grote onzekerheid, dat er grote dingen te gebeuren stonden, begreep ieder en werd ook telkens duidelijk door de geallieerden gezegd. Ook het contact van Nederland uit met de regering te Londen was verbeterd, onder andere door geheime zenders en parachutisten. Het gezamenlijk verzet, samengesteld uit velerlei groepen en groepjes, diende tot een slagvaardige eenheid georganiseerd te worden. Begin daar maar eens aan, met mensen, die elkaar niet kennen, elkaars achtergronden niet weten, de grootte en reikwijdte van elkaars groepen niet weten de graad van voorzichtigheid niet en duizend dingen méér niet. Die bovendien geen massa-

[p. 265]

bijeenkomsten kunnen samenroepen om de zaak nu eens uit de doeken te doen.

Maar het voorjaar van 1944 is nog niet om. Het moest eigenlijk nog beginnen. Daarom gaan we in een volgend artikel nog eens op dit thema verder.

29 februari 1964.

prepostterug  begin  verder