In deze week van de Amerikaanse presidentsverkiezingen gaan onze gedachten terug naar de novemberdagen van 1944, toen Roosevelt voor de vierde maal achtereenvolgens door de wil van het volk aan het hoofd van de staat werd geplaatst. Nu twintig jaar geleden.
Er zijn heel wat punten van overeenkomst in de verkiezingsstrijd van toen en van nu. Johnson is een leerling van Roosevelt. Zijn sociaal program is een uitwerking van de visionaire gedachten van zijn grote voorganger. Zijn blauwdruk van een ‘Great Society’ bevat vele letterlijke citaten van een rede die Roosevelt op 2 november 1940 hield.
‘Ik zie een Amerika waar fabrieksarbeiders niet op straat worden gesmeten als ze oud geworden zijn,
waar geen eindeloze kettingreactie van armoede van generatie op generatie bestaat,
waar verarmde boeren geen dakloze zwervers worden,
waar de jeugd niet door de macht van monopolies tot bedelaars om een baantje wordt gemaakt...
Ik zie een Amerika welks rivieren, valleien, meren, heuvels en vlakten, de bergen boven ons land en de rijkdommen diep in de aarde, beschermd worden als de rechtmatige erfenis van alle mensen...
Ik zie een Amerika met grote culturele en educatieve kansen voor allen,
een Amerika waar de waardigheid en de zekerheid van de werkende man en vrouw zijn gegarandeerd door hun eigen kracht en versterkt door de garanties die de wet biedt...’
Het is een thema dat Roosevelt, duizendmaal gevarieerd, telkens weer in zijn praktische politiek heeft trachten waar te maken.
Truman was, mede als gevolg van de groeiende oppositie in eigen land, niet bij machte dit werk met een zelfde kracht en visie voort te zetten. Eisenhower
wist nauwelijks waar het over ging. Kennedy nam de draad weer op en wellicht dat de geschiedenis toelaat dat Johnson tot uitvoerder van dit werk wordt bestemd.
Roosevelt reserveerde deze weldaden van een Great Society niet alleen voor het Amerikaanse volk. Hier slechts één duidelijke uitspraak om dat te bewijzen:
‘...Wij bouwen aan een nieuwe wereld. Indien die wereld een plaats wil zijn waar vrede zal heersen dan moet hij meer levensmogelijkheden bieden voor alle volken... Er zijn te veel mensen in deze wereld die nog nooit voldoende zijn gevoed en gekleed en behuisd. Door aan deze mensen een behoorlijke levensstandaard te verschaffen zou de vrije wereld voor zichzelf volledige werkgelegenheid voor alle mannen en vrouwen, die werken willen, kunnen verschaffen. Wij mogen geen plannen maken om deze geslagen wereld tijdelijke remedies aan de hand te doen. Wij zoeken blijvende oplossingen...’ Door deze woorden, die door het ergste geluid van wapengeweld niet konden worden overstemd, was Roosevelt meer dan enig ander leider uit de Tweede Wereldoorlog de man die een toekomst onder woorden bracht. Hij gaf aan het lijden van elke dag zin, hij was het die soldaten en burgers doordrong, niet alleen van een besef waartégen ze vochten, maar bovenal waarvóór.
Midden in die allersomberste en tegelijk meest beloftenvolle winter van 1944-1945, ging het erom of deze man opnieuw tot president van de Verenigde Staten gekozen zou worden. Voor de vierde (!) maal, zonder precedent in de Amerikaanse geschiedenis. Zijn keuze immers was een garantie dat na het winnen van de oorlog ook de vrede gewonnen kon worden. De mensen in de bezette gebieden zagen toe in een spanning alsof er een beslissende veldslag gaande was. Maar de radiotoestellen had men moeten inleveren en slechts een beperkt aantal had de moed gehad hun toestel achter te houden. Het apparaat verstopt onder de vloer, beluisterde men liggend op z'n buik, of gehurkt voor een muurkast. Maar wie had de moed dit te doen, 's nachts, als via de Engelse zender de berichten doorkwamen. Als alles zo stil was, kon men gemakkelijk verraden worden. Ook was er weinig reden te rekenen op een eerlijke reportage, de volgende dag, in de kranten. Die stonden in dienst van de Duitse propaganda.
Daarom besloot een groepje medewerkers van het ondergrondse blad Vrij Nederland de taak op zich te nemen, die thans in 1964 door een leger van technici en reporters, met behulp van satellieten en nooit gedroomde andere technische instrumenten, wordt vervuld. Men wilde er voor zorgen dat de volgende dag een bulletin in Amsterdam en voorts overal in de grote centra van het land kon worden verspreid. Eerste oplage 65.000 exemplaren. Vanuit Amsterdam per koerier in de vroege ochtend naar Utrecht en Den Haag en Haarlem gebracht, vanwaaruit men voor herdruk en verder doorgeven naar nieuwe centra zou zorg dragen.
In een drukkerij in het hartje van Amsterdam werd die nacht bivak gemaakt. Er was een oud radiotoestel tussen de machines opgesteld. Er waren twee de-
kens aanwezig voor vier man. Er was één zaklantaarn voor het minimaalste licht, nodig om de gegevens neer te schrijven. Ander licht mocht natuurlijk niet gemaakt worden. Het was een koude nacht en de radio werd erg gestoord. Omstreeks middernacht plotseling hollende mannen om de drukkerij, Duitse stemmen en schieten. Het clubje bij de radio verstijfde. Ze dachten dat ze verraden waren en omsingeld. Het had geen zin om de spullen weg te werken, dat zou toch onmogelijk zijn. Wel werd snel uit de vensterbank in het kantoortje een voorwerp verwijderd, teken voor de drukkers die in de vroege morgen zouden komen, dat de zaak niet pluis was. Voor de rest rookten ze een sigaret en wachtten.
‘Erg jammer dat we nog niet weten of hij herkozen is,’ zei er één.
‘Nee, daar kom je op de Weteringschans niet achter,’ zei de ander. Fluisterend.
Er was een kruik jenever beschikbaar en daar nam ieder een slok uit.
‘Ja, jammer...’ zei iemand, heel, heel nadenkend.
Het geluid verstomde en de voetstappen trokken weg. De andere dag bleek dat een Duitse patrouille Grüne Polizei dieven betrapt had in een belendende fabriek van suikerwerken. Om zes uur kwamen de eerste drukkers. Toen was de kopij gereed. Een aanvullende beschouwing kon vóór acht uur gehaald worden bij één der redacteuren, een man die thans professor in de geschiedenis is te Leiden. Toen in die novemberdagen van 1944 maakte hij zelf geschiedenis.
Vóór tien uur, op 8 november 1944, waren er 60.000 pamfletten beschikbaar om verspreid te worden of doorgezonden naar andere centra.
Niet lang daarna, voor het vervaardigen van ander illegaal drukwerk, werden de eigenaar van de drukkerij en vier (of vijf? ik weet het niet eens meer precies) gepakt en gefusilleerd. Nee, het vrije woord dienen was geen gemakkelijke zaak in die tijd. Zo was het toevallig ook nog eens een keer.
Hier volgen enkele citaten uit het pamflet: ‘Enkele maanden voor de machtsovername der nazi's werd hij voor de eerste maal tot president gekozen, namelijk in november 1932. Sindsdien is hij de grote tegenspeler van Hitler geweest en wij kunnen niet dankbaar genoeg zijn, dat het Amerikaanse volk heeft ingezien dat er een onvergeeflijke fout gemaakt zou worden, wanneer men deze man, op het moment dat zijn aartsvijand de dodelijke slag toegediend zal worden, het stuur uit handen had genomen...
Dat is niet gebeurd. De giftige taal van Hitler bewijst welk een tegenstander hij in hem herkende. In 1941 noemde hij Roosevelt de “zogenaamde president”, dien hij “geestesziek” achtte en die “sedert het uitbreken van de oorlog zijn geweten in steeds toenemende mate bezwaard heeft met een reeks van de zwaarste misdrijven in strijd met het volkenrecht...”
Doch niet alleen om het voeren van de oorlog zijn we dankbaar, bovenal ook om het winnen van de vrede... Niemand weet precies wat het Amerikaanse volk zal doen of nalaten, maar voorzover een mens macht heeft en enige zekerheid geven kan, bezitten wij die in deze president, die met zijn leven bewezen heeft dat hij “de kleine man”, de “forgotten man” niet vergeet en die zo weinig
isolationist is, dat geen man ter wereld ooit zo algemeen door volken van allerlei kleur en ras als leidsman der volkeren erkend is...
In de Franse verzetsbeweging zijn een goed jaar geleden stemmen opgegaan hem als tijdelijk dictator naar hier te roepen, omdat hij de enige geacht werd die én wijsheid én karakter in voldoende mate bezat om in de chaos orde te scheppen. Het plan was te fantastisch, maar het is een klein symptoom hoe diep en hoe algemeen de verering is...’
Roosevelt zou het einde van de oorlog niet zien en op verschrikkelijke wijze heeft de mensheid ervaren dat hij als architect van de vrede niet meer bij ons was. Hij stierf in april 1945.
In de beschouwing van de historicus lezen we dit:
‘Hij streed fel tegen de geldmagnaten en de grote industriëlen. Zijn plannen en ontwerpen verdienen alle aandacht, ook al zijn ze lang niet alle uitgevoerd of bruikbaar gebleken (mede door de felle tegenstand van zijn vijanden). Niettemin zal hij niet alleen als staatsman, maar ook als sociaal hervormer bekend blijven, ook al zijn door de radicaliserende tendensen van deze oorlog de opvattingen van Roosevelt voor de huidige tijd vrij tam...’
‘...voor de huidige tijd vrij tam...’ Dat was 1944.
Hiet hebt u enkele van Roosevelts uitspraken:
‘Het is totaal fout de maatregelen die wij hebben genomen te karakteriseren als regeringsdwang op landbouw, industrie en transport. Het is meer een partnership van regering en landbouw, industrie enzovoort. Geen partnership in winsten, want die gaan naar de burgers, maar in planning, en een partnership dat een garantie bedoelt te zijn dat de plannen worden uitgevoerd...’
‘...Ik begrijp niet dat er niet meer enthousiasme is voor planning. Misschien is dit de reden: het woord planning betekent niet iets spectaculairs, en het duurt héél wat jaren vóór je er iets van ziet. Wij zijn allemaal maar al te zeer geneigd om die dingen na te jagen waarvoor we onze hoed in de lucht kunnen gooien en juichen. Wij houden er niet van vooruit te zien en toch is dit onze enige oplossing...’
‘Er is niets mysterieus in de fundamenten voor een gezonde en sterke democratie. De fundamentele zaken die onze mensen verwachten zijn simpel. Het zijn: gelijkheid van kansen voor de jeugd en ieder ander. Werkgelegenheid voor degenen die kunnen werken. Levenszekerheid voor hen die het nodig hebben. Geen speciale privileges voor enkelen. De bescherming van de burgerlijke vrijheden en de mogelijkheid dat allen de vruchten plukken van de wetenschappelijke vooruitgang, in een steeds wijder wordende kring en een voortdurende stijging van de welvaart...’
‘...Democratie is geen statisch iets. Het is voortdurend op mars zijn...’
‘Wij zijn duidelijk gaan beseffen dat waarlijke individuele vrijheid alleen maar kan bestaan als er economische zekerheid en onafhankelijkheid is...’
‘Na de oorlog moeten we zorgen voor volledige werkgelegenheid voor allen...’
‘De beschikking over een fatsoenlijk huis voor elke familie is een nationale noodzakelijkheid, wanneer dit land zijn grootheid waardig wil zijn...’
En bij dit laatste zeer concrete punt zullen we het dan maar laten. Daar kunnen we hier in Holland ook van meepraten! Wanneer u het gevoel hebt dat het allemaal is bereikt war Roosevelt heeft gezegd en gehoopt en gedroomd en waarvoor hij de lange jaren van zijn presidentschap als een man heeft gestaan, dan bent u een tevreden mens.
In ieder geval waren er in 1964 nog ruim 24 miljoen Amerikanen die door op Goldwater te stemmen getuigden dat ze de droom van Roosevelt onnodig, gevaarlijk en on-Amerikaans vonden. Het was een minderheid. Hoe staat het in Nederland als wij Roosevelts visie zouden vertalen in concrete eisen voor onze tijd?
7 november 1964.