Als deze woorden onder uw ogen komen is de staatsbegrafenis van Winston Churchill ten einde. Dank zij de wonderbaarlijke middelen van de moderne techniek zullen er over de gehele wereld ongeveer 350 miljoen mensen getuige van zijn geweest. En dat na een week (en langer) waarin Churchill voorpaginanieuws was! Ook zij die het nog niet wisten, moeten nu bekend zijn geraakt met zijn uitzonderlijke kwaliteiten als staatsman, soldaat, schrijver, historicus en wat al niet meer. Ik geloof niet dat daarvan een woord gelogen of overdreven is.
Liegen doet een Duits blad als de Stern, dat Churchill mede schuldig verklaarde aan de verdeling van Duitsland, schuldig aan het opdringen van het communisme in Europa. De Duitsers kunnen hun ware aard goed verbergen, dat konden ze ook vóór 1939, en Churchill was een van de weinigen die ze, tijdig en volledig, doorzag. Maar op zulke markante punten van de geschiedenis, zoals we er ook deze week één meemaakten, zijn ze weer dom genoeg om zich bloot te geven. Opnieuw wordt bewezen dat het Duitse probleem nog niet is opgelost, het Duitse verleden nog niet is overwonnen, het Duitse gevaar nog niet is bezworen.
Wie dat nu neerschrijft is in veler ogen een dwarskijker, een gevaar voor de Westerse solidariteit (waarin Duitsland niet gemist kan worden), een querulant en als allerergste een communistenvriend. Overigens, uit de vele biografische artikelen blijkt wel dat Churchill in de jaren twintig en dertig ook voor een gekke maniak versleten werd. De geschiedenis heeft hem en niet de anderen op een verschrikkelijke wijze gelijk gegeven.
Het is vanzelfsprekend dat in ‘in de schaduw van gisteren’ een saluut aan deze grote oorlogsleider niet mag ontbreken, ook al realiseert de schrijver zich, vluchtig en gauw zat als de menselijke geest is, dat de meeste lezers niet liever wensen dan Churchill nu rustig op zijn ereplaats in de geschiedenis te laten. Hij is geschiedenis geworden, een heroïsch stuk geschiedenis, maar even onherroepelijk voorbij als de geschiedenis. Nog goed voor een standbeeld, een straatnaam, een citaat, een schoolles en een studieonderwerp voor vakmensen...
Voor de mensen in de bezette gebieden, voor hen die actief aan het verzet deelnamen was de aanwezigheid van Churchill veel meer dan een grond van vertrouwen in de uiteindelijke overwinning, meer dan een bron van inspiratie. Churchill was de overwinning, hij was de zekerheid zelf, hij was de geconcentreerde wil van allen die bereid waren door te vechten tot het einde. Zijn grote redevoeringen waren gelijk aan veldslagen, aan Stalingrad en El Alamein, Normandië en de Battle of Britain.
En gek, veel méér was hij toen niet.
Onwillekeurig dringt zich de vergelijking op met die twee andere grote leiders uit de Tweede Wereldoorlog, die hem in het rijk der doden reeds zijn voorgegaan: Roosevelt en Stalin.
Soms vraagt men zich aarzelend af of een mens, een enkel man als Churchill is, met al zijn onvergelijkbare grootheid, niet te véél eer wordt gegeven. Zelf wist hij dat altijd met zijn nooit aflatende humor binnen de perken te houden. Hij sprak over de soldaten en de matrozen en de vliegers en de gewone mensen, die de Duitse bombardementen doorstonden, hij sprak over hen die, verspreid over de ganse aardbol, onder onvoorstelbare moeilijkheden de vijand te lijf gingen en hij zei: They are the lions, I am only their roar. Zij zijn de leeuwen, ik ben hun gebrul.
Anders gezegd, ik ben hun stem, ik ben de uitdrukking van hun gezindheid en wezen. Dit is niet alleen een bescheidenheid die Churchill groot maakt, het is ook een veel preciezere uitdrukking van de werkelijkheid.
Churchill was Engeland. Dat kan van Stalin niet gezegd worden. Stalin was niet de Sowjet-Unie. Om het Russische volk tot die gigantische wil tot de strijd te bewegen moest Stalin veranderen. Hij moest het volk tegemoet komen en jarenlang ontkende waarheden erkennen. Hij was verplicht het partijbegrip terug te duwen en het vaderlands besef te beklemtonen, Hij moest leren meer te spreken van Rusland dan van het communisme. Hij moest vrijheden toestaan, die hij voorheen altijd had ontkend en bestreden.
Stalin moest leren, tegen zijn persoonlijkheid en politieke opvattingen in, zich te identificeren met het Russische volk. Een identificatie, die nooit helemaal gelukt is en die verdween naarmate de overwinning zekerder werd. Daarom oefende Stalin vlak na de Tweede Wereldoorlog zijn grootste terreur uit en beschouwde hij vele helden uit de oorlog en vele van zijn actiefste medewerkers daarna als zijn gevaarlijkste vijanden.
De Duitsers hebben met hun onmenselijk en krankzinnig optreden meer tot de Russische oorlogswil bijgedragen dan Stalin.
Bij Churchill was dat anders. Hij was John Bull, hij was het Engelse volk van die dagen. Als hij in de eerste maanden van de oorlog nog binnenslands te vechten had tegen traagheid, onzekerheid en gebrek aan ernst dan rekende hij daarmee af met de erfenis van zijn voorganger, die in een deel van het Engelse volk nog nawerkte. Toen de sporen van Chamberlain waren uitgewist waren Churchill en Engeland één en hetzelfde...
Op een heel andere manier was er ook een discrepantie tussen Roosevelt en het Amerikaanse volk. Roosevelt was zijn volk ver vooruit. Het is niet helemaal ten onrechte wanneer zijn giftige bestrijders (en geen Amerikaanse president heeft zulke venijnige door haat verkrampte vijanden gehad als Roosevelt) beweren dat hij Amerika met slinkse manoeuvres in de oorlog heeft willen dwingen.
De Japanse aanval op Pearl Harbour vergemakkelijkte Roosevelts werk, dat wellicht, zonder deze Japanse stommiteit, nooit gelukt zou zijn. Zeker, Roosevelt had binnenslands zijn trouwe aanhang. Wellicht was er, dat kan tegelijkertijd gezegd worden, nooit een Amerikaanse president die zoveel aanhankelijkheid en liefde van zijn volk heeft ontvangen. Maar dat was altijd maar een déél, wisselend van groter naar kleiner en omgekeerd. Zijn sterkste onverdeelde aanhang had Roosevelt buiten Amerika.
Voor ons in de bezette gebieden was Churchill onze wil tot verzet, onze vastbeslotenheid te blijven vechten. Stalin was een onverwachte hulp in een tijd waarin elke hulp van iedere kant welkom was, maar hij bleef een vreemde. Roosevelt was onze hoop op de toekomst. Hij bracht de wereld van na de oorlog tot leven, hij verpersoonlijkte de vrede, waarvoor thans nog gevochten moest worden, maar waaraan straks zou mogen worden gebouwd, een vrede in een beter georganiseerde wereld dan die van vóór de oorlog.
Roosevelt heeft het einde van de oorlog niet mogen beleven. Als hij het gehaald had zou het Amerikaanse volk hem hebben laten vallen, om de eenvoudige reden dat het maatschappelijk en geestelijk nog niet zover was als hij. Twintig jaren later pas zouden Kennedy en Johnson de gelegenheid krijgen zijn concepties opnieuw tot leven te brengen, aangepast aan de eisen van een inmiddels veranderde wereld.
Met Stalin zou het Russische volk pas na zijn dood kunnen afrekenen. Met de opkomst van Chroesjtsjow werd Stalin niet alleen herbegraven, zijn verhuizing van het Leninmausoleum naar een eenvoudiger graf was zijn eigenlijke begrafenis. Een afrekening met het verleden.
Ook Churchill werd na de oorlog ‘afgedankt’. Ware hij een Roosevelt geweest dan zou zijn heerschappij ongebroken hebben voortgeduurd. Churchill was de oorlog. In het besef van de noodzaak van maatschappelijke veranderingen waren Churchill en het Engelse volk niet meer identiek. Daarin was het Engelse volk van toen hem vooruit.
Er zijn er die wijzen op Churchills conceptie van een verenigd Europa. Hij is dan de man die dit als eerste zag en onder woorden bracht. Ik geloof dat dit onjuist is. In vele illegale geschriften tijdens de oorlog was in Nederland, en in Frankrijk en andere landen, dezelfde gedachte allang gelanceerd en zelfs min of meer uitgewerkt. Churchills visie op een verenigd Europa was een verlengstuk van zijn oorlogsmentaliteit, want hij verbond het onlosmakelijk met een nieuw oorlogspathos, namelijk de strijd tegen de Sowjet-Unie en het communisme.
Daarom is voor mij Churchill het einde van een eeuw, die in de figuren van koningin Victoria en Churchill twee glorieuze hoogtepunten bereikte. Alle
goeds, dat van die eeuw te zeggen valt, is in Churchill belichaamd en dat is onvergelijkelijk veel. Daarom zal hij ook altijd onder ons blijven leven.
Stalin is alleen maar verleden tijd. Naarmate de geschiedenis voortschrijdt zal hij meer in het duister verdwijnen en meer de trekken aannemen van zijn grote tegenstander Hitler, met wie hij, beter dan de anderen, wedijveren kon in hardheid, onmenselijkheid.
Churchill is veel geciteerd en van zijn woorden zijn er al heel veel algemeen bezit geworden. Ik wil er hier nog enkele uitnemen, vooral om zijn verschil met Stalin aan te geven, maar ook om te laten zien hoe Churchill nooit de trekken heeft aangenomen van een oorlogsgod, hoezeer hij ook de oorlogswil van alle volken verpersoonlijkte.
Sprekend over de strijd ter zee tegen het Duitse duikbotengevaar zei hij: Wij zullen ze aanvallen, nee niet merciless, niet zonder barmhartigheid, want God verhoede dat wij dit ooit zouden worden, maar wel overal, altijd en zonder ophouden...
Wie zulke woorden onder zulke omstandigheden tegen zulk een vijand uitspreekt is niet alleen een groot staatsman, een groot leider, een groot soldaat, die is een groot, zeer groot en voorbeeldig mens! Hetzelfde geldt voor zijn nooit aflatende eerbied voor de democratische parlementaire instellingen van zijn land. In zoverre moge Churchill ons, met heel zijn geweldige kracht, begeleiden in de toekomst.
Zonder van Roosevelt een profeet te maken, geloof ik echter dat, van de drie, Roosevelt het meeste ‘toekomst’ is en zelfs in zijn vage en soms vrij kinderlijke concepties nog door miljoenen zal moeten worden ontdekt.
Meer dan enig ander creëerde hij een oorlogsdoel dat tot vandaag de dag het doel ook van onze politieke activiteit mag zijn en blijven: de gewone man, de naamloze, zwart of blank, geleerd of ongeletterd, maar altijd de mens en zijn menselijkheid en zijn waardigheid en zijn mogelijkheid in vrede en recht te leven.
Het enige doel dat de dood van de miljoenen in de Tweede Wereldoorlog enige zin geeft.
30 januari 1965.