terug  begin  prepost
[p. 329]

Verantwoording bij de eerste druk

Het is triest om het te moeten constateren, maar niettemin de waarheid: als H.M. van Randwijk alias Sjoerd van Vliet was blijven leven, zou deze ‘kroniek van het verzet 1940-1945’ nooit zijn verschenen als boek, of, op z'n gunstigst, vele, vele jaren later.

In zijn omvangrijke schriftelijke nalatenschap bevinden zich honderden brieven van lezers van het Algemeen Handelsblad, die al spoedig nadat de eerste hoofdstukken waren gepubliceerd, begonnen aan te dringen op uitgave in boekvorm. Van Randwijk reageerde niet, of in vage termen.

In die nalatenschap bevindt zich óók een aantal brieven van Nederlandse uitgevers die hem halverwege de dagbladpublikatie vroegen, om zijn kroniek als boek te mogen uitgeven. Ten slotte kwam hij met twee van de vier uitgevers, die deze verantwoording hebben ondertekend, tot een voorlopige overeenkomst. Maar vóór zijn artikelenserie als boekuitgave zou kunnen verschijnen, moest er, wat hem aanging, nog heel wat water door de zee gaan. Dít moest nog eens worden gecontroleerd en dát moest nog worden aangepast of bijgevoegd. Kortom: er zou nog veel werk moeten worden verzet vóór zijn fiat tot afdrukken kon worden gegeven. En degenen die hem van zeer nabij kenden en de jaren door nauw met hem hadden samengewerkt, onder wie de twee hierboven genoemde uitgevers, wisten maar al te goed, dat het plan als zo veel andere plannen van deze grote, maar rusteloze en onberekenbare figuur voorlopig of definitief kon worden bijgezet. Dat het nu tóch werd gerealiseerd - anderhalf jaar na zijn dood (13 mei 1966) en in een voor hemzelf niet geheel voltooide vorm - is in eerste instantie te danken aan Mr. C.A. Steketee, hoofdredacteur van het Algemeen Handelsblad. Wij laten hem zelf aan het woord:

‘Dit boek werd geboren op woensdag 24 februari 1960, 's avonds tussen acht en tien. Aan de wieg stond de vara. In een van de vele televisieforums, waaraan Van Randwijk heeft deelgenomen, verklaarde hij die avond, dat de ware geschiedenis van Nederland in de jaren 1940-1945 nog niet was geschreven en wellicht nooit geschreven zou worden.

De volgende morgen schreef ik hem een briefje, waarin ik als hoofdredacteur van het Algemeen Handelsblad de kolommen van die krant voor hem openstelde voor het geval hij bereid zou zijn daarin die geschiedenis zelf te schrijven, zoals hij die als oud-verzetsstrijder zag en interpreteerde.

Op dat moment kende ik hem nog maar oppervlakkig uit enkele naoorlogse ontmoetingen en vergaderingen. Daaruit had ik de indruk overgehouden van een ruig, maar uiterst sympathiek man met felle en onwrikbare, sterk links gerichte principes, die - om het zacht te zeggen - niet steeds in overeenstemming waren met die van zijn omgeving. Niet direct de meest aangewezen medewerker voor een liberaal dagblad.

[p. 330]

Een soort monsterverbond dus tussen de krant en hem? In genen dele! Zo heeft hij, zo heb ik het nooit gevoeld. En zo is het ook nooit geweest. Al heel gauw werd “In de schaduw van gisteren” een der meest gelezen rubrieken in het zaterdagse supplement en kreeg de naam Sjoerd van Vliet een bekende klank ook bij die lezers die daar nog nooit van hadden gehoord en dus niet wisten dat onder deze naam een zekere Van Randwijk in de bezettingstijd actief was geweest. En lezers die dat wel wisten hebben, voor zover ik mij herinner, zelden of nooit bezwaren doen blijken tegen de politieke instelling van de auteur.

Dat wil niet zeggen, dat zijn bijdragen geen weerstanden bij de lezers opriepen. Enkele van zijn artikelen hadden een lawine van boze reacties ten gevolge, veelal uit kringen van hen, wier houding in de bezettingstijd in die artikelen met een kritisch oog werd beschouwd. Want hoe wijs ook jegens zijn vroegere vijanden, voor enig compromis was Van Randwijk niet te vinden.

Over de inhoud van de medewerkingsovereenkomst waren wij het samen al gauw eens.

Zo verscheen op zaterdag 24 december 1960 het eerste artikel van de reeks, die zich zou uitstrekken over een periode van bijna vijf jaar. Aldus werd de bezettingstijd op de voet gevolgd en verslagen, zij het ook twintig jaar na dato. Het slotartikel zag het licht op 8 mei 1965.

Niet eenmaal in die vijf jaar waren er strubbelingen tussen ons beiden over de inhoud. Een enkele maal - wanneer het uiterst delicate kwesties betrof - pleegden wij overleg. Dan was hij altijd bereid om naar raad te luisteren.

Eén artikel leverde hij grinnikend in met de opmerking: “Ik heb een venijnige passage over meneer X maar geschrapt; hij mocht eens abonnee van je krant zijn en opzeggen”. Onnodig te zeggen dat het niet zozeer de oplagecijfers waren die Van Randwijk bekommerden, als wel de vraag of in verantwoorde geschiedschrijving wel plaats is voor venijn. Door en door oprecht man als hij was, kon hij niet anders dan tot een negatief antwoord komen.

Zijn uitgevers weten hoe moeilijk het was om werk uit handen van Van Randwijk te krijgen, telefoontjes, telegrammen en sommaties ten spijt. Dat was helemaal geen luiheid of onwil van hem. Maar hij was nu eenmaal met honderd en één dingen tegelijk bezig. Des te meer voldoening heeft het ons gegeven, dat de artikelen van Sjoerd van Vliet jaar in jaar uit met een zeer behoorlijke regelmaat zijn verschenen, ook al heeft het er soms om gespannen wat het tijdstip van inlevering betrof.’

Tot zover Steketee.

Dat ‘In de schaduw van gisteren’ ten slotte een co-produktie is geworden van vier uitgevers, vereist enige toelichting: de twee reeds aangeduide uitgevers waren al lang vóór de oorlog met Van Randwijk bevriend en werkten, onder zijn bezielende leiding, tussen 1940 en 1945 én nog een tijd daarna met hem samen.

Met het illegale Parool onderhield hij als hoofdredacteur van Vrij Nederland nauwe betrekkingen, terwijl hij na de oorlog tot zijn dood deel uitmaakte van het curatorium van de Stichting Het Parool. Dat de huidige N.V. Weekbladpers Vrij Nederland als mede-uitgeefster optreedt, ligt voor de hand gezien de

[p. 331]

band, die er heeft bestaan tussen Sjoerd van Vliet en het illegale Vrij Nederland enerzijds en tussen H.M. van Randwijk en het huidige weekblad anderzijds.

Rest ons, dank te betuigen aan Evert Werkman, die het omvangrijke manuscript persklaar maakte, de noten verzorgde en de drukproeven corrigeerde.

 

september 1967

De uitgevers
Bert Bakker,
Het Wereldvenster (J.M. Ph. Uitman),
N.V. Het Parool,
N.V. Weekbladpers Vrij Nederland

prepostterug  begin