terug  begin  verderprepost
[p. 37]

Col d'Aubisque

Elke zomer wordt de Ronde van Frankrijk verreden. In die periode vullen zwetende wielrenners in veelkleurige shirtjes, kromgebogen over hun stuur dag in dag uit ons televisiescherm. Tegelijk krijgt de liefhebber een stortvloed over zich heen van namen van Franse plaatsen waar de tourkaravaan langstrekt en van ‘cols’ waar de renners tegenop moeten. Een col is iets waar een gewoon mens op zijn fiets bijna nooit overheen komt. Het is namelijk een bergpas. Het woord stamt van het Latijnse collum, dat oorspronkelijk alleen ‘hals’ betekende, maar in de latere oudheid ook voor ‘doorgang tussen twee bergen’ gebruikt werd. Voor de wielerfanaten onder ons maken de Franse namen tijdens dit sportieve gebeuren een deel van onze taalvoorraad uit. Reden genoeg om nader in te gaan op een onderwerp uit de oronymie of bergnaamkunde dat mij speciaal na aan het hart ligt: de namen van de cols in de Tour de France.

Alpen en Pyreneeën

Laat ik beginnen met een taalkundig raadseltje. Waarom kunnen we in de Alpen wel over een alp fietsen, maar in de Pyreneeën niet over een pyrenee? Dat komt doordat we hier met twee geheel verschillende naamvormen te doen hebben. De Alpen is tegenwoordig alleen de naam van het bekende gebergte. De naam is ontstaan uit het meervoud van het woord alp, dat in de dialecten van dat gebied nog in gebruik is voor een ‘hoger gelegen bergweide’. Alp is een afleiding van een prehistorische woordstam al-, die ‘hoogte’ betekende. Het woord moet vroeger een grotere verspreiding gehad hebben, want we komen het ook in Spaanse plaatsnamen tegen, bijvoorbeeld in Puig d'Alp.

De Pyreneeën dragen eveneens een naam van een eerbiedwek-

[p. 38]

kende ouderdom, maar hier is geen sprake van een soort technische term als basis voor de naamvorming. De bergketen is namelijk genoemd naar een dame, Pyrènè, de dochter van een zekere koning Bebryx. Volgens een mythologisch verhaal had zij een affaire met de held Hercules, die haar slecht schijnt te zijn bekomen. Zij overleed en werd begraven in het gebergte dat sindsdien door de geografen in de Oudheid als de Pyrenaeus Mons ‘de berg van Pyrènè’ aangeduid werd. In de middeleeuwen is deze naam buiten gebruik geweest. Men sprak in die tijd van ‘de hoge bergen’. De vorm les Pyrénées is niet ouder dan de zestiende eeuw en stamt uit de pen van geografen die hun klassieken gelezen hadden.

Oude en jonge bergnamen

De Franse bergen vormen een fascinerend naamkundig milieu. Vanaf de vroegste prehistorische tijden heeft de mens er namen aan gegeven en hij gaat er nog steeds mee door.

Was die naamgeving vroeger vooral ingegeven door de behoefte aan oriëntatie en lokalisatie van de bergbewoners, in de laatste paar eeuwen zijn het cartografen en alpinisten geweest die als naamgevers opgetreden zijn. De ouderdom van de bergnamen verschilt dus nogal. De oudste dateren misschien nog uit de tijd dat er in Frankrijk talen gesproken werden waar we weinig of niets van weten, zoals het Ligurisch, het Iberisch, het Keltisch en mogelijk nog oudere talen. De komst van de Romeinen heeft een ingrijpende invloed op de bergnaamgeving gehad. Talrijke namen gaan op Latijnse woorden terug. Toch is het niet altijd eenvoudig deze namen te onderscheiden van Romaanse namen die in de loop van de middeleeuwen ontstaan zijn.

Als we de motieven proberen te classificeren die aan de vorming van de bergnamen ten grondslag gelegen hebben, kunnen we ze onder twee hoofdthema's onderbrengen: de natuur en de mens. Vooral de oudste namen blijken onder de eerste categorie thuis te horen. Vaak zeggen zij iets over de vorm of de aard van het berglandschap. Dat het om echt oude namen gaat, valt op te maken uit het feit dat we vaak met woordafleidingen te doen hebben die op zijn laatst in de Keltische periode - dus nog voor de komst van de Romeinen - veel werden gebruikt.

Een duidelijk voorbeeld daarvan is de Mont Ventoux. Op basis

[p. 39]

van ons schoolfrans zouden we die naam graag als ‘Waaienberg’ willen verklaren. De lokale uitspraak, Ventour, de oude vermeldingen, en de naam van een uitloper Ventouret, laten zien dat dat etymologisch onjuist is. Uitgangspunt van de naam is een prehistorische woordstam vint- ‘berg’, waaraan nog in voorromeinse tijd een afleidingselement -uru verbonden is.

Er zijn meer namen die op oude woordstammen voor ‘hoogte’, ‘berg’ of ‘gesteente’ teruggaan. De stam al- ‘hoogte’ met zijn uitbreiding tot alp zijn we al tegengekomen. Een variant daarvan is alb-, waaruit met het afleidingselement -iscu de naam Aubisque gevormd is.

Bij de naam Col d'Aravis moeten we uitgaan van een stam ar- ‘steen’, verbonden met een dubbel achtervoegsel -aviscus. Een andere prehistorische ‘stenige’ woordstam was gwal-. Verbonden met de afleidingselementen -ip en -ariu heeft deze de naam Galibier opgeleverd. Huez, in de naam L'Alpe d'Huez, gaat waarschijnlijk terug op een voorromeinse afleiding -esius bij een stam -ut ‘hoogte’. De Col Cormet du Roselend in Savoie dankt zijn naam aan een hoogte Cormet; het is een afleiding van het oeroude cor ‘steen’. Le Roselend is de naam van een nederzetting in de buurt, die in de middeleeuwen naar een meneer Roscelinus of Roselindus genoemd is.

Meer etymologisch houvast hebben we bij de namen Col des Saisies en Col de Lachaux. In de eerste naam hebben we te maken met een afleiding van het Latijnse saxum ‘rots’, in het tweede met het eveneens Latijnse woord calx ‘kalk’.

Vorm, begroeiing en kleur

In de namen van verschillende cols in de Tour de France komt iets van het uiterlijk van de berg tot uitdrukking.

De Col de la Placette is genoemd naar een verkleinvorm van place ‘plein, plateau’. Bij de naam Col de Tourniol vinden we de verklaring in een verkleinvorm van het Provençaalse woord tourn ‘ronde bergtop’. Het Latijnse woord planum ‘vlakte, plateau’ ligt ten grondslag aan de naam van de etappeplaats La Plagne. Uit vroegere Vogezenetappes kennen we de Ballon d'Alsace. Ballon - een woord dat niets met een luchtballon te maken heeft - is in dat gebied een aanduiding voor een berg die naar het oosten steil afhelt.

[p. 40]

De begroeiing van een bergwand kunnen we onder andere aflezen uit het eerste deel van de naam Luz-Ardiden. Luz gaat terug op het Latijnse lucus ‘bos’. Wat Ardiden, of liever Pic d'Ardiden, betekent, is onbekend.

In de laatste Alpenetappe, tussen La Plagne en Morzine, komen de renners over de Col de la Joux Plane. Joux, dat afstamt van een Gallisch woord juris, wordt in dat deel van Frankrijk nog steeds gebruikt als aanduiding voor een beboste bergrug. In dit geval gaat het om een hoogte met een afgeplatte top. Overigens is de naam Jura, die al door Caesar vermeld wordt, uit hetzelfde woord voortgekomen. Dat we hem tegenwoordig nog in zijn klassieke vorm aantreffen en niet als Joux, hebben we aan geografen uit de tijd van de renaissance te danken. Zij hadden hun Caesar ook gelezen.

Een verwijzing naar kale bergen vinden we ten slotte in de namen Col de Peyresourde en Col de Marie Blanque. Peyresourde komt van het Latijnse Petra sordida ‘vuile rots’. Blanque zegt iets over de witte kleur van een berg die naar een dame met de naam Maria genoemd is. Het is minder waarschijnlijk dat de Heilige Maagd iets met deze berg te doen heeft gehad. Naamkundig gezien is zij op hogere niveaus nooit zo actief geweest.

Wie gedacht had dat de dierenwereld ruimschoots in de bergnamen vertegenwoordigd zou zijn, komt bedrogen uit. Zeker, in de naam Col de la Colombière herkennen we het woord columbaria ‘duivenplat’, maar dit kon ook meer algemeen voor ‘hogere plek’ gebruikt worden.

Menselijke sporen

De mens heeft nadrukkelijk zijn stempel gezet op de namenvoorraad. In de eerste plaats zijn er de cols die naar personen genoemd zijn, zoals de Col de Marie Blanque. Een andere vertegenwoordiger van dit type is de Mont Aigoual. Aigoual gaat terug op een Germaanse persoonsnaam Agiwald. De Col de Laffrey is genoemd naar een man die Leidfrid heette, en de Col d'Izoard naar een meneer Ishard.

Het ontbreekt evenmin aan namen die verwijzen naar de bouwwerken die de mens op de berghellingen geplaatst heeft. De Col de Bordères in de Pyreneeën ligt bij een plaatsje Bordères, dat ontstaan is uit een bordella ‘een boerderijtje’. Bij de Col de Chalimont

[p. 41]

hebben we waarschijnlijk met een heel oude naam te doen. Het element mont ‘berg’ is daar toegevoegd aan een prehistorische naam die op een stam cal- ‘bergwoning, sterkte’ teruggaat. Van een echt kasteel - hoewel een kleintje - is sprake bij de naam Col de Châtillon. Het woord châtillon, uit het Latijnse castellio, was nog tot in de zeventiende eeuw in gebruik ter aanduiding van een kleine militaire sterkte.

In de religieuze sector kan ik verder wijzen op de Col de Saint-Savin in de Pyreneeën, waarschijnlijk genoemd naar het klooster van die naam. De Col de la Madeleine heet naar een kapel of een leprozenhuis, gewijd aan de heilige Magdalena.

Overal waar de grond er geschikt voor was, hebben boeren in de loop van de tijd tegen de berghellingen wijngaarden en boomgaarden aangelegd. Soms is men daarbij kennelijk de top zo dicht genaderd dat iets van die tuinbouwactiviteiten in de bergnamen is doorgedrongen. Een voorbeeld daarvan biedt de naam van de Tourmalet, een gevreesde berg in de Pyreneeën. Hij is samengesteld met een woord malet, malhol, uit Latijn malleolus, dat ‘jonge wijnrank’ betekent. De Col de la Sereyrède in het departement Gard heeft zijn naam aan de kersen te danken. Een cereiredo was in de vroegere taal van de Languedoc namelijk een ‘kersen-boomgaard’.

We beëindigen deze naamkundige Tour de France met de Col de la Bataille. Zijn naam heeft iets met strijd te maken, al is het dan niet met die van wedijverende wielrenners. Hij stamt uit de sfeer van de veeteelt. Ieder jaar, aan het begin van de maand juli, worden de koeien door de herders naar de alpenweiden gedreven. Als zij daar aangekomen zijn, vindt er iets plaats wat wij ons bij de slome koeien in de Nederlandse weilanden heel moeilijk kunnen voorstellen: een ordinaire strijd om de macht. Een dag lang vechten de dieren met elkaar om uit te maken wie de mêtra ‘de meesteres’ zal worden en dus die zomer het beste gras mag afgrazen. Namen als La Bataille en Au Plan de battre verwijzen naar de plekken waar zo'n strijd heeft plaatsgevonden.

prepostterug  begin  verder