Het blijkt me nu achteraf wel, dat ik de muziek van de moderne Nederlanders: Pijper, Badings, De Roos enzovoort, die ik in mijn recensies voor De Standaard heb aangemoedigd, meer met mijn verstand heb gewaardeerd en soms bewonderd, dan met mijn hart liefgehad. Ik kan wel verlangen in deze muziekloze tijd naar Mozart, Händel (Wassermusik), Chopin en Grieg, ook wel naar Wagner en naar pianosonaten van Beethoven, maar het niet meer horen van een
simfonie van Pijper, of zelfs van liederen van Badings heb ik nog niet als een gemis gevoeld.