De Gids, juni 1939, pag. 369: De medicijnman der Kalienga's (Zuid-Amerikaanse Indianen) ‘is de grootste tegenstander der moderne beschaving, welker zinnebeeld een rottende koe met verblindend gouden horens is.’ Medegedeeld door A. Ph. Penard.
Ed. Hoornik, Geboorte. De wassende vrucht spreekt tot de moeder: ‘Begeer mij niet. Gij moet mij zijn.’ Lees voor ‘wassende vrucht’ het onvoldragen kunstwerk en voor ‘moeder’ scheppende kunstenaar. Een ontdekkende en diep bezonnen raad.
In dit stadium interesseer ik me bijzonder voor gedachten van anderen. Materiaal voor het bouwen van de nieuwe startbaan. Je komt zo'n gedachte tegen en herkent er iets in en je voelt dat 't helpen kan je eigen weg te vinden, nu of later. En met het oog op dit eventuele ‘later’ schrijf je het op.
‘... de tragiek van een verlate première’... (De Gids, juli 1939, pag. 119).
Hoe komt het toch dat ik graag goede beschouwingen over romans lees, maar altijd iets moet overwinnen om tot het lezen van een roman te komen?
W. Arondéus over een jeugd-zelfportret van Matthijs Maris: ‘... onze bewondering ... wordt ergens door het later meesterschap nagekleurd’ (De Gids, augustus 1939, pag. 194).
De drie Marissen thuis in een grote voorkamer met drie ramen, voor elke schilder één raam (pag. 205).
En voor elk raam een schilder!