terug  begin  verderprepost

De voornaamwoordsgroep

§ 282. Als voorbepalingen bij een voornaamwoord kunnen gebruikt worden:

 

1.een bijv. nw. of infinitiefconstructie: een belangrijk iets, een knap iemand, een niet nader te noemen iemand; de vnw. zijn hier gebruikt in de valentie van een substantief.
2.een bijwoord: tamelijk wat, vrij wat, flink wat, zo iemand, zo iets; eigenlijk hoort hiertoe ook zo'n (vgl. § 191); totaal niets, volkomen niemand.
3.lidwoorden, al of niet in combinatie met het onbepaalde voornaamw. al: al het mijne, al de uwen, al degenen, die ...

 

§ 283. Als nabepalingen bij een voornaamwoord komen voor:

 

1.een adjectief op -s (genitief): iets moois, wat fraais, iets zwarts, niets voedzaams, iets groters.
2.het bijwoord anders: iemand anders, niemand anders, iets anders, niets anders dan het leven hier op aarde (let op het verschil tussen iets anders = 'n ander iets en iets anders = enigszins op andere wijze; het laatste vormt een bijwoordsgroep).
3.telwoorden op -en: wij beiden, jullie vieren; ook zij allen.
4.het voornaamwoord zelf: hij zelf, jullie zelf.
5.een woord of woordgroep, gekenmerkt door een genitiefvorm: die der mensen, dat der dieren, wie onzer, elk uwer.
6.een bijwoord of vnw. bijwoord: jij hier, de mijne hier, die daarboven, iemand daaruit, niets daarvan.
7.een voorzetselconstructie: wij met ons vieren, niets van de geneeskunst, wij van de vlakte, die boven water, niemand in het dorp, iets om mee te spelen, iets voor als je onderweg bent, dezelfde met wie jij gesproken hebt.
[p. 213]
8.een voegwoordconstructie: niets dan vaten zoute vis, iemand als hij, jij als verkenner, wie als vrijgeborene (kan zoiets dulden). (Over gevallen als Er was niemand of hij keurde ons plan goed zie § 347.)
9.een constructie met te + infinitief: iets te lezen (had ie niet). Vgl. § 256 onder 4e, opmerking iii.
10.een persoonsvormconstructie met bijzinsorde (bijvoeglijke bijzin): hij, die...; het mijne, dat...; degenen die...; wie die op de hoogte is (zal ...); iets dat...; iets wat ...

 

§ 284. Als vrije bepalingen bij een voornaamwoord komen voor dezelfde oordeelspartikels en nuancerende bijwoorden die ook in de substantiefsgroep kunnen optreden: ook die daar, zelfs hij, vooral dit, ongeveer niemand, nagenoeg niets, bijna hetzelfde. Vgl. § 257.

 

§ 285. Niet alle voornaamwoorden lenen zich voor nadere bepalingen; elkaar laat slechts vrije bepalingen, men geen enkele bepaling toe. Verder beschikken de verschillende vnw. over uiteenlopende combinatiemogelijkheden, zodat ze syntactisch zeer verschillend te beoordelen zijn.

prepostterug  begin  verder