terug  begin  verderprepost
[p. 273]

Samentrekking

§ 359. Van samentrekking spreken we wanneer twee nevengeschikte woordgroepen een of meer delen gemeenschappelijk hebben, terwijl ze toch slechts in de ene woordgroep materieel voorkomen; als het delen van woorden betreft duiden we de samentrekking in de spelling aan met een streepje: een begaan- en berijdbare weg, in- en verkoop van boeken, omdat ie niet wou en liever in z'n eentje thuisbleef (samengetrokken op omdat en ie).

Is de aard van samentrekking in het algemeen niet zo moeilijk te begrijpen, lastiger wordt het als we de gevallen van meer nabij bezien: in Duitsland en Frankrijk kunnen we volgens de vorige paragrafen beschouwen als een voorzetselconstructie met nevenschikking in het tweede lid: in (Duitsland en Frankrijk); maar het is ook mogelijk er twee nevengeschikte voorzetselconstructies in te zien die samengetrokken zijn op het voorzetsel: in Duitsland en (in) Frankrijk.

Het dilemma is natuurlijk niet te doorbreken. Voor de praktijk houde men zich aan deze regel: van samentrekking spreekt men alleen dan wanneer de taalvormen niet (met hetgeen in § 357 over de nevenschikking is opgemerkt) als nevenschikkingen zonder samentrekking beschreven kunnen worden.

Een zin als Jan is er vandaag geweest en Karel gisteren ook leent zich niet voor zulk een beschrijving en hier nemen we dus samentrekking aan: Jan is er vandaag geweest en Karel (is er) gisteren ook (geweest). Soms is een deel weggelaten in het eerste en een ander in het tweede stuk: Jan is er vandaag (geweest) en Karel (is er) gisteren geweest. Niet altijd moeten gemeenschappelijke delen in dezelfde vorm worden aangevuld: Jij gaat niet mee, maar ik (ga) wel (mee).

 

opmerking. Samentrekking tussen nevengeschikte hoofdzinnen is alleen correct als het betrokken zinsdeel dezelfde betekenisrelatie heeft met de rest. Is het in de ene zin bijv. lijd. vw. en in de andere mw. vw., dan is ze onjuist: Ik heb hem gisteren nog gezien en toen een boek gegeven. Is er een verschil in betekenisrelatie dan krijgt de samentrekking soms een (meestal gewild) komisch effect. Zo bijv. in de Camera: Pieter is onder zijn verhalen afgetrokken, rookt wanhopig door als er een vertelsel en stopt een nieuwe als een pijp uit is. De hoornist blies zijn wangen op, zijn ogen uit en zijn hoorn vol. Vergelijk verder: Hij heeft een prachtig buiten en zijn schaapjes op het droge. Hij is vee-, wet-, stal- en boekhouder. Goddank, dat wij matrozen Jan! En zelden maar aan wal zijn (de cort). T.a.v. het onderwerp geldt de beperking dat het in de tweede hoofdzin slechts mag worden weggelaten, als het in de eerste vóór de pv staat (als er tenminste niet tevens samentrekking in de pv plaats heeft): Morgen komt de minister van zijn buitenlandse reis terug en brengt hij een bezoek aan de president (hij is hier dus noodzakelijk).

[p. 274]

§ 360. Samentrekking, zou men kunnen zeggen, komt ook voor in zinnen van het type, genoemd in § 348 onder 1: Al komen er nog zoveel, hij niet. Al gaat hij ook honderd keer mee, ik niet één keer; en in zinnen van het type genoemd in § 348 onder 3: Heb jij hem beledigd, ik niet. Heeft hij zich verdienstelijk gemaakt voor de vakbeweging, zijn broer voor de politieke partij.

 

Het verschil tussen typen van samentrekking die in de vorige § bedoeld werden en de hiergenoemde gevallen is echter, dat de eerste een woordgroep tot gevolg kunnen hebben die niet zelfstandig bruikbaar is (Karel gisteren geweest), terwijl dat bij de hiergenoemde uitgesloten is. Daarom kunnen we beter formuleren: het tweede deel van een constructie als bedoeld in § 348, 1 en 3, kan ook een elliptische zin zijn.

 

opmerking. Wie niettemin ook in deze typen van samentrekking wil spreken, moet concluderen dat ook bijv. antwoordzinnen samentrekking vertonen t.o.v. de vraag: Wat heb je de hele dag gedaan? - Zakjes geplakt = (Ik heb de hele dag) zakjes geplakt. Omdat we hier echter te doen hebben met taaleenheden die in tijd en ‘mond’ volkomen losstaan van andere, kunnen we ze beter als zelfstandige grootheden zien, die we op zichzelf moeten beschrijven (deelwoordconstructie; zie § 299). Dat ze alleen in samenhang begrijpelijk zijn is natuurlijk waar, maar dat geldt niet minder voor: Ik heb 't nooit in m'n eentje gedaan. Ook daarbij moet men, voor een goed verstaan, weten wie ik is, wat 't voorstelt en waarop gedaan doelt. Over blijft dus alleen een andere grammaticale structuur.

 

§ 361. Bij de behandeling van de voegwoorden is opgemerkt dat bij de nevenschikkende voegwoorden een endocentrische woordgroep kan volgen, bij de onderschikkende niet. Een uitzondering werd echter gemaakt voor als, zoals, evenals, gelijk en dan; deze kunnen, ook als onderschikkend voegwoord, een endocentrische groep voorafgaan. In dit verband doen zich verschijnselen voor die we het best in samenhang met de samentrekking kunnen bespreken.

We geven eerst een aantal voorbeelden zonder endocentrisch tweede stuk: zoals men altijd in de stad zegt; evenals daar gebeurde; gelijk men weet; (net) als vorige week in Amsterdam te zien was; het tweede stuk is een pvc in bijzinsorde. Voorbeelden met 'n soort samentrekking: Zoals altijd in de stad (beweert men nu ook op het platteland, dat ...); (Hij is tegenwoordig al net zo rijk) als zijn vader toen hij stierf; Gelijk Napoleon zijn legers in het begin van de vorige eeuw (stuurde Hitler zijn beste troepen de Russische kou in); Evenals meestal in zulke omstandigheden (komt alles neer op de kleine man). De groepen zijn te vervolledigen: zoals men altijd in de stad beweert; als zijn vader rijk was toen hij stierf; gelijk Napoleon zijn legers in het begin van de vorige eeuw de Russische kou instuurde; evenals meestal in zulke omstandigheden alles op de kleine man neerkomt. De vorm achter het voegwoord kan ook zo kort zijn dat we met een endocentrische groep te maken hebben: zoals altijd, gelijk Napoleon, als zijn vader, evenals meestal. In zulke gevallen

[p. 275]

is het verschil met de nevenschikkende voegwoorden (§ 228) erg klein geworden: zoals hij (heb ik het nooit gedaan); zoals hem (heeft hij mij nooit opgehemeld).

Groepen met als en dan die gebruikt worden in verband met een stellende of vergrotende trap, zijn soms niet te vervolledigen. Was het geval als zijn vader (rijk was) toen hij stierf al wat hachelijk, onmogelijk te vervolledigen zijn: (Hij is groter) dan je zou zeggen, (Hij is zieker) dan hij lijkt. Toch ‘missen’ ook deze bijzinnen iets: zeggen is overgankelijk maar mist een lijdend voorwerp, lijkt is koppelwerkwoord maar mist een naamwoordelijk deel. In (Hij is groter) dan je zou zeggen dat hij is is wel een lijdend vw. aanwezig (dat hij is), maar daarin ontbreekt weer het nw. deel van het gezegde.

Samenvattend kunnen we zeggen:

 

1.Achter zoals, evenals en gelijk zijn woordgroepen mogelijk die samentrekkingsverschijnselen kunnen vertonen t.o.v. een hoofdzin waarvan ze zinsdeel zijn; anders dan bij de gewone samentrekking kan ‘weglating’ alleen plaatshebben achter de voegwoorden en niet in het andere stuk.
2.Groepen met als en dan ‘missen’ op zichzelf noodzakelijke zinsdelen, zonder dat het gemis door vervollediging kan worden opgeheven.
3.Groepen met zoals, evenals en gelijk komen voor als zinsdeel en als zinsdeelstuk: Zoals hij drinken er niet veel. Een man zoals hij drinkt niet veel. Zoals hij 't gewoon is, drinken er niet veel. Een man zoals hij is drinkt niet veel.
4.Groepen met als en dan komen eveneens voor als zinsdeel en als zinsdeelstuk, zij het dat een voegwoordconstructie met dan niet eerste zinsdeel kan zijn: Als burgemeester heeft hij niet veel gepresteerd. Hij heeft evenveel gepresteerd als burgemeester. Hij heeft evenveel gepresteerd als een burgemeester. Evenveel als een burgemeester heeft hij niet gepresteerd. Hij heeft meer gepresteerd dan een burgemeester. Meer dan een burgemeester heeft hij niet gepresteerd. Hij was langer gemeenteraadslid dan burgemeester. Langer gemeenteraadslid dan burgemeester was hij niet naar ik meen.

Dat we in gevallen die daarvoor in aanmerking komen niet met gewone samentrekking te doen hebben blijkt ook hier uit de onmogelijkheid om een ‘gemeenschappelijk’ zinsdeel weg te laten in de hoofdzin: Evenveel als een burgemeester gepresteerd heeft, (heeft) hij niet (gepresteerd).

prepostterug  begin  verder